IJzer in bloed wellicht schadelijk voor hart

ROTTERDAM, 9 SEPT. Een hoog ijzergehalte in het bloed is misschien een belangrijker risicofactor voor hart- en vaatziekten dan hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte en suikerziekte. Dat schrijft de Finse onderzoeker J. Salonen in Circulation, het wetenschappelijk tijdschrift van de American Heart Association.

Uit het onderzoek onder 1.931 mannen, die vijf jaar werden gevolgd, bleek dat mannen met een hoog ijzergehalte in het bloed vaker hart- en vaatziekten ontwikkelen. Een één procent hoger ijzergehalte geeft een toename van vier procent op een hartaandoening. Er is daarmee een dosiseffectrelatie vastgesteld, maar kennis over oorzaak en gevolg ontbreekt nog. Daarom kan ijzer nog niet definitief aan het rijtje bekende risicofactoren worden toegevoegd.

Te veel ijzerionen in het bloed spelen mogelijk een rol bij het ontstaan van aderverkalking (atherosclerose), het dichtslibben van de bloedvaten dat aan de meeste hart- en vaatziekten vooraf gaat. Over het mechanisme bestaan al enige jaren hypothesen, ondersteund door laboratoriumonderzoek, maar in proefdieren en mensen is het oorzakelijk verband tussen hoog ijzer en atherosclerose nog niet aangetoond.

Farmacoloog prof.dr. A. Bast van de Vrije Universiteit in Amsterdam: “We weten dat het cholesteroltransporterende bloedeiwit LDL makkelijk door ijzerionen wordt aangetast. De onverzadigde vetzuren in LDL worden door tweewaardig ijzer geoxideerd. Het geoxideerde LDL wordt uiteindelijk makkelijk opgenomen door afval-opruimende witte bloedcellen, de macrofagen, die zowel vrij in het bloed zwemmen als in de bloedvatwanden liggen. Als de macrofagen veel LDL opnemen veranderen ze van uiterlijk. We noemen ze dan schuimcellen en die zijn bijzonder "kleverig'.

Pag 2: Alle ijzer met voedsel opgenomen

Salonen zegt zijn onderzoek in 1984 te zijn begonnen om het grote verschil tussen hartziekten bij mannen en vrouwen te achterhalen. Het is nog steeds een raadsel waarom vrouwen pas hartziekten ontwikkelen na de menopauze. Volgens de gangbare hypothese beschermt het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen tegen hart- en vaatziekten. Pas na de menopauze, als vrouwen geen oestrogeen meer produceren, bouwen ze een risico op. Volgens de "ijzerhypothese' verlagen vrouwen hun risico door jarenlang maandelijks bij de menstruatie ijzer kwijt te raken.

De hypothese dat een hoog ijzergehalte een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten is, bestaat ruim een decennium. Er is meer epidemiologisch en groter klinisch onderzoek nodig om de hypothese te bevestigen. Daarbij is een belangrijke vraag of een hoog ijzergehalte in combinatie met een hoog cholesterolgehalte een tweemaal zo groot risico oplevert, of dat beide factoren hetzelfde risico bepalen. Dat zou kunnen, omdat in de verklaring voor de schadelijke werking van ijzer het bloedeiwit LDL een rol speelt, waarvan de hoeveelheid omhoog gaat met het cholesterolgehalte.

Een hoog ijzergehalte hangt samen met een dieet met veel dierlijke grondstoffen en dat wordt ook genoemd als oorzaak van een hoog cholesterolgehalte in de voeding. Bast: “De laatste jaren wordt echter duidelijk dat een hoog cholesterolgehalte in het bloed weliswaar de kans op hartziekten verhoogt, maar dat de rol van cholesterol in de voeding daarbij minder groot is dan aanvankelijk werd gedacht. Belangrijker is de eigen aanmaak van cholesterol in de lever en de manier waarop dat in het lichaam wordt verwerkt.”

In het bloed zit het meeste ijzer verpakt in hemoglobine, het eiwit dat zuurstof en kooldioxyde transporteert. IJzer komt in het bloed in twee ionvormen voor: twee- en driewaardig positief geladen. Het tweewaardig ijzer katalyseert oxydatie en verandert daarbij in driewaardig ijzer. Alle ijzer wordt met de voeding opgenomen. Moeten oudere vrouwen en alle mannen nu maar vast hun ijzerinname beperken door minder vlees te eten? Bast: “Ik zou het wel willen aanraden maar kan het nog niet, want hoewel de aanwijzingen steeds harder worden, ontbreekt het wetenschappelijke bewijs nog.”

    • Wim Köhler