Vechten

Zijn torso naakt, onbeschrijfelijk zwart-glanzend in de zonneschijn zegt Djor: “Morgen moet ik in dienst.” Djor heet eigenlijk Gregory, hij is de oudste zoon van Gladys Esajas. “Ik ga naar Nijmegen, ik kom bij de luchtmacht, beveiliging.” Ik denk over gevechtsvliegtuigen na, loopings. Djor is altijd in beweging, op rollerskates vliegt hij door de straat, aerodynamisch op weg naar een plek in de stad, een vrouw, vrienden. Hij grijnst: “Ik ben benieuwd hoe het eten is.” “Net als in een ziekenhuis”, zeg ik. Hij laat even de spieren in zijn armen rollen, beslist dan “Je moet niet denken dat ik dat eet, echt niet.” “Maar je kunt toch niet alleen op brood leven?” “Ik ga naar een restaurant.”

“Het begon met een geintje”, zegt hij zeven dagen later, hij komt elke avond naar huis, om vuil goed weg te brengen, om zijn kicks op te halen of te kletsen met zijn broertjes Rodney en Randy, “we zijn met vier Surinaamse jongens op 400 blanken, en we moesten een vragenformulier invullen van de dominee. Of we heimwee hadden. Ja, antwoordden we, heimwee naar goed eten. Het formulier ging naar de dokter, van de dokter naar de commandant, van de commandant naar de kok. Nu krijgen we Surinaamse maaltijden. Ik ben klasseoudste, mijn functie is hoger. Ik kan wel commanderen mits het te doen heeft met het leger. Maar ik kan niet zeggen, ik wil dat ook niet: "Poets MIJN schoenen.' Het is heel relaxed hoor, het is een spelletje, als je meespeelt is er niets aan de hand. Het is net een baan van 8 tot 5. Ik volg een opleiding voor chauffeur, over drie maanden ga ik naar Soesterberg. “En zou je ook naar Joegoslavië moeten?” “Ik wordt niet opgeleid om te vechten, ik zou ook niet willen, ik zou trouwens voor dat salaris niet het loodje willen leggen.” Gladys zegt: “Gregory mijn zoon vecht niet voor een oorlog zonder doel. Vechten doe je met een doel ja?” Ze maakt haar gevlochten haar los, ze tekent met haar hand in de lucht een trap met treden van boven naar beneden. “Als het voor zijn broers is, voor kinderen die na hem komen, maar niet een oorlog zonder doel.”