Werkgevers: algemeen geldende CAO is onmisbaar

DEN HAAG, 9 SEPT. Het opleggen van collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) aan bedrijfstakken is een onmisbaar instrument in de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Dat maakte de nieuwe voorzitter van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond, drs. J.C. Blankert, vanochtend kenbaar als standpunt van zijn organisatie.

Maar met de NCW-voorzitter, die begin deze maand het voorzitterschap van werkgeversvereniging FME (metaal en elektrotechniek) verwisselde voor zijn huidige functie, valt te praten over onderdelen van de algemeen verbindend-verklaring (AVV) van CAO's. Als de minister van sociale zaken tevoren aangeeft dat hij bepaalde afspraken niet via de AVV bindend zal opleggen, moet dat kunnen, zei Blankert. Hij noemde als voorbeeld de bovenwettelijke afspraken die in lopende CAO's zijn gemaakt over de hoogte van WAO-uitkeringen, tot ergernis - achteraf - van de huidige minister van sociale zaken, De Vries.

Of Blankert vanochtend de unanieme gevoelens van zijn organisatie weergaf, is de vraag. Mr. N.J.J. van Kesteren, directeur sociale zaken bij het NCW, reageerde: “Als de minister bepaalde zaken niet algemeen verbindend zou verklaren, gaat hij het instrument politiek hanteren en maakt hij een einde aan het systeem”.

Blankert zei dat tegenstanders van de AVV de waarde ervan onderschatten. “Voor het creëren van arbeidsrust is de AVV van essentieel belang.” Ook zouden collectieve afspraken over bij voorbeeld scholing en pensioenen “zonder de klem van de AVV onder vuur komen te liggen”.

De NCW-voorzitter staat sceptisch tegenover landelijke afspraken over arbeidsvoorwaarden via centraal overleg van kabinet met werkgevers en werknemers. Toch zal hij een dergelijk gesprek dit najaar niet uit de weg gaan. Dat wil zeggen: nadat het kabinet volgende week via de rijksbegroting zijn plannen bekend heeft gemaakt en als omstreeks 1 oktober zicht bestaat op overeenstemming in de SER over de hoofdlijnen van het sociaal-economisch beleid in het midden van de jaren negentig. Dan nog geldt volgens Blankert dat het overleg moet gaan over “dingen die toegevoegde waarde hebben”. Centrale afspraken over lonen horen daar volgens hem absoluut niet toe.