"Geen missie naar Turkije'; Van den Broek: integreer Turkije verder in Europa

ANKARA, 9 SEPT. Minister Hans van den Broek van buitenlandse zaken voelt er niets voor een internationaal waarnemingsteam naar het Koerdische zuidoosten van Turkije te sturen om te onderzoeken of de mensenrechten in deze regio voldoende worden nageleefd.

De bewindsman, die voor een driedaagsbezoek in Turkije is, zei gisteren na afloop van de besprekingen met zijn Turkse ambtsgenoot, Hikmet Cetin, dat deze hem heeft verzekerd dat “Turkije er alles aan gelegen is om de problemen in het Koerdische zuidoosten aan de hand van democratische beginselen op te lossen.”

Van den Broek verklaarde begrip te hebben voor “het dillema” van Turkije: “Ik deel de zorg van de Turkse regering over de toenemende terreur van de Koerdische Arbeiders Partij (PKK)”, aldus Van den Broek. “Maar hoe bestrijdt je aan de ene kant terreur, terwijl je aan de andere kant de bevolking voldoende afschermt tegen dit geweld.” Volgens de bewindsman is als gevolg van de Koerdische aanslagen de spanning in heel Turkije toegenomen. “Dat maakt het moeilijk om een politieke oplossing te vinden voor de problemen in Zuidoost-Turkije, zonder dat daarbij concessies worden gedaan aan de PKK.” Het zenden van een internationaal waarnemingsteam naar Zuidoost-Turkije levert op dit moment geen enkele aan de voortgang van de democratie in Turkije, zei Van den Broek.

De mogelijkheid van het zenden van een internationale waarnemersmissie naar het zuidoosten van Turkije kwam aan de orde naar aanleiding van de voortdurende gevechten tussen de PKK en het Turkse leger met als hoogtepunt vorige maand de belegering van het stadje Sirnak aan de Turks-Iraakse grens. De Tweede Kamer vroeg minister Van den Broek toen dringend te onderzoeken of een missie van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) naar Zuidoost-Turkije gestuurd zou moeten worden.

De indruk bestaat dat het Turkse leger de aanvallen van de PKK als dekmantel gebruikt om de Koerdische bevolking te intimideren. Van den Broek wees er desgevraagd op dat enkele maanden geleden een delegatie van de Raad van Europa - waarin ook Nederland was vertegenwoordigd - al een kritisch rapport had geschreven over de situatie van de mensenrechten in het algemeen en die van de Turkse Koerden in het bijzonder.

Bij aankomst op het vliegveld in Ankara repte de bewindsman zelfs met geen woord over de Koerdenkwestie. De aandacht van Van den Broek zou - ook in latere gesprekken - veel meer uitgaan naar de steeds belangrijker wordende geo-strategische positie van Turkije. “Het is een land dat tijdens de Golfoorlog schouder aan schouder met Nederland heeft gestreden; het is binnen de NAVO lange tijd de belangrijkste verdediger op de Zuidoost-flank geweest en vormt na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de brug tussen Europa en de Centraal-Aziatische republieken”, aldus Van den Broek. “Europa heeft Turkije even hard nodig als Turkije Europa.”

De Nederlandse minister pleitte in het licht van die ontwikkelingen voor een verdere integratie van Turkije in de Europese gemeenschap. Turkije is sinds 1963 geassocieerd lid en diende in 1987 een aanvraag in voor een volledig lidmaatschap. Van den Broek zei de mening van de Turken te delen dat Brussel hen - “binnen het kader van de mogelijkheden van de Gemeenschap” - uitzicht moet bieden op het volledig lidmaatschap. Van den Broek rondde zijn besprekingen vanmorgen in Ankara af met een ontmoeting met vertegenwoordigers van twee mensenrechtenorganisaties; hij had een kort onderhoud met premier Süleyman Demirel en hij sprak met enkele Turkse parlementariers. Morgenmiddag heeft Van den Broek in Istanbul nog een ontmoeting met president Turgut Özal.