Nederlandse mariniers doen vooral sociaal werk; "Je kunt er donder op zeggen dat ze wapens en munitie verbergen'

De ministers Ter Beek (defensie) en Pronk (ontwikkelingssamenwerking) stellen zich deze week op de hoogte van de VN-vredesoperatie in Cambodja waaraan een bataljon Nederlandse mariniers deelneemt. Inspectie te velde.

PHUM BAVEL, 9 SEPT. “Natuurlijk is er genoeg te doen, maar we waren voor iets heel anders gekomen. Je wordt van binnen kwaad dat dat niet lukt. Maar meehelpen bruggen bouwen en de mensen met je patrouilles door de dorpen een beetje veiligheid geven, dat is mooi meegenomen!”

Marinier Dave Schreurs uit Spaubeek zegt het allemaal met een glimlach vanachter een ringbaardje dat in de hitte moeilijker groeit. Zijn Delta-compagnie van het Nederlandse mariniersbataljon hier in Phum Bavel mag van de Rode Khmer niet op de opgegeven plaatsen opereren. De Khmer laat zich niet ontwapenen en de Nederlanders hebben nu 20 kilometer verderop hun tenten opgeslagen.

Marinier Brian Leepel uit Den Helder valt hem bij. “We kwamen voor de vrede en nu doen we sociaal werk. Ook niet weg, maar als we niet vlug echt aan de slag komen, dan gaan we ons vervelen. Dat is een slechte zaak. We moeten die wildemannen hier ontwapenen, anders blijft het oorlog. En de mensen hier hebben beter verdiend.”

Kapitein Michiel Alting von Geusau laat hem uitpraten, maar zegt dan dat hij op vooruitgang rekent. Een paar dagen geleden hebben twee officieren van de Rode Khmer hier in een Nederlandse tent geslapen. Ze moesten hun pistolen aan de poort inleveren en konden daarna met eigen ogen zien wat de Nederlanders in hun schild voerden. De volgende dag bij het afscheid lieten ze hun gastheer weten: “Waarom laten onze leiders jullie niet toe”?

Met de Rode Khmers zijn nu geregeld ontmoetingen die worden georganiseerd met hulp van een oom van een van de commandanten of via de lokale politie. Er wordt lang gepraat en veel gezwegen. Kapitein Brigge van de Delta-compagnie hoopt dat zijn mariniers straks aan de grens van het gebied van de Rode Khmer een doorlaatpost kunnen openen. Zo vermindert de kans dat de verschillende milities elkaar in de haren vliegen. Ook kan bij de bevolking een zeker vertrouwen groeien over de massale vredesoperaties van de Verenigde Naties, waarover zij nog maar weinig weet.

Het voorzichtige optimisme van de officieren wordt niet direct door de manschappen gedeeld. De wereld van de mariniers is niet al te moeilijk: “Wij zijn uitgestuurd om de rotzooi aan te pakken en nu mogen alle verschillende milities toch een deel van hun wapens nog houden. Dat is een slechte zaak. Je kan er donder op zeggen dat ze de wapens en munitie verbergen en ook al heb je dadelijk verkiezingen, dan krijgen ze nog de kans die te verstieren.”

De mannen van de Delta-compagnie vinden het mooi dat hun bulldozer meehelpt bij het opknappen van wegen in het district. Hun dokter werkt ook in het plaatselijke ziekenhuis. Zondag opereerde hij nog een vierjarig meisje dat een schot in de rug heeft gekregen. Landarbeiders die in de rijstvelden op mijnen trappen, worden in de kliniek geholpen en krijgen protheses aangemeten. Op enkele plaatsen worden mijnen, raketten, handgranaten en kogels ingeleverd. En de mariniers houden toezicht.

Op gezette tijden laten de mariniers de verzamelde munitie ontploffen - "springen' in vaktaal. Een paar dagen geleden verordonneerde Den Haag dat alleen de Explosieven Opruimings Dienst (EOD) van de landmacht dat karwei mocht klaren. De mariniers moeten nu eerst de EOD raadplegen. “Maar”, zegt majoor Zuur, “soms moeten we voor onze eigen veiligheid een snelle beslissing nemen en de gevaarlijke spullen onmiddellijk onschadelijk maken”. Minister Ter Beek begrijpt hem. Ter plekke beslist hij dat de mariniers in de toekomst weer hun gang kunnen gaan.

Vooral de gevonden mijnen moeten snel verdwijnen, want nu vluchtelingen in groten getale terugkomen uit Thailand (honderdduizend van de naar schatting 370.000 Cambodjanen in Thailand), gebruiken zij de mijnen, die worden gevonden en opgehaald, om hun nieuwe erf af te zetten. Zij willen op die manier verhinderen dat het land dat zij toegwezen krijgen of zichzelf toeëigenen weer meteen wordt afgepakt.

Behalve over de mijnen in het veld beschikt de plaatselijke bevolking ook over veel wapens, granaten en raketten. Jongens van 13, 14 jaar lopen met een geweer en overste H. Dukers van het bataljon mariniers vreest de onveiligheid die daarvan het gevolg is. “Als we er niet in slagen om de lokale politie voldoende steun te geven, dan blijft die onveilige situatie bestaan. Nu zien ze ons nog op de achtergrond, goed bewapend, gereed voor een aantal opties. En dat helpt. De medewerking onder de plaatselijke bevolking begint ook te groeien. Maar het neemt tijd om ze te overtuigen. De VN-vredesoperatie komt slechts heel langzaam op gang.”

Geleidelijk ziet de bataljonsstaf in Sisiphon een kentering. Groepjes militairen gaan zich afvragen onder welke leiding straks baantjes te vergeven zijn, een inkomen te halen valt en recht op land. In Tokio hebben donorlanden 800 miljoen dollar toegezegd voor de toekomst van Cambodja. Waar komt dat geld in de komende maanden terecht en bij wie moet je je aanmelden?

Dukers: “Je ziet sommige militaire commandanten nu initiatieven nemen die hun vroeger meteen de kop zou hebben gekost. Er is een onverklaarbare opening bij sommige militaire leiders. Veertigduizend mannen en vrouwen van het nationale leger zijn op verlof gestuurd om op het land te gaan werken. Dat is een doorbraak.”

Aan het eind van de dag doet minister Pronk nog een aanbod. Hij stelt een half miljoen gulden aan het bataljon ter beschikking om zelf kleinschalige ontwikkelingsprojecten te beginnen. Bij de mannen maakt het niet al te veel indruk. Ze vinden het allemaal een goede daad, waarmee best iets te doen zal zijn. Maar had Pronk onlangs zelf niet verklaard dat je pas met effect aan de wederopbouw van een land kan beginnen als er vrede is? Daarvoor is het Nederlandse bataljon in deze zone, en twee van de vier compagnieën komen niet aan die taak toe.

    • Willebrord Nieuwenhuis