Nieuw onderzoek bevestigt overschilderen "Who's Afraid'; Gemeente overweegt schadeclaim; 'De gebruikte alkyd verf verkleurt. Op den duur wordt dit schilderij een onooglijk lor'

AMSTERDAM, 9 SEPT. De gemeente Amsterdam wil juridische stappen ondernemen tegen de Amerikaan Daniel Goldreyer, de restaurateur van het schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III van Barnett Newman. Het college heeft een advocaat in New York ingeschakeld, die de mogelijkheden tot een schadeclaim onderzoekt. Dat heeft de Amsterdamse wethouder van cultuur E.C. Bakker gisteren bekendgemaakt. Het advies van de advocaat wordt nog deze maand verwacht. De maatregel van de gemeente is het gevolg van een nader onderzoek door het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk waardoor nog eens onomstotelijk is komen vast te staan dat Goldreyer het schilderij niet heeft gerestaureerd, maar heeft overgeschilderd. Hij deed dit met verscheidene lagen alkydverf, van een zeer moeilijk verwijderbare soort die wordt gebruikt voor meubels en vloeren.

Volgens de deskundigen van het laboratorium heeft Goldreyer “op het oorspronkelijke rode gedeelte van het schilderij, afgezien van een smalle rand langs het blauwe gebied, een dekkend rood toegevoegd”. Het college leidt daaruit af dat Goldreyer, die acht ton kreeg voor de restauratie, zich niet heeft gehouden aan het werkplan, zoals dat in de restauratieovereenkomst was afgesproken. Dr. W.A.L. Beeren, directeur van de Dienst Musea voor moderne kunst en tevens directeur van het Stedelijk Museum, deelt die conclusie. Goldreyer kreeg de restauratieopdracht in 1986 nadat een man met een stanleymes het schilderij, een groot rood vlak met links een blauwe en rechts een gele streep, ernstig had toegetakeld. Vorig jaar augustus kwam het schilderij in Nederland terug.

Het Gerechtelijk Laboratorium bevestigt hiermee bevindingen van eerder onderzoek in november. Goldreyer heeft steeds ontkend dat hij het schilderij had overgeschilderd; hij zou twee miljoen minuscule verfstipjes hebben aangebracht. Ook nu heeft de Amerikaan via zijn secretaresse laten weten dat hij nog steeds vindt dat de restauratie succesvol is uitgevoerd. Hij zegt zich niet te verbazen dat de conclusies van het onderzoek gelijk zijn aan die van vorig jaar, omdat het door dezelfde onderzoekers is uitgevoerd. Verder wil hij geen commentaar geven, omdat hij het rapport nog niet heeft gelezen.

Volgens een verklaring van Beeren blijft het schilderij onder de naam van Barnett Newman in de collectie van het Stedelijk Museum. Het zal daar geregeld worden tentoongesteld, zoals ook het afgelopen jaar het geval was. “Daarbij zal over de geschiedenis van het schilderij, ook die van na de restauratie, informatie worden gegeven”, aldus Beeren.

Het aanvullende onderzoek volgt op een rapport van het Gerechtelijk Laboratorium van november vorig jaar. In een raadsvergadering van 1 april werd besloten een aanvullende rapportage te laten maken, omdat nog enkele vragen onbeantwoord waren gebleven. De resultaten hebben langer op zich laten wachten dan verwacht, omdat, aldus Bakker, er ingewikkelde tests moesten worden gedaan. Aan het onderzoek werd meegewerkt door het Centraal laboratorium voor het onderzoek van kunst en kunstvoorwerpen in Amsterdam, dat vlak na de vernieling van het schilderij in 1986 een rapport opstelde.

Zowel het college als Beeren, die de restauratie steeds "goed en bevredigend' heeft genoemd, stellen dat Goldreyer in de laatste fase van de restauratie - dus nadat het doek was gerepareerd en het overschilderen begon - heeft nagelaten Beeren tijdig op de hoogte te stellen van zijn werkzaamheden. Daardoor was zijn opdrachtgever niet in staat “te komen tot beoordeling en besluitvorming over de te volgen restauratiemethode”. Het onderzoek toont volgens het college en de museumdirecteur ook aan dat Goldreyer bij herhaling "niet naar waarheid' heeft geantwoord op mondelinge en schriftelijke vragen of hij het doek had overgeschilderd.

