De Duitse crisis die nog geen crisis mocht zijn

BONN, 8 SEPT. Was het in Bonn weer eens een crisis die geen crisis was? Het leek er zeer op toen de ene na de andere leidende coalitiepoliticus gisteren trouw zwoer aan kanselier Helmut Kohl en het voor de periode '90-'94 geldende verbond van CDU/CSU en FDP.

Na een chaotische week van botsende voorstellen uit alle hoeken van de coalitie om aan meer geld voor de opbouw van Oost-Duitsland te komen, na een week van onduidelijkheid over de vraag waar de kanselier eigenlijk zelf stond (of staat) in dat wilde debat, klonk het gisteren in elk geval als een gotspe toen Helmut Kohl opmerkte dat “deze coalitie over een ruime meerderheid in de Bondsdag beschikt, voor de zomervakantie heeft bewezen handelingsbekwaam te zijn en dat nu wéér heeft bewezen”.

Kohl doelde daarmee op het voorlopige compromis dat hij heeft bereikt door voor volgende week de sociale partners, de deelstaten, de oppositionele SPD en zijn eigen coalitietop uit te nodigen voor overleg over de “invulling” van een breed solidariteitspact. Daarmee moet zowel de toekomst van de Westduitse economie als de opbouw van de vroegere DDR worden verzekerd. Een invitatie dus die volgens velen eigenlijk twee jaar te laat komt. Dat er onder die critici eigenlijk maar weinigen zijn die de economische zorgen van vandaag destijds al voorzagen, doet daaraan niet af.

Een brede gelegenheidsalliantie in medialand, die reikte van Kohls “vaste vijand” Der Spiegel via de Bildzeitung naar de Kohl doorgaans welgezinde Frankfurter Allgemeine Zeitung, had de afgelopen dagen al getamboereerd op het thema dat de dagen van de kanselier geteld waren en dat er wellicht een nieuwe “grote” coalitie met de SPD op komst was. Een coalitie waarop SPD-voorzitter Björn Engholm zich met intern omstreden programmatische koerscorrecties, en met een aanbod tot “zakelijke steun” aan Kohl c.s., alvast enigszins leek voor te bereiden.

Was er binnen een CDU een koningsmoord, een “putsch” op komst, zoals Der Spiegel voor de vijfde à zesde keer in tien jaar voorspelde? Was het niet opmerkelijk dat CDU-fractieleider Wolfgang Schäuble, Kohls “kroonprins” toch, ruim een week geleden zonder vooroverleg met de kanselier tot zijn nu afgeblazen voorstel voor verplichte renteloze leningen voor hogere inkomens was gekomen? Was het niet opvallend dat Kohls gewezen CDU-secretaris-generaal, Volker Rühe, sinds een half jaar een snel oprukkende minister van defensie, vorige week zei dat hij, net als de SPD, vindt dat de lasten van de Duitse eenwording niet eerlijk verdeeld zijn? En dat het in verband met deze Solidaritätslücke beter zou zijn geweest als, zoals de SPD ook vindt, de tijdelijke extra opslag op de belastingen per 1 juli jongstleden niet zou zijn beëindigd?

Het had er veel van dat de voorzitters van de FDP en de CSU, respectievelijk Otto graaf Lambsdorff en Theo Waigel (ook minister van financiën), gisteren vooral de media tegenspraken toen zij bezwoeren dat zij bij déze coalitie en déze kanselier wilden blijven.

Pag 4: Sociaal-democraten en liberalen zijn nu nog niet aan een crisis toe

Enigszins gènant werd zelfs een voorstelling voor de camera's, waarin de kleine Waigel naast de massieve gestalte van Kohl zei: “Het blijft bij deze coalitie en bij deze kanselier, die ons volle vertrouwen heeft, daarover is geen tel gediscussieerd.”

Lambsdorff riep nog wel dat er met zijn partij niet over verplichte leningen of belastingverhogingen te praten valt en dat de FDP langzamerhand “aan de grens van haar bereidheid tot concessies” is. Hij waarschuwde ook dat hij geen zin had veel langer deel uit te maken van een coalitie “die dagenlang voorwerp van spot bij de burgers is”. Maar ieder in Bonn kon horen dat de graaf zich in een intern coalitie-topverleg bij Kohl aanmerkelijk meegaander had uitgelaten. Zoals iedereen in Bonn kan weten dat de toestand waarin de FDP zich bevindt na het tumultueuze vertrek als minister van haar boegbeeld Hans-Dietrich Genscher, een half jaar geleden, zich niet leent voor grote opstandigheid jegens de CDU/CSU. Zodat het niet vreemd klonk toen Lambsdorff zei dat er voor zijn partij “geen alternatief is voor deze coalitie”.

Het meest ontnuchterend was misschien nog wel de reactie van SPD-voorzitter Engholm, die alle verhalen over een regeringscrisis en een “grote” coalitie vlak om de hoek kalmpjes naar fabeltjesland verwees. Ook hij wees op de grote Bondsdagmeerheid van Kohl. Bovendien, zei hij, de SPD is bereid om die op zichzelf “uitgeregeerde” coalitie “zakelijk” te helpen bij het vinden van antwoorden op “grote nationale vragen” (economische, sociale én die op het gebied van de asielpolitiek), maar over een nieuwe coalitie moeten straks eerst de kiezers maar eens oordelen.

Want zoveel staat vast, ook voor Engholm: de SPD bevindt zich net midden in een hevige discussie over de door de partijtop gesuggereerde koerswijziging inzake het asielrecht en de inzet in VN-verband van Duitse militairen buiten het NAVO-verdragsgebied. Afgelopen weekeinde leed de partijtop alvast eerste nederlaagjes bij de partijkaders in Hessen en Beieren, gisteravond wees ook het gewest Rijnland-Palts de nieuwe lijn-Engholm af. Voor de vestiging van zijn volle gezag, en voor de bevestiging van zijn koerszwenking (hij dacht in juli zelf nog anders), is Engholm daarom aangewezen op een bijzonder congres. Dat komt vermoedelijk, zo wil het SPD-bestuur, pas in november bijeen. Wat betekent dat de SPD en haar regionale premiers volgende week in het overleg met Kohl de kat nog wel even uit de boom zullen willen kijken.

Daar komt nog iets bij. Niet alleen is de SPD mentaal nauwelijks klaar voor regeren en conceptueel op zijn best op weg daarheen, Engholm weet evengoed als de leidende personages in de CDU/CSU en de FDP dat Kohls gezag in zijn eigen partij en onder de Duitse kiezers sterk heeft geleden, maar dat niettemin zijn machtspositie nog zó sterk is dat alléén hijzelf kan besluiten om voortijdig opzij te stappen. Kohl blijft dus voorshands, volgens zijn vertrouwde devies, pappend en nathoudend, geregeld met de rug tegen de wand, af en toe iedere critikus verrassend. Wat hem betreft zeker tot 1994. Tenzij, ja tenzij, de Europeaan Kohl bijvoorbeeld dadelijk besluit om zich door de Franse kiezers te laten wegjagen. Namelijk wanneer die in hun referendum van 20 september “nee” zeggen tegen de verdragen van Maastricht en daarmee zijn droom van een “onomkeerbare” integratie van het verenigde Duitsland in Europa verstoren.