Major geeft Britse versie "Maastricht'

LONDEN, 8 SEPT. Premier John Major heeft gisteren de Fransen, de Euro-sceptici en zijn eigen Conservatieve partij op zelfverzekerde toon zijn visie op Europese integratie uitgelegd.

De wijze waarop men in Groot-Brittannië met verdragen als dat van Maastricht over de monetaire en politieke unie omgaat, is “veel effectiever” dan elders, waar men het op een referendum heeft laten aankomen, “waarin stemmen zullen worden uitgebracht op grond van argumenten die niets met het verdrag te maken hebben”. zo betoogde hij. Hij wees erop dat in tegenstelling tot in alle andere EG-landen, de overeenkomst in het Britse parlement regel voor regel wordt behandeld. Er wordt vervolgens op dezelfde wijze over gestemd. Daarnaast noemde hij "Maastricht' een “revolutionaire verandering” en een “keerpunt” in de Europese integratie, doordat het volgens hem de aanwezige, centralistische tendens corrigeert.

Major sprak voor een gehoor van zeshonderd mensen uit vijfenveertig landen: politici, diplomaten, directeuren van grote bedrijven en banken, wetenschappers, journalisten. Zij die door door de regering en de Europese Commissie bijeen waren geroepen in een "Verenigd Koninkrijk Voorzitterschapsconferentie' met als motto: "Europa en de wereld na 1992'.

"Maastricht', aldus Major, legt in de eerste plaats vast dat de Gemeenschap “nog slechts die dingen doet die niet beter op het niveau van de lidstaten kunnen worden gedaan”. In de tweede plaats regelt het verdrag dat “we samen in volledige eenheid kunnen handelen, zonder noodzakelijkerwijs te handelen binnen het kader van Gemeenschapswetgeving, (...) dus buiten het initiatief van de Europese Commissie, buiten de jurisdictie van het Hof van Justitie”. “De les van Maastricht is dat we gedwongen zijn om samen te werken, maar dat we niet voor elke kwestie een Gemeenschapswetgeving nodig hebben om ons tot samenwerking te dwingen. We doen dat uit vrije wil en op een reeks van verschillende manieren.”

John Major had de "Euro-fanatici' eens even flink hun vet gegeven, meldde de Evening Standard gisteravond met letters die vrijwel de gehele voorpagina besloegen.

De uitspraken van John Major hadden iets paradoxaals. De Britse premier, vertegenwoordiger van een regering en een land dat steeds zeer terughoudend heeft gestaan tegenover een snelle Europese integratie en dat tegenstander is van een communautair en federaal Europa, moest de Fransen nu oproepen de ontwikkelingen in Europa niet te blokkeren door "Maastricht' af te wijzen. “Het verdrag is goed voor Groot-Brittannië en goed voor Europa”, zei hij.

Thatchers opvolger moet de paradox zelf ook hebben gevoeld en dus liet hij deze oproep vergezeld gaan van een soort Europese geloofsbelijdenis. Eigenlijk, zei hij, is de Gemeenschap heel succesvol geweest in haar doelstelling, door met een “onontwarbaar netwerk van gedeelde belangen een oorlog tussen voormalige vijanden onmogelijk te maken”. De Gemeenschap als antwoord op de destructieve kracht van nationalisme is geslaagd. Wellicht echter heeft men wel de duurzaamheid onderschat van gevoelens van nationaal eigenbelang, nationale identiteit en nationale trots, denkt de Britse premier. “Hier werken diepgewortelde instincten, die zich niet terzijde laten vegen door retoriek over economische groei en door slogans over eenheid.”

In Majors Europa-belijdenis dient de Gemeenschap deze "spoken' tegemoet te treden door duidelijk te maken dat nationale identiteit en nationale trots niets verwerpelijks zijn. “In de Gemeenschap zullen de Fransen niet minder Frans zijn, de Duitsers niet minder Duits en de Britten, dat beloof ik u, niet minder Brits.”

De in de zaal aanwezige Nederlandse Euro-Commissaris Frans Andriessen reageerde naderhand wat verstoord op de uitleg van de Britse premier. “Hij denkt blijkbaar dat Maastricht het beginpunt is van een nieuw, intergouvernementeel Europa. Hij vergeet dat ook op de terreinen justitie en buitenlands- en defensiebeleid meerderheidsbeslissingen kunnen worden genomen. Hij vergeet ook te vermelden dat het gehele economische en financiële beleid straks communautair beleid is.”

Maar Andriessen viel er Major niet te hard over, daar zijn speech immers een oproep aan de Fransen inhield om op 20 september "ja' tegen het verdrag te zeggen, dat in Andriessens ogen vooral “een nieuwe stoot geeft tot de integratie van Europa”. Zo heeft ieder zijn eigen uitleg van het verdrag. En zo werden er op de eendaagse Londense conferentie gisteren nog meer pleidooien gevoerd, die de Fransen een waarschuwende vinger voorhielden. President Mitterrands vertrouweling en voormalig adviseur, Jacques Attali, thans president van de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling (van Oost-Europa), gebruikte zelfs heel zwaar geschut. Volgens hem staan we “op de rand van een economische wereldcrisis”, dreigt er een “complete economische ineenstorting”, als we er niet in slagen de onderlinge verhouding van onze muntstelsels te stabiliseren.

Zijn conclusie lag voor de hand: "Maastricht', met zijn monetaire unie, moet worden geratificeerd. Ook de complete politieke stabiliteit van Oost-Europa, en daarmee van West-Europa, hangt af van een verdere versterking van de Gemeenschap. De creatie van een “grote Europese economische macht” berust op een integratie van de twee helften van het continent in een wat Attali een “Continentale Gemeenschappelijke Markt” noemde.

Verder was er Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, die in een lang betoog alle voordelen van de EG opsomde, zonder het Verdrag van Maastricht te noemen. Er was ook de Deense minister van buitenlandse zaken, Uffe Ellemann-Jensen, die met het Deense "nee' een flinke klap heeft opgelopen, en die een half uur lang vormen van Europese samenwerking op buitenlands-politiek en defensieterrein bepleitte - zonder erbij te zeggen dat die alleen door "Maastricht' mogelijk worden.