"Boosheid is onplezierig, maar wel normaal'; Carol en Peter Stearns over de geschiedenis van de woedebeheersing

"We hebben het hier gemerkt, maar ook in Duitsland,'' zegt Peter Stearns. ""Een verschil in regel-bewustzijn. Jullie hebben hier een hoop verkeersregels en die moet iedereen kennen. Als iemand ze niet kent, wordt met ongeduld gereageerd. Maar als een automobilist in de Verenigde Staten iets doet dat ons niet bevalt, hebben we helemaal niet het gevoel dat ze de regels niet kennen. We vinden dat ze ons hinderen. Dan zijn we niet geïrriteerd, maar gewoon kwaad!''

""En nog een verschil'', zegt Stearns. ""Nederlanders gaan veel gemakkelijker met humor om dan wij - in ieder geval in de academische wereld. Jullie maken veel sneller grappen. Amerikanen willen eerst de groep kennen, want je weet maar nooit of iedereen hetzelfde gevoel voor humor heeft.''

Carol Zisowitz Stearns, zijn vrouw: "Ik heb ook het idee dat er in de Verenigde Staten meer gevoel voor privacy is dan hier. Ik kan niet zeggen dat het een beter is dan het andere, maar je merkt het verschil onmiddellijk. Aan de fysieke afstand die mensen tot elkaar bewaren bijvoorbeeld.''

Transatlantische verschillen in emotionologie, met het nodige voorbehoud opgetekend door een historicus (Peter) en een psychiater (Carol) die beiden hun sporen hebben verdiend met historisch onderzoek naar emoties. Het gaat hun meestal om onplezierige emoties: boosheid, verdriet, jaloezie en over de manieren waarop de omgeving op het uiten van die emoties reageert.

De Stearnses werken beiden aan de Carnegie Mellon University in Pittsburgh. Hij als hoogleraar geschiedenis, met een indrukwekkende lijst publikaties op het terrein van de arbeidersgeschiedenis achter zijn naam, zij als praktiserend psychiater en docent psychiatrie. Ze bezoeken deze week Nederland voor enkele lezingen en een symposium.

Samen publiceerden ze in 1986 hun boek Anger (University of Chicago Press), over de geschiedenis van de boosheid in Amerika. Het is een boek dat vooral in Europa bekendheid heeft gekregen. De harmonieuze verbinding van psychologische, psychiatrische en historische inzichten trok de aandacht van de groeiende groep sociologen en historici die zich met mentaliteitsgeschiedenis bezighouden: de studie van historische veranderingen in gedrag, gevoel en moraal.

Dat schijnbaar hyperindividuele sensaties als emoties ook een geschiedenis hebben, veranderen in de tijd en tot op zekere hoogte afhankelijk zijn van geboden en verboden - allemaal koren op de molen van deze geschiedvorsers. Maar niet alleen van hen. Van het inzicht dat emoties weliswaar een biologische basis hebben, maar in veel opzichten sociale verschijnselen zijn is ook een klassiek psycholoog als Nico Frijda zo langzamerhand overtuigd. In het voorwoord van de Nederlandse editie van zijn standaardwerk The emotions komt hij er rond voor uit dat hij de sociale factoren bij het tot stand komen van emoties nogal heeft onderschat.

Carol Stearns geeft van het belang van sociale factoren een interessant voorbeeld in een essay over woede en verdriet in de periode 1570-1750. Dagboeken en brieven leerden haar dat de schrijvers daarvan hun gevoelens vrijwel nooit als woede beschreven - terwijl daar getuige de beschreven gebeurtenissen alle aanleiding toe bestond. In plaats daarvan voelden ze verdriet en smart. Woede was hun (vooral ondergeschikten en vrouwen) in die tijd niet toegestaan en Stearns concludeert: ""Een emotionologie die de mensen aanmoedigt zich eerder droevig dan boos te voelen, resulteert vaak in droevige mensen.''

Zijn mensen zo kneedbaar? Carol Stearns: ""Wij zijn daarover wel bekritiseerd, het is een controversiële kwestie. Mensen die zeiden: maar er is toch wel een echt gevoel? Maar ik denk dat mensen inderdaad zo kneedbaar zijn.''

