Driekwart van de zaken bij de recherche valt over de rand

ARNHEM, 9 SEPT. “Met vier- van de vijfduizend aangiftes die jaarlijks bij de recherche in Arnhem binnenkomen wordt niets gedaan”, zegt de Arnhemse recherchechef A. Kloosterman. Volgens hem is in Gelderland vooral de bestrijding van de middelzware criminaliteit onder zware druk komen te staan. Hij heeft het over bankovervallen, verkrachting, mishandeling, openlijke geweldpleging en inbraken. “Een moordzaak zullen we nooit laten lopen, maar bij een inbraak ga je niet meer naar het huis toe waar is ingebroken om er rond te kijken, en bij de aangifte van een gestolen brommer denk je ook vaak: dat is voor de verzekering.”

Hoofdinspecteur H. Vriend, plaatsvervangend korpschef van de gemeentepolitie te Ede, bevestigt dit beeld. “Je hebt maar één plank, zo gaf een collega van me het probleem weer. En op die plank komen alle aangiftes. Als die plank vol is en er komen nieuwe aangiftes bij, dan vallen de oude aangiftes over de rand.”

Op het Arnhemse stadhuis zitten vertegenwoordigers van de Gelderse rijks- en de gemeentepolitie met burgemeester P. Scholten om de tafel. “We zitten hier niet aan doemdenken te doen”, onderstreept Kloosterman, maar de rek is uit het politiewerk. Wat er nu met de reorganisatie van de politie gebeurt, is volgens hem strijdig met de verbetering van de politiezorg.

In een brief aan de ministers van binnenlandse zaken en justitie uit de burgemeester van Arnhem zijn grote bezorgdheid over de uitwerking in Gelderland van de vorming van het regionale politiekorps Gelderland-Midden.

In Gelderland-Midden zal de politie na de reorganisatie zijn ingedeeld in vier districten en een executieve dienst. Regionaal moet Gelderland-Midden 106 formatieplaatsen inleveren. Volgens de burgemeester is echter de noodhulp-functie in het geding als je in de landelijke gebieden een minimale politiezorg wil blijven bieden. De noodhulp betekent het handhaven van de vijftien minuten aanrijtijd; 24 uur per dag, zeven dagen per week.

Want al is een gebied nog zo stil, alle aanwezige dienders zijn het er over eens: “Nood is nood”. “Je kan niet iemand die ligt dood te bloeden laten wachten.” Kloosterman waarschuwt dat het nooit zo ver mag komen dat de politie komt als de brandweer de slangen al weer aan het oprollen is. Wachtmeester Beijer: “Als er vreemde mannen aan je deur staan te rammelen, kunnen vijftien minuten ook lang duren.”

Daarnaast heeft de minister van justitie uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor de bestrijding van de groeps- en zware criminaliteit. Dus houden vijftig politiemensen in Arnhem zich full time bezig met misdrijven waarvan “het maatschappelijk ontwrichtende karakter” groot is, zoals de grootschalige handel in harddrugs. “Je ziet bij voorbeeld een hele rij huizen opeens van eigenaar verwisselen in een bepaalde buurt. Dan wil je weten wat daar aan de hand is”, aldus Kloosterman.

Maar als daarnaar wordt gekeken en de "aanrijtijd' van maximaal vijftien minuten wordt gehandhaafd, en de meldkamer is altijd bezet en er wordt gesurveilleerd, dan zal veel werk moeten blijven liggen. Dus wordt het verkeerstoezicht minder. Dan kan, zegt Beijer, een klein korps niet langer iemand op "milieu' houden. Dan is er geen mankracht meer voor opvang en nazorg van slachtoffers van verkrachting of incest. Terwijl het aantal aangiftes van incest de laatste jaren vertienvoudigd is. Dan is er geen tijd meer om aandacht te schenken aan inbraken. Terwijl die ook in "krimpdistricten' worden gepleegd.

Volgens Kloosterman wordt er binnen het huidige politiebedrijf gewerkt met een “strak” vaststellen van prioriteiten. Voordat de politie erop uittrekt, wordt eerst naar een aantal criteria gekeken. De ernst van het misdrijf wordt beoordeeld, evenals de mate waarin het voor onrust onder het publiek zorgt, de kans op succes bij vervolging en de vervolgingsmogelijkheden van het openbaar ministerie.

Hoofdinspecteur Vriend heeft vijftien jaar geleden in Den Haag gesurveilleerd. Nu ziet hij allerlei “grootstedelijke criminaliteitspatronen” in Ede ontstaan. Zijn collega T. Beijer, wachtmeester te Bemmel, beaamt dat Den Haag te lang heeft vastgehouden aan het beeld van de diender op de fiets die vriendelijk de boeren groet.

Ook in Gelderland is de agressie op straat toegenomen. Drugsoverlast is niet alleen in grotere, maar ook in kleinere gemeenten gekomen. Onze oosterburen komen in steeds groteren getale in de Nederlandse grensprovincies hun verboden genotmiddelen halen. Er zijn kinderen gesignaleerd die met walkie talkies hun klanten van het station naar de dealers loodsen.

Uit onderzoek van de Directie Criminaliteitspreventie van het ministerie van justitie naar regionale verschillen in "onveiligheidsgevoelens' blijkt dat de beleving van onveiligheid in Gelderland-Midden "bovengemiddeld' scoort. En de mensen die zich al onveilig voelen, aldus de Edese politieman, merken dat de politie zaken laat liggen en dat er politiemensen weggaan. Geen wonder dat er al een vereniging van verontruste burgers is opgericht, en geen wonder dat menig politiefunctionaris het gevoel heeft dat hij zijn werk niet goed kan doen. Kloosterman vat de frustraties van zijn collega's samen: “Wij moeten de honderd meter in tien seconden afleggen, met de ijzeren bal en ketting aan ons been.”

De burgemeester zegt dat hij niets wil afdingen op de werkdruk van de politie in de Randstad. Maar als er weer geld vrijkomt voor zo'n honderd politiemensen, dan hoopt hij dat nu eens Gelderland bovenaan staat.