Een voorbeeldportefeuille

Het geklaag over de beurskoersen is niet van de lucht. Is beleggen in aandelen daarom een onverstandige vorm van vermogensbeheer? Of verdient dat geen aanbeveling meer omdat een vergelijking van indexen uitwijst dat de beurs niet meer omhoog gaat of lager is dan zo maar een dag in het verleden? Is de kleine beurs man of -vrouwv een slimme vos die het juiste moment afwacht om toe te slaan? Het antwoord op die vragen luidt: neen.

Het beleggen van een deel van je geld in aandelen levert als regel meer op dan vastrentende waarden, onroerend goed, valuta en metalen, om enkele alternatieven aan te geven. Mits je, dat is belangrijk, de fondsen en het moment van aan-/verkoop goed kiest. Soms doet dat er zelfs niet toe. Bij voorbeeld na een overdreven op- of neerwaartse reactie van de beurs.

De (deel)index van koersen en prijzen op een beurs of markt laat zien wat het geheel doet, maar geeft nauwelijks iets aan over individuele koersbewegingen. Een index kan in tien jaar tijd sterk oplopen, maar dat geldt niet voor achterblijvers en winkeldochters in de graadmeter. Maar ook kan een portefeuille tegen de verdrukking in groeien of tegen slecht weer bestand zijn, zelfs als de barometer daalt.

En dan de kleine man/vrouw. Die doet niet meer zo actief mee als voorheen. Is dat verstandig? Onderzoeken wijzen uit dat de stereotiepe particulier, uit de pas heen en weer slingert tussen hoop en vrees. Hij koopt als de markt of de koers van een bedrijf op een hoogtepunt staat en verkoopt op de laagste stand. Niet zó slim dus en zeker geen goede indicator. Of wèl als je tegen het gedrag van die beleggers ingaat.

Wat kan je in deze klagers- markt doen? Sommigen raden aan om te kiezen voor fondsen die tegen een stootje kunnen. Dat is niet altijd een goed advies. Wanneer de beurs binnenkort nog een tik krijgt, gaan ook die kwaliteitsfondsen mee. Gaat de beurs flink omhoog, dan lopen de blue chips in de stijging niet altijd voorop.

Een pessimist, iemand die gelooft in een krach van Europese oorsprong als de Fransen non zeggen tegen Maastricht, kan overwegen put-opties te kopen om te profiteren van de dan te verwachten lagere koersen. Dat is geen originele gedachte, er worden immers al zo veel puts gekocht, tenzij je kiest voor fondsen die nog op een kooplijst staan of niet lijden onder de stemming van de dag. Een paar voorbeelden.

Eerst Elsevier. Geen kwaad woord. Vorige week stuwden de goede halfjaarcijfers het aandeel omhoog naar 112,20 (hoogste jaarkoers op 5 mei 119,70. De put januari 105 daalde van 4,10 naar 2,20 en de 110 van 6,50 naar 4,00 gulden en gisteren in de loop van de dag zakten ze naar 1,60 en 3,20, bij een ongeveer gelijke koers van het aandeel.

Dan Unilever. Een toonbeeld van onbetwiste kwaliteit. Sloot gisteren op 179,20 (hoogste jaarkoers 21 februari 197,30), de put januari 170 op 2,80 en de oktober 170 op 1,00 gulden. En Polygram, die fraaie dochter van Philips. Gisteren 45,10 (hoogste jaarkoers 26 mei 53,60), de put februari 45 doet circa 2,50 en de november 42,50: 1,00 gulden.

Optimisten redeneren anders: de beurs gaat al een paar maanden naar beneden, je moet durven kopen als anderen het af laten weten, de Fransen stemmen oui, Wall Street reageert positief op de nieuwe president, de dollar kan alleen nog maar omhoog en zo voort. Kortom: zij zijn vol hoop. Hoe vertaal je die hoop in een strategie?

Je zou kunnen kiezen voor een mandje met optie-aandelen die flinke schade opliepen, veel meer dan de beursindex, en bijna op de laagste koers van het jaar staan. Herstel van de resultaten en een betere beurs kunnen binnen een tot twee jaar voor hogere koersen zorgen. Het koersrisico naar beneden is beperkt, omdat iedereen die wilde verkopen dat nu wel zal hebben gedaan. Het gaat vooral om onbelaste koerswinst en niet om dividenden. Call- en put-opties spelen een belangrijke rol.

Welke bedrijven passen er in die Portefeuille van de Hoop?

Bührmann Tetterode, DAF, Hoogovens, KLM, Philips en Stork. Om de toepassing van opties te vereenvoudigen zou de selectie kunnen bestaan uit: 100 aandelen Hoogovens, 100 KLM en 100 Philips. Bij elkaar kost dat 9.000 gulden. Door de aandelen KLM en Philips te vervangen door lange call-opties kan de investering verminderd worden, maar dat drukt de eventuele koerswinsten.

Beleggers die niet precies weten wat te doen, kunnen deze voorbeelden overnemen om regelmatig eens na te gaan hoe de waarde verloopt.