Iedereen doctorandus (1)

Je zal toch doctorandus zijn en een een baan zoeken bij een internationale organisatie. Of Eindhovens ingenieur zijn, in vier jaar afgestudeerd in de één of andere techniek. En geen geld, tijd of fut hebben gehad iets extra's in het buitenland erna te doen. Dan heb je geluk of vrienden op de juiste plaats nodig.

De Nederlandse doctorandus wordt elders steeds vaker aangezien voor een bachelor. Dat is soms een vrijgezel maar in Angelsaksische landen vooral iemand die nog met een echte studie moet beginnen. Het is pijnlijk om toe te geven: Nederland heeft langzamerhand ramsj-universiteiten.

In het binnenland weten veel mensen niet beter. Over de grens zijn werkgevers en wel-erkende academici daar wat koeler in. Het lage aanzien van de Nederlandse afgestudeerde geldt niet voor iedere studierichting, maar de wetenschappelijke norm is tweedehands geworden. Kwaliteit is een verzetsdaad. Velen aan de universiteit weten of voelen dat, maar hebben tot nu toe gezwegen. Bij de opening van het universitaire schooljaar, maandag, bleek het verschijnsel eindelijk bij de naam genoemd te kunnen worden.

De Amsterdamse bestuursvoorzitter Gevers kenschetste de situatie van de universiteiten als “precair en verward”. In Groningen waarschuwde rector magnificus Kuipers ervoor dat de pretentie van een wetenschappelijke universiteit niet langer houdbaar is: hij zag scheiden van praktijk- en studiehoofden als de oplossing. De Rotterdamse rector Rijnvos signaleerde een identiteitscrisis. Volgens hem dreigt de universiteit “af te glijden van een instituut voor wetenschapsbeoefening tot een supermarkt van kennis-zonder-diepgang”.

De crisis is nu bespreekbaar, maar wordt buiten de academische veste nauwelijks besproken. Nederland is niet zo geïnteres- seerd in universiteiten. Net zoals met de adel: die doet ook altijd een tikje verongelijkt, vindt zichzelf toch nog heel wat, is in wezen ongevaarlijk, en moet niet zeuren.

Terwijl de erfelijke noblesse zich in vergetelheid mag verheugen, heeft de overheid, aangemoedigd of gedoogd door het parlement, de universiteiten tientallen jaren aan een chronische verbouwing blootgesteld. Dat gebeurde ook met de rest van het onderwijs, van kleuter- tot puber-school, maar die oogstten aanzienlijk meer publieke sympathie.

Het merkwaardigste is dat zo veel universitaire academici zich jaren koest hebben gehouden. Hele vakken werden opgeheven, verhuisd of samengevoegd. Honderden docenten verloren hun wetenschappelijke bestaansrecht en hun levensvreugde in kantoorpolitieke uitputtingsslagen. In een tijd van opkomend marktdenken vielen de verliezen lastig te berekenen. Het universitaire slagveld werd nooit onderwerp voor een parlementaire enquête. Hoewel op veel plaatsen de gekte regeert.

Om de onovertroffen typering te lenen van prof. drs. Bart Tromp: “De universiteiten zijn er een sprekend bewijs van dat het onderwijs de sovjet zône vormt van de Nederlandse samenleving. Nergens elders doet zich zo'n combinatie van centralisme, bureaucratie, en politiek-bestuurlijk arrogantie en onbenul voor.”

Bijna geen universitair instituut is onaangetast gebleven door dit drama van verambtelijking en inspiratievernietiging. Mensen die grenzen zouden moeten verleggen, vergaderen over "studie-rendement' en "docent-belastingsuren', "werkimmanente analyse' en "contextualisering'. De heersende financierings-mode heeft de faculteit der letteren in Groningen kennelijk geïnspireerd tot oprichting van een "Onderzoekscentrum voor de Geschiedenis van Cultuur, Idee en Mentaliteit (CIM)'. Dit centrum heeft als centraal thema "Idee, belang en tekst'. Veel succes.

Jarenlang hebben geleerden verbonden aan onze broedplaatsen van de vrije gedachte samizdat-voorbeelden van bolle management-waanzin aan elkaar doorverteld. Er aan meegedaan, of er mee geleefd, alsof zij de bezetter niet wilden tarten. De enkeling die zijn vinger opstak werd afgevoerd naar de goelag-archipel van het elitaire niet-intellectuele conservatisme.

Veel docenten waren natuurlijk zelf student toen in Het Revolutiejaar 1969 de grote bevrijding van de universiteit werd bevochten. Alle chaos die daar op volgde was een bewijs van succes. Verandering was verbetering, de maakbare wereld dicht bij huis, met eigen handen bij elkaar vergaderd door de intellectuele voorhoede.

“Wat een kinderlijke onzin hadden we (...) over elkaars hoofden uitgestort en het leek zo serieus”, constateerde Gevers maandag. De Kritiese Universiteit van toen was volgens hem “een wat raar verhaal, overlopend van radicaal en nogal opgelegd links, behept met loodzware maatschappij- en kentheorie, en gegoten in de taal van een geëxalteerd soort padvinderij. De ruwe bolster bevatte echter een blanke pit”.

Die zuivere kern was volgens Gevers de gedachte dat wetenschap een verheven zaak was en de universiteit een geduchte mee- of tegenspeler. “De maatschappij moest op haar tellen passen, want ze voelde de hete adem van de academie in de nek.” Aan die droom van toen ontleent Gevers een hernieuwde opdracht: de universiteiten moeten zich - vrij vertaald - ontworstelen aan de versuffende houdgreep van overheid en politiek. “En hun eigen, authentieke aard tonen.”

De voorzitter van het Amsterdamse College van Bestuur zegt het erudieter, maar verschillende collega's elders raken dezelfde snaar. De universiteit moet de essentie van haar opdracht terug zien te vinden. Laten we ophouden naar het pijpen te dansen van een staatsmachinerie die ons dwingt de universitaire opdracht te verwateren, is de strekking van een sentiment dat zij in het groepsverband van hun koepelorganisatie zelden zo duidelijk uitdragen.

Een enkele academische feestredenaar zag maandag het samengroeien van hoger beroepsonderwijs en universiteiten als onvermijdelijk. Minister van onderwijs Ritzen heeft zich daar gisteren bij de opening van het HBO-schooljaar tegen verzet. De maatschappij vraagt academici èn mensen met een beroepsopleiding. Ritzen stelde met spijt vast dat het aantal jagers op de doctorandus-titel volgens de prognoses toeneemt en het aantal HBO'ers niet. “Dat is zeker geen ontwikkeling om na te streven”.

Een stoer geluid van de minister. Moedige openingszetten van de universitaire voormannen. De discussie is open. Kan nu alles gezegd worden? Over de fictie dat alle universiteiten en faculteiten even goed zijn. Over de mythe van de planbare wetenschap. Over de "hoogleraren' van Nijenrode en de KMA. Over de universiteit van Zeeland? Of maken we iedereen maar ineens doctorandus?

    • Marc Chavannes