Stijging van bruto uurlonen neemt af

ROTTERDAM, 8 SEPT. De bruto lonen in Nederland stijgen minder snel dan vorig jaar. In april van dit jaar lag het gemiddelde verdiende bruto uurloon 4,7 procent hoger dan een jaar eerder. In oktober 1991 groeide het bruto uurloon nog met 5,2 procent ten opzichte van oktober 1990.

Dit blijkt uit de voorlopige uikomsten van het kwartaalonderzoek loonontwikkeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die vandaag bekend zijn gemaakt. De sterkste stijging van het gemiddelde bruto uurloon deed zich in de bedrijfstakken landbouw en visserij voor, namelijk 8,2 procent. In de bedrijfstak overige dienstverlening, waaronder de overheid, was de toename van het gemiddelde verdiende uurloon relatief laag (2,9 procent).

Het gemiddelde bruto uurloon is de afgelopen jaren stijgende. In oktober 1989 lag dit uurloon 1,8 procent hoger dan een jaar daarvoor en tussen 1989 en 1990 was de toename 4,0 procent.

Een steekproef onder 30 duizend individuele werknemers leverde de uitkomsten van het CBS-onderzoek. Het gaat hierbij om uitkomsten met een voorlopig karakter, omdat bij een onderzoek over een maand soms nieuwe gegevens beschikbaar komen over eerdere maanden.

Ook zijn in het kwartaalonderzoek van heet CBS de feitelijk uitbetaalde bruto lonen gemeten. De resultaten van loonafspraken die met terugwerkende kracht zijn gemaakt, komen daardoor niet tot uitdrukking.

Halverwege de maand juni meldde de Dienst Collectieve Arbeidsvoorwaarden (DCA) van het ministerie van Sociale Zaken dat de gemiddelde stijging van de contractlonen in de marktsector en de gepremieerde en gesubsidieerde sector 4,47 procent bedroeg. In de collectieve arbeidsovereenkomsten die in 1991 werden afgesloten, lag de stijging van de contractlonen op 4 procent.