Censuur en vrijheid van meningsuiting op vierdaags congres

Morgen begint in het Amsterdamse theater De Balie een manifestatie over censuur. Schrijvers uit binnen- en buitenland, journalisten, wetenschappers en schoolkrantredacteuren zullen vier dagen lang discussiëren over het thema vrijheid van meningsuiting en censuur. “Het lijkt wel alsof steeds meer mensen zich beroepen op het recht om nergens van te weten.”

Het is geen toeval dat de manifestatie over censuur, Guardians of Dissent, samenvalt met het jubileum van het internationale tijdschrift Index on Censorship, een tijdschrift dat al twintig jaar lang rapporteert over auteurs en journalisten die het schrijven onmogelijk wordt gemaakt.

Mineke Schipper, voorzitter van Index on Censorship Nederland, benadrukt dat de nieuw opgerichte stichting zich voornamelijk ten doel stelt dit blad te steunen. De manifestatie moet het noodlijdende Index veel nieuwe abonnees en sponsors opleveren. “Want ik weet uit ervaring hoe belangrijk het is om namen te noemen”, zegt zij. “Een overheid kan iemand niet meer zomaar laten verdwijnen als zijn of haar naam internationaal bekend is.”

Schipper, in het dagelijks leven hoogleraar Interculturele Literatuurwetenschap, bezoekt sinds de tijd dat ze nog secretaris voor de schrijversvakbond PENN was, regelmatig schrijvers en dichters die onder censuur te lijden hebben. “Soms moet ik naar ziekenhuizen of zitten de schrijvers in gevangenissen. Soms kan ik alleen bij hun families langs gaan omdat ze zelf zijn verdwenen.”

De informatie die ze op die manier vergaart, geeft ze door aan aanverwante organisaties als Writers in Prison Committee, of aan Index on Censorship. Samenwerking is geboden want dergelijke organisaties beschikken niet over ruime kastegoeden en het verzamelen en publiceren van gegevens kost tijd en geld. “Voorlichting is zo noodzakelijk”, zegt Schipper. “Mensen moeten zich realiseren dat we met z'n allen een culturele erfenis hebben die bescherming behoeft. Censuur vreet aan die erfenis. De onverschilligheid over censuur verbaast me. Het lijkt wel alsof steeds meer mensen zich beroepen op het recht om nergens van te weten.”

Hoewel alle lezingen en debatten tijdens de manifestatie op het thema censuur zijn toegespitst, wordt het onderwerp telkens op een andere manier benaderd. Zo is de zaterdagmiddag bijvoorbeeld gereserveerd voor driehonderd schoolkrantredacteuren uit het hele land (“want als er ergens gecensureerd wordt dan is het wel op scholen”).

Op het programma staan verder een paneldiscussie over censuur en zelfcensuur in de Nederlandse pers en een debat tussen drie schrijvers uit voormalige Oostbloklanden. Als Schipper een keuze zou moeten maken uit het programma dan ging ze naar de lezing van de Israeliër Emile Habiby. “Een controversieel auteur”, zo licht ze haar voorkeur toe. “Habiby heeft Arabisch en Israelische literatuurprijzen gewonnen en het thema waarover hij spreekt, de positie van een minderheid in een vijandige samenleving, lijkt me interessant.”

Zelf zit de voorzitter een discussie voor tussen de Britse toneelschrijver Harold Pinter, de dissidente dichter Jack Mapanje uit Malawi en J. Bernlef over de verhouding tussen de censor en de schrijver. Daar verheugt ze zich op want met zowel Pinter als Mapanje is ze bevriend. Uit de boekenkast haalt ze een van haar eigen boeken. “Kijk”, zegt ze, “ik heb het aan Mapanje opgedragen. Hij zat in de gevangenis toen het verscheen. Ik heb hem pas veel later een exemplaar kunnen geven.”

Voor de hoogleraar is de strijd tegen censuur heel vanzelfsprekend: “Als je leeft tussen boeken dan ben je je steeds bewust dat het geschreven woord wordt bedreigd.”

    • Marieke Smithuis