Ciskei is deel van blanke campagne

Het bloedbad in het Zuidafrikaanse thuisland Ciskei, waarbij achtentwintig demonstranten werden doodgeschoten en 188 gewond in een vijf minuten durende schietpartij met automatische geweren, herinnert de wereld, die totaal in beslag wordt genomen door de verschrikkingen van Sarajevo en Somalië, er op grimmige wijze aan dat het apartheidsprobleem nog niet voorbij is.

President W.F. de Klerks onverschrokken legalisering van het Afrikaans Nationaal Congres en de vrijlating van Nelson Mandela aan het begin van 1990 veroorzaakte een golf van optimisme over het einde van de apartheid. Het was het jaar van de Berlijnse Muur, van de populariteit van Gorbatsjov, het jaar waarin democratie en redelijkheid overal leken door te breken.

Maar de blanke Afrikaanse nationalisten, die Zuid-Afrika de afgelopen vijftig jaar hebben geregeerd, zijn altijd een gevaarlijk stelletje geweest en in de golf van opluchting bij deze ogenschijnlijke Saulus/Paulus-bekering stonden maar weinig mensen stil bij de details van de uitlatingen van De Klerk en zijn ministers.

Als zij dit wel hadden gedaan zou hen zijn opgevallen dat De Klerk een meerderheidsregering als alternatief voor de apartheid uitdrukkelijk verwierp. De blanken hebben er misschien verkeerd aan gedaan om de vijf jeer zo grote zwarte meerderheid meer dan drie eeuwen lang stemrecht te onthouden, zo redeneerde hij, maar om nu de rollen totaal om te keren en de zwarten de blanken te laten domineren zou even onrechtvaardig zijn.

In plaats daarvan pleitte De Klerk voor wat hij noemde "machtsdeling', een uitdrukking die in de oren van veel westerlingen bedriegelijk redelijk klonk, maar die voor de zwarte underdog in Zuid Afrika verdacht veel leek op een voortgezette valse schikking van de raciale kaarten, bedoeld om hun numerieke overwicht teniet te doen.

Sinds die tijd is de achterdocht verscherpt door een steeds agressiever wordende campagne die erop was gericht de oude blanke garde aan de macht te houden. De apartheid is dood, leve de grondleggers ervan! En deze campagne heeft uiteindelijk geleid tot de spanningen die ten slotte ontlaadden in de schietpartij in Ciskei.

Het besef dat de blanke minderheid de apartheid kon afschaffen maar nog steeds aan de macht kan blijven, kiemt al geruime tijd. Toen het buurland Zimbabwe in 1980 na de onafhankelijkheid ging stemmen, steunde de Afrikaanse regering de campagne van bisschop Abel Muzorewa in de hoop dat deze gematigde zwarte leider genoeg stemmen zou krijgen om een verbintenis aan te gaan met Ian Smith, de leider van de blanken en op die manier te verhinderen dat de zwarte nationalist Robert Mugabe aan de macht zou komen.

Muzorewa faalde jammerlijk, maar de Zuidafrikanen lieten zich daardoor niet ontmoedigen. Tien jaar later, toen Namibië onafhankelijk werd, steunden zij de "gematigde' Democratische Turnhall Alliantie van Dirk Mudge financieel, in de hoop dat die kon verhinderen dat de nationalistische SWAPO de eerste verkiezingen na de onafhankelijkheid zou winnen.

Tegelijkertijd openden, zoals recente onthullingen hebben aangetoond, clandestiene Zuidafrikaanse militaire eenheden een destabiliseringscampagne tegen de SWAPO. Ook deze campagne mislukte, maar wist de strategen in Pretoria er wel van te overtuigen dat zij, met een grotere en sluwere campagne in Zuid-Afrika zelf succes zouden kunnen hebben.

Het heeft er steeds meer de schijn van dat dit de achterliggende gedachten waren bij de stoutmoedige acties van De Klerk in 1990.

