SER: pensioenen niet méér belasten

DEN HAAG, 8 SEPT. Pensioenbesparingen moeten ook in de toekomst fiscaal worden bevoordeeld. Het (forse) nationale spaaroverschot kan geen bijdrage leveren aan het oplossen van de budgettaire problemen van de overheid. Dit concludeert de Commissie Economische Deskundigen van de Sociaal-Economische Raad, onder voorzitterschap van prof. dr. W. Driehuis, in een studie die vanmorgen is gepubliceerd.

Sinds 1951 geldt een 'evenwichtige betalingsbalans' als één van de doelstellingen van de sociaal-economische politiek. Nederland heeft sinds 1981 echter onafgebroken een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans gehad; dit jaar bedraagt het naar verwachting 20 miljard gulden ofwel 4 procent van het nationale inkomen.

Dit nationale spaaroverschot vormt volgens Driehuis c.s. echter vanuit financieel oogpunt geen probleem. De internationale kapitaalmarkten zijn in de jaren tachtig spectaculair gegroeid waardoor een spaaroverschot nu eenvoudiger renderend in het buitenland kan worden belegd.

Dit neemt niet weg dat een nationaal spaaroverschot kan duiden op te hoge besparingen dan wel te lage investeringen. In te hoge besparingen geloven Driehuis c.s. niet: mondiaal is er sprake van een spaartekort en Nederland draagt een steentje bij om dat tekort te financieren. De bedrijfsbesparingen toonden in de jaren tachtig een fors herstel maar dat was nodig om de solvabiliteit en de liquiditeit te verbeteren.

De gezinsbesparingen zijn in Nederland met 11,2 procent van het nationale inkomen (1989) hoger dan waar dan ook in het buitenland (Japan 11,1 procent, Duitsland 8,7 procent, VS 5,4 procent). Driehuis c.s. vinden dit hoge niveau echter gewenst in verband met de vergrijzing. Aan de fiscale stimulans voor pensioenbesparingen - pensioenppremies zijn in Nederland fiscaal aftrekbaar; belasting wordt pas betaald over de uitkeringen, vaak tegen een lager tarief - mag niet worden getornd. Ook omdat de noodzakelijke sanering van de overheidsfinanciën niet mag worden uitgesteld.

Wel vinden Driehuis c.s. dat de investeringen omhoog moeten, zowel die van de bedrijven als van de overheid. Meer investeringen zijn gewenst ten behoeve van de arbeidsparticipatie en voor het milieu. Maar dat vergt dan wel een beter investeringsklimaat, en met name een lagere collectieve lastendruk waardoor de lonen minder omhoog worden gestuwd. Daarnaast moet de toegankelijkheid tot het sociale zekerheidsstelsel worden verminderd. De arbeidsmarkt kan beter functioneren met een lager wettelijk minimumloon en door CAO's niet langer automatisch algemeen verbindend te verklaren.

Een beter investeringsklimaat vergt ook een betere infrastructuur. Het geld daarvoor moet de overheid echter zelf sparen; lenen is uit den boze.