Tadzjiekse president tot aftreden gedwongen

MOSKOU, 8 SEPT. Onder druk van de gewapende oppositie is president Rachmon Nabijev van Tadzjikistan gisteren uiteindelijk toch afgetreden. Nabijev had vorige week al het vertrouwen verloren van zijn eigen ministers en het presidium van het parlement, maar was tot gistermiddag in staat geweest zich als president te handhaven omdat er in de Opperste Sovjet dagenlang geen quorum was om hem formeel af te zetten.

De functie van het staatshoofd wordt sinds gisteren tijdelijk waargenomen door de voorzitter van het parlement van Tadzjikistan, een der kleinste Centraalaziatische republieken, waar sinds een maand een halve burgeroorlog woedt tussen de verschillende lokale clans. Met name in het zuiden zijn daarbij de afgelopen weken honderden doden gevallen. In de hoofdstad Doesjanbe was het gisteren na het aftreden van Nabijev redelijk rustig.

Sinds de ministerraad en het parlementspresidium hem vorige week hadden laten vallen, had Nabijev zich schuilgehouden in een garnizoen van het Russische leger in Tadzjikistan. In de hoop dat hij het tij alsnog ten goede zou kunnen keren, weigerde hij al die tijd zijn tegenstanders tegemoet te komen. Toen gistermiddag de druk te groot werd en Nabijev besloot terug te keren naar Leninabad (het rijke economische centrum van de republiek waar hij zijn machtsbasis heeft) in de verwachting er zijn eigen aanhangers alsnog te kunnen hergroeperen, werd hij op het vliegveld van Doesjanbe aangehouden door paramilitaire eenheden van de oppositionele groep De jeugd van Tadzjikistan. De jongeren dreigden hem te doden. “Iemand die zoveel bloed heeft laten vloeien is het leven niet waard”, zoals één van hen zei.

Na onderhandelingen, waarin Nabijev een veilige aftocht voor hem en zijn familie eiste, ging de president door de knieën. In de "delegatiezaal' van het vliegveld van Doesjanbe ondertekende Nabijev vervolgens onder het toeziend oog van de oppositie en de televisiecamera's zijn afdanking. Nabijev leek daarbij over zijn toeren. In een geïmproviseerde verklaring tot “zijn Tadzjiekse landgenoten” verklaarde de hypernerveuze ex-president daarna dat hij deze stap had gedaan om “broedermoord” te voorkomen.

Pag 4: Nabijev afgetreden en sindsdien spoorloos

Sindsdien is er niets meer van Nabijev vernomen. Volgens het persbureau Interfaks circuleren er geruchten in Doesjanbe dat Nabijev na zijn aftreden alsnog is gedood, geruchten die in kringen van de oppositie tot nu toe niet zijn weersproken.

Met het aftreden van Nabijev lijkt een einde te zijn gekomen aan het bewind van de president zelf, een voormalige partijleider uit de tijd van Leonid Brezjnev, maar wordt ook de machtspositie van diens clan uit Leninabad bedreigd. De breed geschakeerde, zich "democratisch' én "islamitische' noemende oppositie vertegenwoordigt namelijk vooral de concurrerende clans in het zuiden van de republiek. De snel opkomende moslim-beweging, die onder invloed staat van de fundamentalisten uit de buurlanden Afghanistan en Iran, wil Tadzjikistan omvormen tot islamitische republiek. Zij het dat een van haar geestelijke leiders vorige week in een interview met het Russische weekblad Moskovskij Novosti nadrukkelijk heeft ontkend dat hem een Iraans model voor ogen staat.

In de andere Centraal-Aziatische republieken wordt deze ontwikkeling met de nodige angst aangekeken. President Islam Karimov van Oezbekistan, een eveneens in meerderheid islamitische staat waar de moslims een fase in ontwikkeling achterlopen, gaf gisteren na het aftreden van Nabijev onmiddellijk een persconferentie. Volgens Karimov moet de VN toezicht in het gebied gaan houden, met name om de onschendbaarheid van de grens tussen Tadzjikistan en Afghanistan te controleren. “Als dergelijke middelen falen, wordt het hier een Karabach”, aldus een zichtbaar geëmotioneerde Karimov.