Uit analyse van monsters blijkt dat Goldreyer op bepaalde plaatsen wel zes lagen heeft aangebracht over de oorspronkelijke laag. Eerst een transparante laag, daarover een rode, vervolgens weer een transparante, twee rode en uiteindelijk nog een transparante laag. “Een hele deken”, aldus de Amsterdamse kunsthistoricus prof. dr. Ernst van de Wetering die vorig jaar augustus als eerste in het openbaar stelde dat het schilderij was overgeschilderd. Hij was een van degenen tegen wie Goldreyer begin dit jaar schadevergoedingen van in totaal 125 miljoen dollar eiste wegens smaad. Beeren kreeg een schadeclaim wegens contractbreuk. Een andere gedaagde, hoofdrestaurateur Elisabeth Bracht van het Stedelijk, had al in maart 1991 alarm geslagen, nadat ze het voltooide doek in Goldreyers Newyorkse atelier had gezien. De gemeente besloot toen met nader onderzoek te wachten tot het schilderij terug was in Amsterdam. “Het rapport van het Gerechtelijk Laboratorium bevestigt voor de derde keer de conclusies die ik en voor mij mevrouw Bracht al in een vroeg stadium hebben getrokken”, aldus Van de Wetering. “Ik vind het jammer dat de gemeente nu pas in de aanval durft te gaan, waarschijnlijk was heel wat ellende voorkomen als men daar eerder mee was begonnen. Maar ik ben blij dat nu eindelijk erkend wordt dat Goldreyer onjuist heeft gehandeld.”

Over de duurzaamheid van de aangebrachte lagen en de omkeerbaarheid van de restauratie laten de onderzoekers zich niet uit. Het Stedelijk Museum wil hierover op dit moment niet meer dan dat het “op diligente wijze” aandacht aan het doek zal blijven besteden.

De Amsterdamse restaurateur IJsbrand Hummelen gelooft niet dat het nog zin heeft te proberen het origineel terug te krijgen. “De verf die bij de restauratie gebruikt is, is zeer oplosmiddelbestendig en verhardt snel”, aldus Hummelen. “De olieverf die Newman heeft gebruikt, is nog vrij jong en nog lang niet uitgehard. De kans is groot dat je de oorspronkelijke verf met agressieve oplosmiddelen ernstig beschadigt.”

Na de terugkeer van het schilderij vorig jaar ontstond onder kunstexperts grote opschudding over de restauratie. Van de Wetering betreurt het dat in de openbare discussie soms de indruk is gewekt dat overschilderen van een schilderij eigenlijk niet zo ernstig is en meer een kwestie van smaak. Volgens Van de Wetering verliest men daarbij uit het oog dat een onvervangbaar kunstwerk onherstelbare schade is toegebracht. “De gebruikte alkydverf heeft als eigenschap dat hij na dertig jaar verkleurt en barst, zodat je op den duur met een onooglijk lor zit”.

In de discussie die ontstond over de omstreden restauratie kwam naar voren dat Goldreyers reputatie als restaurateur al langer omstreden was, al durfde men daar in Amerika uit vrees voor schadeclaims meestal niet openlijk over te spreken. Goldreyer zou vaker belangrijke schilderijen hebben overgeschilderd, onder andere Compositie 1927 van Piet Mondriaan, dat volgens een restaurateur van het Haagse Gemeentemuseum "als een formicatafeltje' uit handen van de restaurateur zou zijn gekomen. In een in de jaren zeventig verschenen boek van de Amerikaan Theodor B. Donson Print and the print market, een soort handboek voor liefhebbers en verzamelaars van prenten wordt Goldreyer al genoemd als voorbeeld van hoe onhandige restaurateurs te werk kunnen gaan. Volgens Donson heeft Goldreyer ooit van twee prenten van Picasso de marges inclusief de signatuur afgesneden, de afbeelding vervolgens op een stuk papier overgewalst, waarna hij er eigenhandig weer een handtekening van Picasso onder zou hebben aangebracht.

Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III was in 1969 door het museum aangekocht voor 271.400 gulden, maar werd op het ogenblik van de vernieling op 5,4 miljoen geschat. De waarde is nu waarschijnlijk nihil. D66-wethouder M. Baak van cultuur trad in april af, nadat de raad ernstige kritiek had geuit op haar weinig doortastende optreden in deze zaak.