Kokkelvisserij

"Kokkelvloot valt Voorne binnen' luidt de alarmerende kop in NRC Handelsblad van 3 september.

Dat redacteur F.G. de Ruiter een onoplosbare tegenstelling tussen de kokkelvissers en het milieubelang schildert, laat zich verklaren. Journalisten hebben tegenstellingen nodig om hun verhalen leesbaar te maken. Maar de kokkelvissers wijzen deze tegenstelling en de "rampzalige gevolgen' waarvan het artikel spreekt, van de hand.

De kokkelsector vertegenwoordigt een groot economisch belang, maar dat zou op zichzelf uiteraard geen activiteiten rechtvaardigen, die schadelijk zijn voor het zeemilieu. Van zulke activiteiten is dan ook geen sprake.

De sector werkt op tal van manieren mee aan een beheersbare en controleerbare visserij. Zo is de "black box' op de schepen geïnstalleerd, een apparaat dat waterdichte controle op de activiteiten aan boord mogelijk maakt. Dit is een eigen maatregel van de sector.

Maar er is meer gedaan. Zo is er een beperking voor wat betreft het aantal schepen dat uitvaart: van de 36 schepen zijn er 22 bezig met de kokkelvangst. Op de Oosterschelde wordt niet meer dan 2500 ton opgevist. Er is een vistijdbeperking. Allemaal maatregelen die de sector zelf genomen heeft - en bepaald geen cosmetische ingrepen die een minder fraaie werkelijkheid verhullen. Het is de kokkelsector ernst. Een verantwoorde visserij waarbij het milieubehoud voorop staat, is voor onze toekomst een levensvoorwaarde.