Omroepmuseum en Fonografisch Museum gaan samen

De woningnood is voorbij: het Nederlands Omroepmuseum, nu nog gevestigd in een krappe villa aan het Melkpad in Hilversum, krijgt volgend voorjaar onderdak in het voormalige fabriekscomplex van Beiersdorf aan de Oude Amersfoortseweg. De permanente opstelling van het museum is dan dagelijks - in tegenstelling tot nu - onbelemmerd te bezichtigen en verder zal er voor het eerst ruimte zijn voor tijdelijke tentoonstellingen. Het depot, nu nog verspreid over zes verschillende omroeplokaties, kan in de royale kelders van het pand worden ondergebracht.

De verhuizing wordt mogelijk gemaakt door een WVC-subsidie en extra bijdragen van de omroeporganisaties die hebben beloofd hun bescheiden donatie (4000 gulden per jaar) structureel te verhogen tot 25.000 gulden. Bovendien komt een deel van de huurprijs voor rekening van het auteursrechtenbureau Buma/Stemra en de fonografische branche-vereniging NVPI. Zij zijn de eigenaren van het Fonografisch Museum dat vorig jaar wegens exploitatieproblemen wegtrok uit het Utrechtse winkelcentrum Hoog Catharijne en nu aansluiting heeft gevonden bij het Omroepmuseum. Beide collecties - de radio-ontvangers, microfoons en camera's van het Omroepmuseum en de platenspelers met toebehoren van het Fonografisch Museum - worden in het nieuwe gebouw ondergebracht. Ze vullen elkaar op passende wijze aan.

Daarmee komt voor beide instanties een eind aan een jarenlange zoektocht naar een definitief onderdak. Eerder liet het Omroepmuseum onder meer zijn begerig oog vallen op het Irene-kerkje in Bussum (de eerste Nederlandse tv-studio, vorige maand gesloopt) en op de vroegere VARA-studio die nu het orkestencentrum van het NOB huisvest. Tezelfdertijd gingen bij het Fonografisch Museum hoopvolle gedachten uit naar uitbreidingsplannen bij het Cultureel Centrum van Amstelveen, waarvan de uitvoering nog op zich laat wachten. Het samengaan van de twee is ongetwijfeld de gelukkigste oplossing voor het netelige huisvestingsprobleem. In het Beiersdorf-complex beschikt men over twee etages met elk een vloeroppervlak van 2100 m2.

Vooral de mogelijkheid voor wisseltentoonstellingen doet alle betrokkenen watertanden. Tot dusver is vrijwel ieder eerste bezoek ook het laatste - wie eenmaal de vaste expositie heeft gezien, keert zelden terug. In de komende behuizing, die over een maand of zes wordt betrokken, hoopt men de historie van omroep en geluidsdragers eindelijk op volwassen wijze te kunnen presenteren.