Vooral in Nederland is er belangstelling voor het onderzoek van de Stearnses, want er zijn hier nogal wat sociologen, antropologen en historici die in navolging van de socioloog Norbert Elias op zoek zijn gegaan naar de sociale en historische dimensies van onze "affecthuishouding'. De Stearnses kennen het werk van Elias over het civilisatieproces. Ze kwalificeren het als "zeer belangrijk, maar voor de twintigste eeuw niet zo geschikt' en zijn goed op de hoogte van het werk van Abram de Swaan en Cas Wouters, twee Amsterdamse sociologen die in dezelfde traditie werken.

Hij is een beginnende vijftiger, zij een late veertiger en beiden zijn de vriendelijkheid zelve. Waarom schreven ze een boek over boosheid?

Carol Stearns: ""We zaten eens te praten over een onderzoek van Peter op het terrein van gezinsgeschiedenis. Ik was toen als psychiater aan een kliniek verbonden en ik vroeg hem waarom gezinshistorici, zoals Edward Shorter of Lawrence Stone, eigenlijk alleen maar aandacht aan liefde en sex schenken. Er zijn toch ook andere gevoelens, zoals angst, of boosheid? En zou het niet de moeite waard zijn daar onderzoek naar te doen? Hij vond dat een goed idee en we besloten er samen een boek over te schrijven.''

Dat werd Anger, een boek over tweehonderd jaar boosheid en boosheidsbestrijding in Amerika. Hun bronnen waren dezelfde als die waarop alle beoefenaren van de mentaliteitsgeschiedenis zijn aangewezen: handboeken over de wijze waarop kinderen opgevoed dienen te worden, adviezen voor echtparen, etiquetteboeken en fictie. Peter Stearns: ""Dat materiaal vertelt je welke verwachtingen over emoties er in een samenleving of een groep leven. Maar het is niet de emotionele ervaring zelf, dus we proberen altijd aanvullende gegevens te krijgen uit brieven, dagboeken en andere persoonlijke bronnen. Het blijft een onvolledig beeld, en je kunt er nooit zeker van zijn dat de heersende emotionele normen, de emotionology zoals wij die standaarden hebben genoemd, het emotionele leven van de mensen inderdaad beïnvloeden.

""Je kunt wel aannemen dat een emotionele cultuur de verdeling beïnvloedt. Als in een bepaalde cultuur geldt dat jaloezie iets heel slechts is, zullen er nog steeds erg jaloerse mensen zijn, maar ze zullen eerder geneigd zijn hun jaloezie te verbergen. Als ze toch jaloers gedrag vertonen, zal ze dat eerder kwalijk worden genomen. Als je in de sixties jaloers gedrag vertoonde - jaloezie was een emotie die in de permissive society van toen in het geheel niet gepermitteerd was - dan werd je verteld dat je een rare snijboon was, en dat je je gedrag maar beter kon veranderen.''

Welke middelen zijn er om ongewenste emoties te onderdrukken?

Carol Stearns: ""Als in een samenleving een bepaalde emotie als ongewenst wordt ervaren, zullen daaraan schaamte, schuldgevoel of verlegenheid worden verbonden. Dat zijn effectieve instrumenten voor de regulering van emoties.'' Peter Stearns: ""In de campagne die in het begin van deze eeuw tegen boosheid op het werk is gevoerd, werd voormannnen geadviseerd om een werknemer die buiten zichzelf van kwaadheid een klacht kwam uiten, die klacht drie keer te laten herhalen. De derde keer zou die man zo in verlegenheid zijn gebracht dat hij zelf zou inzien dat hij op een onvolwassen manier had gereageerd - tenminste, dat was de redenering.''

Is die campagne tegen de boosheid succesvol geweest?

Peter Stearns: ""Grotendeels wel. Zo'n honderd jaar geleden is een "stijl van boosheid' tot ontwikkeling gekomen, die onder meer gekarakteriseerd werd door een zeer sterke scheiding tussen mannen en vrouwen. Vrouwen mochten niet boos zijn, maar mannen wel - in bepaalde omstandigheden. Boosheid zou hen tot prestaties brengen en tot sociaal protest wanneer daar aanleiding toe bestond. Dat was een stijl die wijd verbreid was en ook tamelijk succesvol was. Maar zo'n zeventig jaar geleden begon dat te veranderen. De Amerikaanse samenleving kwam in toenemende mate onder invloed van het organisatie-denken en van managers te staan. Vooral tijdens het werk was boosheid voortaan verkeerd, zowel voor mannen als voor vrouwen. Boosheid werd gezien als een ontwrichtende factor, en we zien een belangrijke beweging, eerst op het werk en dan in de opvoeding, om Amerikanen zover te krijgen dat ze niet in woede handelden; dat het het beste was om helemaal geen boosheid te voelen en als dat toch gebeurde, om het dan uit te praten - net zolang tot ze niet meer boos waren. Het was een nieuw, restrictief systeem, dat vooral verbonden was met de behoeften van grote organisaties en met een economie die steeds meer gebaseerd was op dienstverlening.''

