Rottenberg: paarse coalitie zou louter psychotherapie zijn

WASSENAAR, 8 SEPT. PvdA-voorzitter Felix Rottenberg ziet voorlopig geen mogelijkheden voor de vorming van een "paarse' coalitie van PvdA, VVD en D66. Voor de PvdA zijn nu eenmaal de sociaal-economische kwesties het belangrijkst, zo zei hij gisteravond op een discussiebijeenkomst in Wassenaar. “En wat dat betreft is er een nauwere verwantschap tussen PvdA en CDA dan tussen PvdA en VVD.” In de huidige CDA-PvdA-coalitie valt goed zaken te doen met het CDA, aldus Rottenberg. Hij ziet veel meer belang in een goede relatie met alleen D66, dan in een paarse coalitie met ook de VVD.

Een paarse coalitie zou volgens Rottenberg hooguit “een psycho-therapie zijn waarin D66, VVD en PvdA zich zouden kunnen ontdoen van de frustraties over het CDA”. Rottenberg debateerde met de Tweede-Kamerleden R. Linschoten (VVD) en J. Kohnstamm (D66) over coalitiemogelijkheden zonder het CDA.

Na afloop van het debat waar over en weer verwijten werden geuit, waren ook deze twee Kamerleden van de oppositie weinig hoopvol gestemd over een coalitie zonder het CDA. Vooral D66 is altijd een groot voorstander geweest van een dergelijke regeringscombinatie, omdat deze partij meent dat “de vanzelfsprekendheid van de macht van het CDA” moet worden doorbroken. Ook Linschoten zei dat het CDA zich als een “octopus in het centrum van de macht heeft genesteld met de poten in het middenveld en de kop in het Torentje”.

Rottenberg sprak echter vriendelijke woorden over zijn huidige coalitiegenoot CDA en had scherpe kritiek op D66 en VVD. Over het CDA zei de PvdA-voorzitter dat deze op de belangrijke, sociaal-economische punten het dichtst bij de PvdA staat en dat inzake de immateriële punten als abortus en euthanasie het CDA zich wel hard opstelt, maar “in de praktijk valt er altijd wel wat te regelen”. “En er zijn inmiddels ook aanwijzingen dat het CDA de eigen machtshouding aan het bijstellen is.”

Rottenberg liet duidelijk merken dat hij meer zag in nauwere samenwerking met D66, dan in een paarse coalitie. D66 en PvdA zullen over tien jaar waarschijnlijk “één groot progressief blok” vormen “al dan niet als één partij”, verwachtte de PvdA-voorzitter, want de geschiedenis leert dat als beide partijen los van elkaar opereren ze er zelden beter van worden. Niettemin zei hij over D66 dat deze partij “een a-politiek profiel” heeft, met “bar en boze bestuurlijke kwaliteiten in de grote steden.” “D66 heeft allang niet meer de vitaliteit die het bij de oprichting had.”

Nog veel meer afstand nam Rottenberg tot de VVD. Deze partij verweet hij “nep-intellectualisme” door in het "waardeloze' minderhedendebat “op een absoluut populistische manier” wel taboes inzake aanpassingsproblemen te doorbreken maar geen concrete maatregelen voor te stellen of aandacht te schenken aan de discriminatie van buitenlanders. Ook voorspelde hij dat de huidige consensus over het milieubeleid over tien jaar verdwenen zal zijn en dat dan de VVD lijnrecht tegenover D66, de PvdA en mogelijk ook het CDA zal komen te staan op het punt van de wenselijkheid van economische groei. Linschoten verweet de PvdA op zijn beurt “de partij van de belastingverhoging te zijn”.

Rottenberg zei te hopen op “een tweede fase in het minderhedendebat”. Enigszins verrassend legde hij daarbij een directe link tussen vluchtelingen en criminaliteit. “Neem het vluchtelingenprobleem. Ik weet niet wat we er aan moeten doen, maar ik weet dat het leidt tot criminaliteit en onbeheersbaarheid. Het debat verkeert nu in een impasse. Niemand heeft een antwoord op de problemen.”