Veroordeling handel in vervangingsreserve

AMSTERDAM, 9 SEPT. Benadeelden van de handel in zogeheten vervangingsreserve-vennootschappen, zoals de fiscus, staan sinds gisteren een stuk sterker bij het verhalen van hun schade.

De arrondissementsrechtbank te Utrecht veroordeelde gisteren in kort geding M & M Beheer tot betaling van een voorschot van honderdduizend gulden aan een benadeelde aandeelhouder van zo'n vennootschap. Tegen M & M, dat in fiscale kringen geldt als de grootste handelaar op dit terrein, loopt nog een bodemprocedure met als inzet een vordering van enkele miljoenen guldens.

Bij de handel in vervangingsreserve-vennootschappen is het de vooropgezette bedoeling vorderingen van de fiscus te ontlopen. Het gaat daarbij om vennootschappen die doorgaans beleggen in onroerend goed. Over de winst op de verkoop van het onroerend goed moet normaal gesproken vennootschapsbelasting worden betaald. Betaling ervan kan echter worden uitgesteld door een zogeheten vervangingsreserve in de boeken op te nemen. Voorwaarde daarbij is dat de vennootschap na verloop van tijd het vrijkomende geld weer belegt in ander onroerend goed.

Tot grote ergernis van de belastingdienst blijkt de fiscale claim echter vrij simpel te vermijden. Daarbij worden de vennootschappen verkocht, door de opkoper leeggehaald en vervolgens doorverkocht aan "katvangers'. Dat zijn personen of venootschappen waarop geen verhaal mogelijk is, bij voorbeeld doordat ze in een ver buitenland gevestigd zijn. De vervangingsreserve verdwijnt daarbij in de zakken van de beheermaatschappij.

Op deze manier loopt de belastingdienst voor tientallen miljoenen guldens aan claims mis. Twee jaar geleden werd invorderingswet aangepast om aan deze praktijk een einde te maken, maar deze wetgeving had geen terugwerkende kracht.

Uit het vonnis van gisteren blijkt dat het ook in oudere zaken mogelijk is anderen aan te spreken dan de armlastige "katvanger'. Volgens de arrondissementsrechtbank was het handelen van M & M Beheer uitsluitend gericht op het leeghalen van de vervangingsreserve-vennootschap en is het “hoogst waarschijnlijk” dat de transacties in de bodemprocedure nietig zullen worden verklaard.

Pag 16: Vonnis zware slag voor plunderaars

Daardoor kan M & M Beheer (onderdeel van de M-groep) aangesproken worden. Directeur Van Maarseveen van de M-groep was niet bereid tot het geven van enige reactie op het vonnis of de activiteiten van zijn onderneming. Ook zijn advocaat, mr C.J. Groffen, weigerde ieder commentaar.

De Amsterdamse raadsman mr. A. Voûte, die optreedt als advocaat van de leeggehaalde vennootschap, toont zich zeer verheugd met het vonnis. Volgens Voûte is een zware slag toegebracht aan het plunderen van de vervangingswaarde-vennootschappen. “Op deze manier kan de fiscus alsnog bij vele honderden BV's belasting verhalen”, aldus Voûte.

Voûte treedt op namens de vroegere NV Leerdam, een beleggingsmaatschappijtje in onroerend goed. M & M kocht in 1988 vrijwel alle aandelen van Leerdam voor 6,2 miljoen gulden en verkocht onmiddellijk het onroerend goed. Vervolgens liet M & M de bijna 8 miljoen gulden die hiermee vrijkwam overboeken op eigen rekening, in ruil voor een schuldbekentenis.

Leerdam, dat nog slechts bestond uit een vordering op M & M, werd vervolgens doorverkocht aan belastingadviseur mr. T. Meeüs in Breda. Volgens Voûte fungeert Meeüs als katvanger, omdat hij “geen verhaal biedt en bereid is om aan de snode plannen van M & M mee te werken.”

Meeüs betaalde de aankoop door de schuld van M & M over te nemen. Op die manier verdween M & M volledig uit de boeken. Meeüs verkocht op zijn beurt Leerdam aan een Liberiaanse vennootschap te Monrovia. De fiscus had het nakijken en kon het innen van circa vier miljoen gulden aan vennootschapsbelasting over de vervangingsreserve verder wel vergeten.

Ook een minderheidsaandeelhouder, die nog niet was uitgekocht door M & M, zag door het leeghalen en doorverkopen van de vennootschap plotseling zijn aandelen waardeloos worden. Als vereffenaar van het inmiddels ontbonden Leerdam bond hij echter de strijd aan met M & M. Hij stelde dat de eerder aangegane transacties nietig verklaard moesten worden, onder meer omdat de koop van Leerdam in wezen werd gefinancierd door een lening van Leerdam aan M & M, hetgeen niet is toegestaan. Als feitelijke directie van Leerdam zou M & M zich bovendien schuldig hebben genaakt aan onbehoorlijk bestuur.

Indien de verwachting uitkomt dat ook de bodemprocedure wordt toegewezen, betekent dit volgens advocaat Voûte dat alsnog een bedrag (inclusief rente) van circa tien miljoen gulden bij de M Groep en directeur Van Maarseveen zal worden gevorderd. Hiervan gaat ongeveer vier miljoen gulden naar de fiscus. Het resterende bedrag staat ter beschikking van de oorspronkelijke aandeelhouders.

De Nederlandse organsatie van belastingadviseurs (NOB) zal volgens secretaris Fluitman een onderzoek doen naar de betrokkenheid bij de transacties van de belastingadviseur Meeüs. Meeüs is lid van de NOB. Fluitman sluit niet uit dat het bestuur een klacht tegen de adviseur zal indienen bij het tuchtcollege van de NOB.