Hoe was die campagne georganiseerd?

Peter Stearns: ""De campagne manifesteerde zich het duidelijkst op de werkvloer. Bedrijfspsychologen hebben daarbij een belangrijke rol gespeeld. De campagne bestond uit trainingen voor voormannen, managers van het middenkader en verkopers. Hun werd geleerd in alle omstandigheden opgewekt te zijn. Mochten ze toch boosheid voelen, dan moesten ze die verborgen houden.

""Het was een heel verschil met de periode daarvoor. Als wij nu in een fabriek of een winkel van honderd jaar geleden zouden kunnen rondlopen, zouden we verbaasd zijn door de openlijke boosheid en agressie die toen als normaal werd beschouwd. Winkeliers die vloeken en schreeuwen naar hun bediendes, vaak nog kinderen. Wij zouden ons daar nu erg ongemakkelijk bij voelen, want wij zijn gewend boosheid tamelijk ernstig te nemen.

""Je kunt dezelfde ervaring overigens ook nu nog hebben in andere samenlevingen. In Afrikaanse samenlevingen, waar woede veel openlijker getoond wordt. Mijn indruk is dat dat ook voor Oost-Europa opgaat. Toen de Amerikanen zo'n zes jaar geleden een vestiging van McDonalds in Moskou openden, kostte het de grootste moeite het Russische personeel bij te brengen dat ze moesten glimlachen tegen de klanten! Ze waren gewend om knorrig te zijn, het leven was moeilijk genoeg.''

Maar waar blijft de boosheid dan? Is die bezig van de aardbodem te verdwijnen?

Peter Stearns: ""Nee, er zijn een paar terreinen waar je nog boosheid kunt tonen. Op het sportveld. En tijdens het autorijden - althans in de Verenigde Staten. Een obsceen gebaar tegen iemand die je snijdt is min of meer toegestaan.''

Carol Stearns: ""Maar dan moeten de raampjes wel dicht zijn, anders kun je toch nog in moeilijkheden komen.''

En in de politiek?

Carol Stearns: ""Er wordt wel over gesproken dat er te weinig boosheid is in de Amerikaanse politiek. Ik denk dat dat waar is, en misschien gaat er iets veranderen.''

Peter Stearns: ""Bij de campagne die de presidentskandidaten nu voeren zijn de commercials erg gemeen, maar als de kandidaten met elkaar debatteren mogen ze niet boos worden. In de vorige eeuw had je nog woedende debatten - die tussen Lincoln en Douglas bijvoorbeeld, in de late jaren vijftig. Een dergelijke boosheid zou nu als een gebrek aan zelfbeheersing worden gezien - iets waar een politicus niet op betrapt mag worden.

""In de politiek kun je de problemen met boosheid, de ambiguïteit goed zien. Het is okay om gemene commercials uit te zenden, maar het gewone gedrag van een politcus moet vriendelijk zijn, beheerst, gepolijst. Een ander voorbeeld. In de vorige campagne werd Dukakis tijdens een debat op de televisie gevraagd wat hij zou doen als zijn vrouw werd verkracht. Hij gaf toen een heel rationeel antwoord - dat hij vertrouwde op de wet en een goede rechtsgang. Hij is daar hevig om bekritiseerd. Er zijn omstandigheden waarop je geacht wordt boos te worden en dit was er een van. Hij antwoordde als een machine, hij had meer emotie moeten tonen. De regels zijn ingewikkeld en een fout is zo gemaakt!''

Je moet je gedrag voortdurend berekenen

Carol Stearns: ""Ja, maar dat mag je niet zien, het moet spontaan lijken.''

Hoe zijn de regels over boosheid in het gezin?

