Bosnische moslims nooit meer terug naar Odzak; Gevluchte veearts-assistent en twee fabrieksarbeiders komen op adem in Flevopolder

ZEEWOLDE, 10 SEPT. Geen van drieën gaan ze ooit nog naar Odzak. M. Ahmetovic (26), S. Salkanovic (36) en G. Puzic (41) zullen hun geboortestad in het noorden van Bosnië-Herzegovina niet meer terugzien. Dat is een van de weinige dingen waar ze zeker van zijn, zeggen de drie moslims in hun sober ingerichte woning in het onderzoeks- en opvangcentrum voor asielzoekers in Zeewolde.

Twee weken geleden kwamen ze per bus met 76 kameraden aan in de Flevopolder. In de weken daarvoor verbleven ze in een kazerne in de Kroatische stad Varazdin, in afwachting van opvang in het buitenland, waarvoor de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) zou zorgen.

De Bosniërs hopen vandaag in Zeewolde herenigd te worden met kameraden en hun familie uit Odzak en omstreken. Samen hebben ze in Bosnië in opdracht van Kroatische milities gevochten. Van de 650 vluchtelingen die vandaag in Nederland aankwamen, zijn er 250 in Zeewolde ondergebracht.

G. van Meer, plaatsvervangend directeur van het opvangcentrum, is goed te spreken over de Bosnische vluchtelingen. “In tegenstelling tot wat gebruikelijk is zijn ze hier binnengekomen als een hechte groep. Een voorbeeld: je vertelt een van hen wat de huisregels zijn en dat is dan genoeg. Ze krijgen geen aparte behandeling. Het zijn vluchtelingen, net als alle anderen hier.” Een truienfabrikant wilde de Bosnische vluchtelingen een nieuwe trui geven, maar nadat Van Meer had opgemerkt dat ook andere vluchtelingen het koud kunnen hebben, werden er gratis truien voor alle 250 vluchtelingen in het centrum afgeleverd.

Met hun aankomst in Nederland kwam voor de drie Bosnische moslims in woning nummer 69 een einde aan een turbulent half jaar. Dat begon in maart toen ze met andere stadgenoten van een Kroatische militie in Bosnië de opdracht kregen posities in de stad in te nemen in de strijd tegen de Serviërs. Vrouwen en kinderen gingen op de vlucht en verlieten de streek. Ahmetovic was sinds dat moment niet langer assistent van een vee-arts, Salkanovic en Puzic moesten noodgedwongen een punt zetten achter hun loopbaan als fabrieksarbeider.

Wapens, afkomstig uit Kroatië, kochten ze op de zwarte markt. Maar de overmacht van de Serviërs was gigantisch, zegt Ahmetovic. Toch slaagden de Bosniërs in Odzak er volgens Salkanovic in de vijand verliezen toe te brengen. Naar zijn zeggen werden binnen twee maanden tien vliegtuigen neergehaald.

Drie maanden geleden kregen de moslims die Odzak verdedigden opdracht van de Kroaten die stad te verlaten. Ze vochten volgens de Kroaten een verloren strijd. “Onbegrijpelijk”, zegt Ahmetovic. “Het was op dat moment vrij rustig.” Maar even later beweert Salkanovic dat ze dood zouden zijn geweest als ze er waren gebleven. Met auto's en tractoren zetten de mannen koers naar Bosanski Brod, de enkele tientallen kilometers verderop gelegen grensplaats bij Kroatië, weer als burgers op de vlucht voor het oorlogsgeweld.

Aan de grens woedde een hevige strijd tussen Serviërs en Kroaten. Granaten en vliegtuigbommen eisten dagelijks levens. Aan de andere kant van de brug die Bosanski Brod met de Kroatische plaats Slavonski Brod verbindt, vluchtte de Nederlandse ambtelijke delegatie die Kroatië twee weken geleden bezocht een schuilkelder in, nadat vlak in de buurt een mortiergranaat was ingeslagen.

Tijdens hun 42 dagen lange verblijf in auto's, tractoren en kapotgeschoten huizen in Bosanski Brod vielen onder de honderden gevluchte Bosnische soldaten die voor de Kroaten hadden gevochten 30 doden en 100 gewonden, zegt Salkanovic. Onder de doden waren vier kinderen tussen 7 en 12 jaar. Ze werden getroffen door "zeugen', zware vliegtuigbommen die boven de brug tussen de twee grensplaatsen werden afgeworpen. Ahmetovic: “Je beseft daar dat je elke seconde gedood kan worden. Het is eigenlijk vreemd dat we nog leven.”

De UNHCR had de groep van ongeveer 1.500 man inmiddels als kwetsbaar bestempeld. Met toestemming van de Kroatische autoriteiten werd een deel van hen, onder wie degenen die nu in Nederland zijn, voor opvang naar een kazerne in Varazdin gebracht. De Kroaten stonden familiebezoek toe, maar als gevolg van voedselschaarste mocht familie niet in de kazerne blijven. “Ook niet toen we aanboden genoegen te nemen met één maaltijd per dag in plaats van drie”, aldus Salkanovic, die na een oponthoud van vijf jaar sinds het begin van de oorlog weer een stugge roker is geworden.

Vandaag hoopt hij zijn twee jaar oudere broer en diens vrouw en kinderen terug te zien, van wie hij twee weken geleden afscheid nam. Salkanovic' vrouw en kinderen zitten in een vluchtelingenkamp in Hongarije. Vrijwel al zijn zakgeld (20 gulden per week) en een deel van het kleedgeld (140 gulden per drie maanden) spendeert hij aan telefoongesprekken met zijn vrouw.

De drie moslims willen evenals de meeste van hun 76 kameraden in Zeewolde in Nederland blijven en hun familie, die verspreid is over Kroatië, Slovenië, Duitsland, Zwitserland en Hongarije naar de Flevopolder halen. Ze willen asiel aanvragen en hopen uiteindelijk een baan te krijgen. “Hoelang we het hier kunnen volhouden? Eventueel tot onze dood!”, zegt Ahmetovic.