Terwijl de regering-De Klerk onderhandelingen begon met de gelegaliseerde zwarte politieke organisaties over een nieuwe grondwet na de apartheid, begon zij tegelijkertijd met de voorbereidingen van een politieke strategie om hen te verslaan in de verkiezingen die onder die nieuwe grondwet zouden moeten worden gehouden.

De meeste waarnemers hier menen dat dit op fantasie berust: als het om "bevrijdingsverkiezingen' gaat, hebben onderdrukte mensen de neiging om te stemmen op de partij die zij beschouwen als hun bevrijder. In Zuid-Afrika is dit het ANC.

De Klerk denkt daar kennelijk anders over en houdt met verhevigde kracht vast aan zijn strategie. Waar het om gaat is dat zijn Nationale partij enerzijds met het ANC onderhandelt over een regeling, en anderzijds samenzweert om het ANC in verkiezingen te verslaan. Die twee zaken zijn niet verenigbaar. Onderhandelingen impliceren een sfeer van wederzijds vertrouwen en van geven-en-nemen. Verkiezingen impliceren politieke strijd waarin elke partij de andere maximale schade tracht toe te brengen.

Dat heeft geleid tot de beschuldiging van Mandela dat De Klerk er een dubbele agenda op na houdt en het ANC tracht te ondermijnen terwijl hij ermee onderhandelt.

Die beschuldiging wordt nog aangescherpt door de agressiviteit waarmee nu vaart wordt gezet achter de politieke agenda. Mandela is ervan overtuigd geraakt - en er zijn veel aanwijzingen dat zijn verdenking terecht is - dat clandestiene elementen binnen de veiligheidsorganen een destabiliseringscampagne tegen het ANC voeren, net zoals ze dat ten tijde van de apartheid tegen Mozambique en andere omringende landen hebben gedaan.

Tegelijkertijd werkt De Klerk hard aan een tegen het ANC gericht verkiezingsbondgenootschap met zwarte politieke partijen die ten tijde van de apartheid zijn gevormd. Die strategie vindt zijn weerslag in Ciskei, het thuisland dat negen jaar geleden in naam onafhankelijk werd. Ciskei is waarschijnlijk de meest uitgesproken pro-ANC-regio in heel Zuid-Afrika. De militaire leider van Ciskei, brigade-generaal Oupa Gqozo, echter maakt, met steun van zijn door blanke officieren geleide leger, deel uit van De Klerks bondgenootschap.

Gqozo heeft decreten uitgevaardigd waarin de politieke activiteit van het ANC op zijn grondgebied ernstig aan banden is gelegd. Pretoria heeft de vorming van een met het ANC rivaliserende politieke partij gesteund, de Afrikaanse Democratische Beweging, en die als organisatiesecretaris een adviseur ter beschikking gesteld die afkomstig is uit de Zuidafrikaanse militaire inlichtingendienst. Het ANC stuit die manipulatieve politieke acties in zijn eigen centrum niet uit.

Dat is de achtergrond van de massale mars naar Gqozo's Ciskei op maandag. De demonstratie was een directe uitdaging, gericht tegen de strategie van De Klerk. Gezien de massale steun die het ANC in het gebied geniet en Gqozo's permanente onzekerheid vertegenwoordigt Ciskei de zwakste partner in het politieke bondgenootschap van De Klerk.

Een succesvolle bestorming van de kleine hoofdstad Bisho - in wat sommige ANC-strategen "de Leipzig-optie' hebben gedoopt - zou zonder veel problemen hebben kunnen leiden tot de val van Gqozo. Dat zou vrijwel zeker het sein zijn geweest voor soortgelijke acties tegen andere bondgenoten van De Klerk in de thuislanden Bophuthatswana en KwaZulu.

De strategie van De Klerk zou in duigen zijn gevallen. Er moest dus iets gebeuren om dat te verhinderen.