Ultimatum

EIND AUGUSTUS eindigde de grote Joegoslavië-conferentie van de EG en de VN in Londen met een plechtig document, een principeverklaring die de basis moet vormen voor een oplossing van de crisis in ex-Joegoslavië. Een van de bepalingen van dat akkoord kwam neer op een ultimatum aan de Serviërs in Bosnië: zij moesten, zo werd bepaald, binnen vier dagen de positie van hun zware wapens bekendmaken en die zware wapens binnen een week onder internationaal toezicht plaatsen. Een ultimatum.

Hun leider, Radovan Karadzic, ondertekende de verklaring en zei monter bereid te zijn aan het ultimatum te voldoen.

Eind vorige week nam de naar Genève verhuisde Joegoslavië-conferentie van de EG en de VN een besluit - het eerste sinds de verhuizing. Het bepaalde dat de Serviërs in Bosnië een week de tijd kregen om hun zware wapens onder internationaal toezicht te stellen. Ze moesten die zware wapens concentreren bij vier steden - Sarajevo, Gorazde, Jajce en Bihac - en het toezicht overdragen aan de VN. Een ultimatum.

Hun leider, Radovan Karadzic, was het er opnieuw hartelijk mee eens en verklaarde zich prompt bereid aan dit Geneefse ultimatum te voldoen.

Van het eerste ultimatum, het plechtige, dat van Londen, is niets meer vernomen. Het is verstreken, maar dat het is genegeerd is niemand opgevallen.

Het tweede ultimatum loopt zondag af. Het is duidelijk dat het eveneens zal worden genegeerd. Sterker: zelfs als Radovan Karadzic het zou menen en zijn zware wapens bij Gorazde, Bihac en Jajce zou concentreren, zou er niets gebeuren. De VN namelijk hébben in die steden helemaal geen personeel om toezicht uit te oefenen op de zware wapens van de Serviërs. En het ziet er niet naar uit dat ze daar op korte termijn personeel naar kunnen overbrengen: bij Jajce wordt hevig gevochten, bij Bihac wordt hevig gevochten en bij het maandenlang door de Serviërs belegerde Gorazde zijn die Serviërs inmiddels - met medeneming van hun zware wapens - vertrokken: daar worden nu Servische burgers verdreven en beschoten, door de moslims, met hún zware wapens.

DE GANG VAN zaken met deze twee ultimatums illustreert de machteloosheid van de internationale gemeenschap waar het de bemoeienis met het conflict in ex-Joegoslavië betreft. Verklaringen die door een leider als John Major even stralend als naïef als historische doorbraak worden gepresenteerd, blijven grotendeels dode letter. Er worden sancties toegepast die op grote schaal worden gebroken: vorige week toonde de ARD, het eerste Duitse tv-net, hoe één zware vrachtwagen per minuut de Grieks-Macedonische grens passeerde, op weg naar het geboycotte Joegoslavië. De luchtbrug op Sarajevo is een dunne, kwetsbare levenslijn waar meer dan 300.000 mensen van afhankelijk zijn: er hoeft maar één raket op een hulpvliegtuig te worden afgevuurd, zoals vorige week gebeurde, en het vliegveld gaat dicht en die 300.000 mensen hebben niets meer te eten en zijn om te kunnen drinken gedwongen emmers in de regen te zetten.

Die gang van zaken maakt achteraf van de Londense conferentie, waar zo ongeveer de hele internationale gemeenschap was vertegenwoordigd, tot en met China en de Beweging van Niet-Gebonden Landen, tot een al te gratuite vertoning, tot een démasqué. De internationale gemeenschap heeft geen antwoord op deze crisis.