Boetes geëist voor uitrijden van mest op zandgronden

LEEUWARDEN, 9 SEPT. Tegen 21 Drentse en Groningse boeren die in februari en maart van dit jaar mest uitreden op hun land, is gisteren voor het gerechtshof in Leeuwarden een geldboete geëist van 1500 gulden.

De rechtbank van Assen veroordeelde 18 boeren in maart tot geldboetes van 600 gulden. Drie boeren kregen een voorwaardelijke geldboete van 600 gulden opgelegd. Zowel de veroordeelden als de officier van justitie gingen in hoger beroep.

Volgens procureur-generaal mr. B.W.M. van der Lugt is het uitrijden van zogenoemde niet-emissie-arme mest op zandgronden tussen 1 februari en 15 juni verboden krachtens de Wet Bodembescherming. Mest moet in die periode onder de grond worden gewerkt om de uitstoot van ammoniak tegen te gaan.

De boeren zijn tegen het injecteren, omdat zij niet bewezen achten dat het uitrijden van mest schadelijk is voor het milieu.

Bovendien vinden ze de methode te duur, omdat de meesten niet beschikken over de apparatuur om de mest te injecteren en een loonbedrijf moeten inhuren dat hun 200 gulden per uur zou kosten.

Voor het verweer hadden de boeren, anders dan voor de rechtbank waar actieleider L. Zomer een pleidooi hield, een advocatenbureau ingeschakeld. Daarvoor hadden ze een financiële actie op touw gezet waarbij de benodigde 30.000 gulden op tafel kwam.

Tweehonderd boeren waren naar Leeuwarden gekomen voor een protestmanifestatie. Het actiecomité had eergisteravond besloten een blokkade van het centrum af te blazen, gezien de wegwerkzaamheden in de straten rond het Leeuwarder paleis van justitie. “Dan zou het een puinhoop worden”, aldus actieleider L. Zomer. Actieleider A.J. Lensen verklaarde dat de boeren vastbesloten zijn de boetes niet te betalen en eventueel door te gaan tot het Europese Hof.

Advocaat mr. D. Boon betitelde de mestwetgeving in zijn pleidooi als “een zeer groot gebouw met vele etages, die haast geen bewegwijzering kennen”. De wetgeving schiet volgens hem op vele punten tekort. Boon voerde aan dat het injecteren van mest graszoden vernielt. Ook zou de injectie de samenstelling van mineralen in de bodem verstoren. “De inbreng van mest (kalium) leidt tot verdringing van magnesium. Runderen die dit mineraalarme gras eten kunnen kopziekte oplopen”, aldus Boon.

Wat betreft de wet- en regelgeving onderstreepte Boon dat de huidige tekst van de Wet Bodembescherming geen strafbepaling bevat, dat wil zeggen dat de wet niet door straffen mag worden gehandhaafd. De Wet Bodembescherming, die in 1987 in werking trad, is in 1989 gewijzigd. Een artikel dat overtreding kwalificeerde als misdrijf, is volgens Boon toen vervallen verklaard.

De verdediging vroeg voor zeven cliënten vrijspraak, omdat ze op veengrond mest hadden gesproeid en niet op zandgrond of omdat ze niet zelf mest hadden uitgereden. Voor de overige 14 werd strafvermindering of schuldigverklaring zonder strafoplegging gevraagd.