Lemmingen

Hoe heviger de Balkanoorlog woedt, hoe luider het verwijt klinkt dat zoveel Westeuropeanen zich afzijdig houden. Wat me interesseert is dat men het ook de intelligentsia, de commentatoren, de ceremoniemeesters van de opinie, ja zelfs de televisie-presentators en de columnisten (kortom, die toevallige samenklontering van verbaal minder misdeelden die de Fransen met hun gebruikelijke overdrijving "de filosofen' noemen) kwalijk lijkt te nemen dat ze geen partij kiezen, dat ze niet verontwaardigd genoeg zijn, dat ze het kwaad niet te vuur en te zwaard bestrijden. Dat ze, om zo te zeggen, in hun luie stoel achterover zitten.

Nog afgezien van de vraag of het intellectuelen wel toevertrouwd is om het kwaad te bestrijden, en of columnisten van nature geschikt zijn oorlogen een halt toe te roepen, wat wil men van ze? Dat ze opgetogen en met een knapzak vol goede bedoelingen naar de brandhaard rennen, zoals tijdens de Spaanse burgeroorlog?

Als één ding duidelijk is aan de Balkanoorlog dan is het dat het een strijd betreft die volslagen ontbloot lijkt van ideeën en idealen.

Nu, de burgeroorlog in Spanje was ook niet mooi en verheffend. Maar al die kunstenaars en schrijvers uit Amerika, Engeland, Nederland die er naar toe spoorden en liftten, zij hadden ideeën en idealen, en die projecteerden ze op de tweedracht.

Wellicht ontbreekt het de intellectuelen daar nu zelf aan. Ook dat verwijt hoort men vaak. Het kan zijn. Maar zelfs als ze wat oude ideeën en idealen zouden oppoetsen en zouden fingeren dat ze er nog over beschikken, dan kan men in de Balkan toch nauwelijks van een oorlog spreken die daaraan appelleert.

Men doet zijn best zich in de geschiedenis van de Balkanstaten te verdiepen, men duikt nieuwsgierig in de achtergronden van de strijdende partijen, men probeert zich in te leven in hun wel en wee, maar het enige wat resteert is een patroon van ontspoorde facties en vetes, vijandschappen waarvan oorzaak en reden zich in een soort oermist verliezen. Niemand die nog kan aangeven wanneer en waarom het allemaal begon. Het is een strijd van lemmingen.

Een variant op het verwijt aan de intelligentsia is dat zij op dit alles reageert alsof het een soort natuurgebeuren betreft.

Dat betreft het natuurlijk ook.

Een eruptie zonder zin en doel, een zweer die te lang onder de duim is gehouden door tuig van de richel, en die nu haar etter kwijt moet. De gevangenis is opengezet en, waarachtig, er stromen boeven uit.

Dat brengt bij de toeschouwer geen strijdlust teweeg, maar verbittering. Een naïeve verbittering, maar een begrijpelijke.

Dezelfde verbittering bevangt zo iemand bij de rassenrellen in Oost-Duitsland. Allemachtig, denkt hij: wij hebben ze van de communisten losgekocht, met harde munt, en ze betalen ons met fascisme terug.

Mensen die elkaar uitmoorden bij ontstentenis van tirannen, zonder dat duidelijk is welk hoger beginsel op het spel staat, en voor wié in godsnaam - het zorgt niet voor animo om te kiezen, laat staan om spoorslags naar Bosnië te vertrekken en daar met het zwaard van de gerechtigheid te zwaaien.

Politici zijn er in West-Europa genoeg die zich strijdlustig in de brandhaard willen storten. De intellectueel wordt daar alleen nóg huiveriger van. Tot het arsenaal van zijn desillusies behoort het inzicht dat politici nog het meest van allen in hun eigen vergulde hemel leven, ver boven het mensengewoel. En het inzicht dat strijdlustige politici, als er oorlogen gevoerd moeten worden, nooit zelf met bazooka en veldfles op stap gaan, maar eenvoudige jongens, die ze niet eens kennen, het vuile werk laten opknappen.

Achterover in haar luie stoel kijkt de intelligentsia intussen naar de beelden van de slachting. Ze voelt geen aandrang het voor een van de strijdende partijen op te nemen.

Verwijt haar niets. Laat het gerust een televisie-oorlog blijven. Misschien had de intellectueel in het televisieloze tijdperk eerst idealen, om vervolgens te ontdekken dat daar lijken bij hoorden. Nu ziet hij eerst de lijken, en haast hij zich om zijn idealen, indien nog niet dood en begraven, voor zich te houden. Des te beter. Het kan het aantal lijken alleen verminderen.