Japanners naar Cambodja

TOKIO, 8 OKT. Het Japanse kabinet heeft vandaag besloten om deze herfst 1.203 militairen en burgers naar Cambodja te sturen als steun aan de vredesmissie van de Verenigde Naties in dat land. Hun belangrijkste taak wordt het repareren van wegen en bruggen in het zuiden van het door jarenlange oorlog geteisterde land.

Eerste kabinetssecretaris, Koichi Kato, zei na afloop van de kabinetszitting, dat de buren van Japan, waar onder China, hebben ingestemd met de troepenzending.

Het kabinet heeft vandaag ook besloten drie civiele waarnemers naar Angola te sturen voor de verkiezingen, die daar eind september worden gehouden.

Aan de operatie in Cambodja wordt deelgenomen door 600 soldaten van de genie, acht officieren die de wapenstilstand moeten controleren, en 75 civiele politieofficieren. De genietroepen worden na zes maanden vervangen door een nieuwe lichting. Nog eens 520 militairen worden ingezet voor het transport van mankracht en materieel: 400 van de marine en 120 van de luchtmacht.

Het materieel bestaat uit één bevoorradingsschip, twee transportschepen, zes Hercules C-130 transportvliegtuigen, honderden legertrucks, bulldozers en jeeps, duizend geweren en andere lichte wapens. Het meeste materieel is intussen overgeschilderd in VN-wit.

Een wet die in juni na langdurig verzet en vertragingstaktieken van de links-orthodoxe oppositie is aangenomen door het parlement maakt de inzet van Japanse militairen in het buitenland voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog mogelijk.

Omdat volgens deze wet alleen de inzet van Japanse militairen voor vredesmissies is toegestaan en niet voor gewapend VN-optreden, is de bewapening bedoeld als zelfverdediging.

Een van de vier partijen in Cambodja, de Rode Khmer, heeft de wapens nog niet willen neerleggen, omdat zij de VN partijdigheid verwijt ten gunste van Vietnam - een beschuldiging die de VN ontkennen. De Khmer-houding zou de gevechten kunnen doen oplaaien. De Japanse inzet zou dan in strijd zijn met de wet, die het bestaan van een wapenstilstand als voorwaarde stelt. Minister Michio Watanabe van buitenlandse zaken zei vandaag echter dat de Rode Khmer (de factie van Pol Pot) de wapenstilstand die vorig jaar in Parijs is afgesproken niet volledig verwerpt en dat een verslechtering van de toestand onwaarschijnlijk is.

De manschappen krijgen een extra toelage van maximaal 20.000 yen, twee keer zo veel als het personeel van de mijnenvegers die vorig jaar naar de Golf zijn gestuurd. Als militairen worden gedood, krijgt de familie een uitkering. Daarvoor heeft het kabinet in totaal tien miljoen yen uitgetrokken, een bedrag dat mogelijk nog wordt verhoogd tot 50 miljoen yen.