Europa's noodlot

MET DE ZELFVERZEKERDHEID van de politicus die als enige onder zijns gelijken niet onder vuur ligt, heeft John Major voor een gezelschap van meer dan gemiddeld geïnteresseerden nog eens zijn visie uiteengezet op het Europa van de toekomst en op het Verdrag van Maastricht dat dit vorm moet geven.

Deze herbevestiging van Majors handtekening onder het verdrag had een paradoxaal effect. Het Britse voorzitterschap van de Europese Gemeenschap toont niets opzienbarends, kan dat ook niet omdat het Verenigd Koninkrijk in Nederlands zuidelijkste stad verkoos de karavaan op afstand te volgen. De crisis die sinds het Deense "neen' rondom het verdrag is ontstaan, onttrekt aan het oog dat de tegenwoordige voorzitter bepaald geen voortrekker wil zijn - en dat komt de Britten niet slecht uit.

Waarom dan toch met een gelegenheidsoratie de aandacht op zichzelf gevestigd? Feit is dat de Britse regering wel degelijk het Verdrag van Maastricht geratificeerd wenst te zien, ondanks of juist wegens alle tegemoetkomingen die zij voor zichzelf heeft bedongen. Een beetje twijfel in de rest van de Gemeenschap aan de gewenste reikwijdte van de communautaire zegeningen kan Londen goed gebruiken, maar een debâcle in de orde van een Frans "neen' zondag over een week zou ook voor de Britse strategie een ongehoord fiasco betekenen. Vandaar Majors schildering van een verdrag waarin maar weinig continentale collega's Maastricht konden herkennen, maar waarvoor zij toch een zekere dankbaarheid tentoonspreidden omdat iedere steun voor die tekst, hoeveel dubbele bodems daarin ook mogen worden aangetroffen, in deze dagen van verwarring van pas komt.

Het werkelijke vraagstuk - dat Major onderkent, waarmee hij goed kan leven, maar dat de Fransen geen steek verder helpt - is dat er in Maastricht niet een maar zeker twee verdragen zijn ondertekend. In het televisiedebat dat de promotor van het Franse "neen', de gaullist Philippe Seguin, vorige week met president Mitterrand voerde, haalde hij begrijpelijkerwijs een paar argumenten van Britse stal. Maar het onderscheid is nu juist dat wat Londen aan politieke en monetaire ruimte voor zichzelf heeft gereserveerd bnnen het verdrag van Maastricht, de Fransen slechts kunnen behouden door dat verdrag, althans de versie waaronder François Mitterrand zijn signatuur heeft geplaatst, in zijn totaliteit af te wijzen. Uit diplomatieke slimmigheden blijkt geen politieke wijsheid te zijn geboren.

DE DISCUSSIE tussen de Franse president en zijn uitdager had een hoog beschaafheidsgehalte en verhulde daardoor dat de gedachtenwisseling over Europa in Frankrijk langzamerhand bijzonder troebel is geworden. Begonnen als een intellectueel duel tussen de aanhangers van Europese eenheid en zij die vrezen dat Frankrijks republikeinse wezen aan Europees dagdromen wordt geofferd, is de partij inmiddels ontaard in een slagenwisseling waarbij de Duitse buren als kop van jut fungeren. Niet de minsten onder Frankrijks politieke leiders zeggen te vrezen dat een Frans "neen' ten oosten van de Rijn de akeligste spoken van hegemonisme en totalitarisme zal oproepen. De andere zijde in het debat verwacht iets dergelijks na een Frans opgaan in een "Europa van de mark'.

De historische schade die Europa, gezien in zijn geografisch geheel, als Gemeenschap dan wel als verzameling van soevereine staten, in de afgelopen negen maanden is toegebracht, is voorlopig slechts te vermoeden, niet te becijferen. De breuk in het onderlinge vertrouwen laat zich niet oplappen met een Frans "ja' en een nieuw referendum in Denemarken. Ook heronderhandeling van "Maastricht', zoals door Bolkestein gesuggereerd, biedt hier geen soelaas. De veronderstelling dat wantrouwen nu eenmaal bestaat en dat het uitspreken ervan de verhoudingen zuivert, gaat voorbij aan de werking van de openbare mening. Het is niet bevorderlijk de dijken door te steken om aan te tonen dat er buitengaats zeewater is.

De Europese gedachte, zoals tot uiting gebracht in het verdrag van Rome van 1958, werd gevoed door de historische ervaring van gemiste kansen èn het bewustzijn dat hier geen onontkoombaar noodlot aan het werk was. Zou dit laatste generatiegebonden zijn geweest?