Peter Stearns: ""Alweer: ingewikkeld. Honderd jaar geleden was de officiële emotionele cultuur in een gezin uit de middenklasse heel duidelijk. Buiten het gezin mocht je je boosheid tonen, maar daarbinnen niet. Kinderen werd geleerd dat ze niet kwaad op hun ouders mochten zijn, echtgenoten niet op elkaar. Tegenwoordig voelen gezinnen zich nog steeds ongemakkelijk met boosheid, maar een beperkt vertoon van boosheid wordt gezien als weliswaar onplezierig, maar toch redelijk normaal - vooral als het om kinderen en tieners gaat. Voor man en vrouw zijn allerlei regels voor ruziemaken gekomen, zoals: een ruzie is nooit voorbij als een van de partners nog boos is. Het is ingewikkelder, maar ook realistischer dan vroeger. Toen mocht je gewoon nooit boos zijn.

""In het onderwijs is het iets anders gegaan. Honderd jaar geleden mocht een leraar boos worden op zijn leerlingen. De leerlingen werden in staat geacht er mee om te kunnen gaan; ze werden gemotiveerd door de toorn van de leraar. In de Verenigde Staten wordt de laatste tientallen jaren in toenemende mate van leraren verwacht dat ze hun leerlingen behandelen als een soort klanten. Ze mogen ook niet meer kwaad op ze worden - dat zou hen kwetsen en hun prestaties niet ten goede komen. Dat is echt een heel sterke beweging bij ons.

""De ontwikkeling is anders dan in het gezin, maar ook hier zie je de gevolgen van een afbrokkelende hierarchie en de vervanging daarvan door wat De Swaan een "onderhandelingshuishouding' heeft genoemd: weinig staat formeel vast en over alles moet gepraat worden.''

Zijn er ook emoties die juist populairder worden?

Peter Stearns: ""Er zijn mensen die vinden dat afgunst meer voorkomt dan vroeger - als iemand anders iets heeft dat je ook graag zou willen hebben. In een consumentenmaatschappij is dat natuurlijk een welkome factor. Maar je mag dat gevoel niet laten zien, dus populair is eigenlijk niet het juiste woord.'' Carol Stearns: ""Een ander voorbeeld: het wordt in toenemende mate op prijs gesteld als vaders tegenover kinderen ouderlijke gevoelens tonen, de gevoelens die vroeger als moederlijk werden bestempeld.''

Opent de kneedbaarheid van de menselijke emoties ook geen therapeutische mogelijkheden? Kun je tegen mensen die door woede-aanvallen worden geteisterd niet zeggen dat ze in het vervolg beter opgewekt kunnen zijn?

Carol Stearns: ""Ik denk dat een goede geestelijke gezondheid afhankelijk is van de mogelijkheid een heel scala van emoties te uiten. Soms zie je wel eens mensen die geen woede tot hun beschikking hebben, en overgeleverd zijn aan gevoelens van pijn, verdriet en hopeloosheid. Misschien moeten die mensen wat meer overschakelen op kwaadheid. Aan de andere kant zie je wel mensen die geen negatieve gevoelens hebben, behalve boosheid. Misschien zouden die mensen moeten beseffen dat er ook leed en verdriet is.''

Hoe gaat u in uw persoonlijk leven en uw huwelijk met boosheid en jaloezie om? Heeft u iets aan de inzichten uit uw onderzoek?

Carol Stearns: ""Soms helpt het, maar meestal pas achteraf. Als je boos bent geweest, of jaloers, begrijp je waarom je de gevoelens hebt die je hebt, waarom je je schaamt bijvoorbeeld.''

Peter Stearns: ""In ons boek komen we tot de conclusie dat veel gezinnen waarschijnlijk te zwaar aan boosheid tillen. We kunnen er best wat meer ontspannen mee omgaan, want we hoeven het gezin niet zo te idealiseren. Dat proberen we maar ter harte te nemen.''

Morgen spreken de Stearnses op het symposium "Emoties' in Amsterdam. Andere sprekers zijn prof. A. de Swaan, prof. H.U.E. Thoden van Velzen en dr. Agneta Fischer. Plaats: Oostindisch Huis, zaal E 002, Oude Hoogstraat 24, Amsterdam. Aanvang: 9.30. Kaarten zijn aan de zaal verkrijgbaar. Kosten ƒ 40,-, studenten, aio's, etc. ƒ 15.

"Soms zie je wel eens mensen die geen woede tot hun beschikking hebben, en overgeleverd zijn aan gevoelens van pijn, verdriet en hopeloosheid'