Het broeit weer in de Roemeense mijnen

PETROSANI, 8 SEPT. Als je ze op straat vraagt naar de werkomstandigheden in de kolenmijnen in de Roemeense Jiu-vallei, dan kijken ze angstig om zich heen alsof de Securitate, de geheime politie van dictator Ceausescu, nog bestaat. Maar in de beslotenheid van een naar Nederlandse begrippen groezelig café, spaarzaam verlicht en vol met muggen, komen de verhalen van de mijnwerkers los. Over het nitrogeengas in gangen en pijlers, dat gemakkelijk tot ontploffing komt en dat tot kettingreacties leidt. Daardoor kwamen in 1988 in de Vulkanmijn nog dertig mijnwerkers om het leven en raakten tientallen kompels door brandwonden ernstig verminkt. Over de stoflongen van hun vaders of over hun stoma's omdat de darmen werden aangetast door het binnen krijgen van kolenstof. Over een vroegtijdige dood door hartaandoeningen. Over temperaturen van vijftig graden of nog meer als kolenlagen spontaan tot ontbranding komen. Over het werk op de knieën in enge, modderige gangetjes, die niet groter zijn dan mangaten.

En over de voortdurende angst, die ze na de “schicht” (dienst) wegdrinken met veel bier. Want, zo zegt men in de Jiu-vallei, de enige twee mijnwerkers, die niet dronken zijn, zijn de standbeelden voor het hoofdkantoor van de Régie autonome de l'huile noire (RAH), de administratie van de vijftien kolenmijnen.

Vice-president Petru Brait van de vakbond van mijnwerkers: “Er heersen in de mijnen negentiende eeuwse toestanden. Onze Jiu-vallei behoort tot een van de gevaarlijkste plekken in de wereld. Zelfs het gevreesde Dombasbekken in de Oekraïne is nog een paradijs bij deze hel.”

De Jiu-vallei, die ongeveer 300 kilometer noordwestelijk van Boekarest ligt, is genoemd naar de gelijknamige rivier. Petrosani met 40.000 inwoners is het centrum van het mijngebied. Het stadje zelf, dat wat opbouw betreft lijkt op de voormalige mijngemeenten in Limburg: glooiende straten, lage mijnwerkershuizen, ziet er naar Roemeense begrippen welvarend uit: goed gevulde winkels want er wordt relatief gezien goed geld verdiend, propere straten met bloemenperken, geen bedelaars.

De vijftien mijnen hebben samen ruim 45.000 medewerkers, van wie 9000 mensen, die de kolen delven. De mijnwerkers van de Jiu-vallei zijn een gevreesd sociaal blok in Roemenië. Tot viermaal toe begaven ze zich de afgelopen twee jaar gehelmd en gewapend met knuppels naar de hoofdstad Boekarest en sloegen er lustig op los. Over het motief van hun acties bestaat nog steeds onduidelijkheid. Trokken ze op om de zich communistisch democraat noemende president Iliescu in het zadel te houden of omdat ze wilden laten zien dat de Roemeense regering met de handen moet afblijven van hun werk?

Een ding staat vast: hun acties hebben het imago van het land geen goed gedaan. Tweede secretaris W.A. van Ee van de Nederlandse ambassade in Boekarest: “Buitenlandse investeerders, waaraan dit arme land nu juist zo'n behoefte heeft, laten het afweten uit angst voor nog meer eigenrichting van arbeiders. Voor de Roemeense regering zijn de mijnwerkers een obsessie geworden.”

Het broeit dezer dagen opnieuw in Petrosani en omgeving. Oorzaak van de onrust is, aldus Brait, dat de regering zich te weinig gelegen laat liggen aan de toekomst van de mijnen. “Het het huidige investeringsniveau kunnen we nog twee jaar vooruit: dan is het afgelopen met onze mijnindustrie. ” Dat betekent voor het gebied onherroepelijk de doodsteek. De hoofdredacteur van de plaatselijke krant: “Er zijn geruchten dat de regering de meeste mijnen wil sluiten. De vakbonden vroegen afgelopen jaar 20 miljard Lei voor investeringen in de mijnen, maar de regering wil niet verder gaan dan 6 tot 7 miljard.”

Staatssecretaris dr. Virgil Musatescu van het ministerie van Industrie: “We zijn er helemaal niet op uit om mijnen te sluiten, want kolen zijn voor ons land van stragegisch belang. We willen er een aantal concentreren en moderniseren. Wat we verder willen is de efficiency vergroten. De produktiviteit per mijnwerker ligt veel te laag, omdat men tegenwoordig nog maar zes uur per dag werkt en de weekeinden vrij heeft.”

Geologisch inspecteur van de mijnen in de Jiu-vallei ir. Alfred Huml, wiens Duitse voorouders destijds hierheen kwamen om in de mijnen te werken: “De produktiviteit is de laatste jaren met veertig procent gedaald. We zullen terug moeten naar drieploegendiensten van acht uur. De mensen willen lonen hebben als in het Westen, maar ze willen werken als de Arabieren.” De mijnwerker in de Jiuvallei verdient gemiddeld per maand 45.000 Lei, wat ongeveer 148 Amerikaanse dollar is. Ter vergelijking: een ingenieur in de automatisering van 39 jaar oud verdient per maand 23.000 Lei.

Het mijngebied rond Petrosani is 44 kilometer lang en 2 tot 9 kilometer breed. Er wordt al sinds meer dan 120 jaar kolen gewonnen. De totale kolenvoorraad schat Huml op 2 miljard ton, waarvan tot nog toe 10 procent is gedolven. Negenhonderd miljoen ton is direct winbaar. De dikte van de lagen varieert van 0,2 tot 40 meter. De produktie van de 15 mijnen varieert per mijn van 300.000 tot 1 miljoen ton per jaar. “In vergelijking met de produktie van Ruhrkohle in Duitsland, van de Poolse mijnen in Silezië en in het Donbasbekken in de Oekraïne is dat weinig”, zegt Huml. De totale produktie lag vorig jaar op 5 miljoen ton, wat 1 miljoen ton ligt onder de hoeveelheid, die men zou moeten winnen om de activiteit economisch verantwoord te doen zijn. Zeventig procent van de kolen wordt gebruikt voor het opwekken van electriciteit; 30 procent wordt in de hoogovens verstookt.

Brait van de vakbond vindt het “onbegrijpelijk” dat de regering de mijnen wil sluiten. “De mijnindustrie is de enige tak van industrie in dit land, die tweeëneenhalf jaar na de revolutie groeit.” Staatssecretaris Musatescu de dag erop in Boekarest: “De vakbonden weten heel goed wat onze bedoelingen zijn. We hebben al contacten gelegd met Ruhrkohle in Duitsland om ons aan nieuwe winningstechnologie te helpen. Die technologie is de eerste stap. Daarna zullen we moeten gaan concentreren, want sommige mijnen staan ondergronds al lang met elkaar in verbinding.” Voor de mijnwerkers, die na de herstructuering over zullen schieten - over aantallen wil Musatescu zich niet uitlaten - zal naar ander werk worden gezocht. Met dat doel was in het voorjaar een Roemeense delegatie onder leiding van staatssecretaris Lucian Motiu in Limburg, waar na de mijnsluitingen voor ander werk werd gezorgd. Vertegenwoordigers van de vakbonden van mijnwerkers waren lid van de delegatie, maar die van de Jiuvallei lieten het afweten. Brait: “Wij weigerden om naar gesloten mijnen te gaan kijken.”