Bond stelt werk voor loon

ROTTERDAM, 9 SEPT. De Voedingsbond FNV wil voor volgend jaar een reële loonsverhoging van 1 procent. De bond houdt vast aan de automatische vergoeding voor gestegen prijzen.

De Voedingsbond schat de totale onderhandelingsruimte voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de voedingsindustrie op 6,75 procent. Daarbij wordt rekening gehouden met een inflatie van 3,75 procent en een stijging van de arbeidsproduktiviteit van drie procent. Dit blijkt uit de gisteren gepresenteerde discussienota "Verder met eerlijk werk delen'.

In navolging van de vakcentrale FNV stelt de Voedingsbond volgend jaar werk voor inkomen. Om de werkgelegenheid te bevorderen, wil de bond twee procent van de onderhandelingsruimte gebruiken voor korter werken. Daarbij denkt het bondsbestuur onder meer aan uitbreiding van de mogelijkheden om vervroegd uit te treden (Vut), zoals een vierdaagse werkweek voor ouderen. Het restant (een procent) is bedoeld voor een loonsverhoging, bovenop de prijscompensatie.

De bond wil ook eventuele ingrepen in de WAO- en Ziektewetuitkeringen ongedaan maken. Het geld dat vrijkomt door verlaging van de WAO-premie voor werknemers zou in een apart fonds moeten worden gestort en vervolgens gebruikt worden om beide uitkeringen aan te vullen. Als laatste wil de FNV-bond zich bij de komende CAO-onderhandelingen richten op een betere samenwerking met de Industrie- en Voedingsbond CNV en de Unie BLHP.

Nog dit voorjaar leidde de automatische prijscompensatie tot een flinke breuk tussen de Voedingsbond FNV en deze twee collega-bonden. In de suikerverwerkende industrie werd de automatische prijscompensatie, ondanks felle weerstand van de FNV-bond, afgeschaft. In de zuivelindustrie kregen de bonden onenigheid over de verhoging van de Vut-leeftijd.