Kille afstandelijkheid in theaterfeuilleton van De Boer; Wreed gezinsexperiment

Voorstelling: Ingeblikt II en III van Lodewijk de Boer door Toneelgroep De Appel. Regie: Lodewijk de Boer; decor: André Joosten; spel: Sacha Bulthuis, Aus Greidanus, Henk Votel e.a. Gezien: 5/9 Appeltheater Den Haag. Aldaar t/m 3/10.

Toen vorig seizoen bij De Appel deel één was te zien van Ingeblikt, een "triptiek voor het theater" van Lodewijk de Boer, drongen vergelijkingen met het vierdelige theaterfeuilleton The Family zich onmiddellijk op. Niet alleen bleek De Boer na bijna twintig jaar opnieuw een serie voor toneel te hebben geschreven waarin de toon wordt bepaald door snelle, scherpe dialogen en cynische humor, hij had in Ingeblikt ook omstandigheden gecreëerd die deden denken aan de situatie in The Family.

In beide stukken gaat het om een groepje mensen voor wie een gereguleerd bestaan in de samenleving niet mogelijk is; ze sluiten zich af van de bedreigende buitenwereld. In The Family willen de personages zich niet aanpassen aan de gevestigde orde, in Ingeblikt kunnen ze het niet en dat leidt in beide gevallen tot onmaatschappelijk, gewelddadig gedrag. Toch is er ook een belangrijk verschil: het eerste deel van Ingeblikt gaf dat al aan, maar nu De Appel de resterende delen opvoert wordt pas goed duidelijk in welk opzicht de feuilletons elkaars tegenpolen zijn.

Emotionele betrokkenheid heeft plaats gemaakt voor kille afstandelijkheid. Anders dan twintig jaar geleden wekt de schrijver nu de indruk dat het wel en wee van zijn personages hem onverschillig laat en als gevolg daarvan lukt het de toeschouwer niet sympathie voor hen op te vatten. Het is onmogelijk om zelfs maar op één van de figuren greep te krijgen - hun tocht door de hel, hoe dramatisch ook, laat je daardoor siberisch.

De raadselachtigheid van de personages die aanvankelijk intrigeerde begint op den duur te irriteren: we komen in de loop van drie delen niet veel meer te weten dan dat het gaat om een psychiatrische kliniek waar patiënten zitten opgesloten wegens moord, verkrachting en schizofrenie.

Nog moeilijker is het iets te begrijpen van de twee therapeuten, Harla en Antonius, die een al even dubieus en ondoorgrondelijk verleden hebben als hun patiënten. Op hardhandige en soms meedogenloze wijze voeren ze een experiment uit waarbij een gezinssituatie wordt gesimuleerd en zij als "paps" en "mams" optreden. De veronderstelling is dat de "kinderen" zodoende aan het praten zijn te krijgen over hun misdaden, maar de gesprekken komen niet echt van de grond en het experiment verwatert dan ook snel. De wrede straffen en pesterijen nemen daarentegen niet af en aan het eind van deel drie blijkt zelfs dat Harla en Antonius van meet af aan van plan waren de patiënten voorgoed uit de weg te ruimen.

De boodschap is duidelijk: Lodewijk de Boer, die de voorstelling zelf heeft geregisseerd, wilde ons een wereld tonen waarin psychiatrische hulpverleners nog crimineler zijn dan de mensen die ze behandelen. En dat niet alleen, ze zijn minstens zo gestoord, waaruit maar weer eens de conclusie getrokken kan worden dat gek en normaal relatieve begrippen zijn.

Sacha Bulthuis als Harla liet vorig seizoen al zien dat ze haar zware rol tot in details beheerst. Ook nu is ze superieur in de manier waarop ze het verzenuwde, kettingrokende monster neerzet. Aus Greidanus als haar brute assistent Antonius kan niet tegen haar op, maar dat neemt niet weg dat zijn vertolking indruk maakt. Het spel van met name deze twee acteurs is de belangrijkste verdienste van de voorstelling. Toch is dat niet wat na afloop het langst blijft hangen. Overheersend is de herinnering aan een enscenering die te zwaar en te veel van alles was en desondanks als koud water langs je af gleed.