Kabinet moet afzien van milieuheffing grondwater

DEN HAAG, 9 SEPT. Het kabinet moet afzien van de invoering van een milieuheffing op het verbruik van grondwater, want het is “belastend” voor de economie, “vervuilend” voor het fiscaal systeem, en “verslonzend” voor het milieudebat. Dat zei vanmorgen dr. A.H.G. Rinnooy Kan, voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO.

Het wetsvoorstel om per 1 januari 1993 een heffing op het verbruik van grondwater in te voeren, werd afgelopen zomer voorgelegd aan de Raad van State en begin deze week werd duidelijk dat de Raad "zeer kritisch' heeft geadviseerd over het kabinetsvoorstel. Er zou volgens de Raad van State niet voldoende zijn aangetoond dat er een relatie bestaat tussen grondwaterverbruik en milieu, terwijl het kabinet daar wel van uit gaat. Het voorstel maakt deel uit van de "Wet verbruiksbelastingen op milieugrondslag' waarin ook een heffing op het storten van afval wordt voorgesteld.

Volgens Rinnooy wordt zo via de “achterdeur” een milieubelasting ("eco-tax') ingevoerd. Dat betekent een “revolutionaire verandering” van het belastingsysteem zonder dat daar een inhoudelijke discussie over is gevoerd. Voor bepaalde sectoren van het bedrijfsleven heeft dit zeer nadelige effecten op de concurrentiepositie. Als de kabinetsplannen doorgaan, stijgen voor de voedings- en genotmiddelen industrie bijvoorbeeld deze belastingen van 5 miljoen tot 45 miljoen gulden in 1994.

Het VNO staat ook zeer afwijzend tegenover de belastingvoorstellen van de commissie-De Kam, die gemeenten en provincies meer bevoegdheden wil geven voor het heffen van belastingen. Volgens Rinnooy Kan kan dit tot een concurrentieslag leiden tussen gemeenten. Het VNO vindt dat Nederland één regio moet vormen binnen de EG met één belastingsyteem.