Voor drugshandel 12 jaar geëist

AMSTERDAM, 9 SEPT. Tegen de hoofdverdachte van een drugsbende die voor een groot deel uit Ghanezen bestond, is vanochtend twaalf jaar gevangenisstraf geëist wegens de handel in verdovende middelen. De Amsterdamse officier van justitie mr. N. Schaar eiste respectievelijk zeven en twee jaar tegen twee andere leden van de bende.

In totaal staan 22 verdachten terecht. In een groot aantal landen, waaronder de Verenigde Staten, Duitsland en België, waren honderd arrestaties verricht. Hoewel de bende door de Amsterdamse politie aanvankelijk als “zeer professioneel” werd betiteld, viel tijdens de behandeling vooral de slechte organisatie van de smokkel op. Zo bediende de hoofdverdachte Y.D. zich regelmatig van onervaren gelegenheidskoeriers en kon de politie maandenlang ongestoord telefoongesprekken afluisteren waarin hij en zijn handlangers de verschillende transacties bespraken.

De officier van justitie eiste tegen D. dan ook niet de zestien jaar gevangenisstraf die volgens hem op grond van de ten laste gelegde feiten maximaal mogelijk was. Volgens Schaar moet de bende “niet tot de zwaarste, georganiseerde narcotica-affaires” gerekend worden. Hij verwierp echter het argument van de verdediging dat D. slechts een van de minder belangrijke personen in het netwerk vormde.

Volgens de advocate, mr. M. Meerman-Padt, is haar cliënt een tussenpersoon. De werkelijke leiders van de bende zouden niet in handen van de politie zijn gevallen. De bende was volgens haar bovendien “maar een klungelig geheel”. Deelname aan een criminele organisatie had Schaar al eerder uit de dagvaarding geschrapt, omdat het in de eerste plaats om een drugszaak ging en het bewijs van een criminele organisatie een gigantische papiermassa ten gevolge zou hebben gehad.