Ciskei: "Men had de duidelijke bedoeling om te doden'; Ciskeise troepen openden zonder aanleiding het vuur

JOHANNESBURG, 8 SEPT. Een gewone demonstratie kon het nooit worden. In de dagen voor de ANC-mars naar Ciskei was de spanning van alle kanten opgebouwd. Het ANC ging brigade-generaal Oupa Gqozo, de militaire leider van het Zuidafrikaanse thuisland, “omverwerpen”. Een coup van het volk tegen de couppleger van 1990. Aartsbisschop Desmond Tutu, geen tegenstander van het ANC, waarschuwde: dit kon uitlopen op een bloedbad.

Aan de Zuidafrikaanse kant van de grens wees niets er gisteren op dat Tutu gelijk zou krijgen. De mars begon om kwart voor twaalf gistermorgen kalm in King William's Town, met zingende en toyi-toyi-dansende mensen. Langs de afgesproken marsroute keek een versterkte macht van Zuidafrikaanse politiemannen en militairen zes kilometer lang toe. De weg was afgezet met het beruchte prikkeldraad met scheermesjes - een Zuidafrikaanse vinding die een succesvol exportartikel is geworden.

Rond één uur kregen de demonstranten - meer dan 80.000 volgens het ANC, 20.000 volgens de politie - het welkom van Ciskei in zicht: tientallen leden van het politiekorps en het leger van het “onafhankelijke” thuisland, bewapend met onder meer lichte machinegeweren. Ze stonden bij het voetbalstadion, het parlementsgebouw en de universiteit, die daar bij elkaar liggen, ruim een kilometer van de hoofdstad Bisho.

Met ANC-kopstukken als Cyril Ramaphosa, Chris Hani, Steve Tshwete, Ronnie Kassrils en Gertrude Shope voorop overschreed de massa de grens, op weg naar het voetbalstadion. Een groep jongeren brak door de omheining en stormde het stadion binnen. Even later, om één minuut over half twee - onverwacht, onaangekondigd en zonder dat iemand een bevel had gehoord - begon het schieten.

De massa dook op de grond, dekking zoekend in het stof voor het geweervuur dat van alle kanten leek te komen. Mensen vluchtten in paniek. Sommigen stortten zich op de ANC-leiders om hen te beschermen. Het eerste salvo duurde ongeveer twee minuten. Het werd stil. Daarna volgde een tweede salvo van ruim een minuut. Het werd opnieuw stil.

Een radioverslaggever die zijn microfoon in de lucht hield en daarmee het hele land getuige maakte van het geratel der machinegeweren, doorbrak de stilte: “Er liggen overal mensen, gewond. Naast mij ligt een man. Hij is dood. Een kogel in zijn hoofd”.

Zo was het overal op het kale slagveld bij de grens: tientallen doden en gewonden. Sommigen werden in de achterbak van auto's geladen en naar het ziekenhuis gereden. Drie kwartier later kwamen de eerste ambulances en helicopters. Journalisten werden door de Ciskeise troepen over de grens gezet. De demonstranten trokken zich terug op Zuidafrikaans grondgebied, waar velen aan de grens de nacht doorbrachten voor een dodenwake.

ANC-secretaris-generaal Cyril Ramaphosa, die net als de overige leiders ongedeerd bleef, verklaarde later: “Toen we opstonden zagen we overal lichamen liggen. Ik zag een man vlak naast me, wiens hoofd voor de helft was weggeschoten. Zijn hersenen hingen eruit. Het was het meest verschrikkelijke dat ik ooit in mijn leven heb gezien”.

Ramaphosa noemde de schietpartij “goed georganiseerd”. “Na het eerste salvo werd er geladen voor het tweede salvo. Men had de duidelijke bedoeling te moorden, zo meedogenloos mogelijk”. Zakenlieden en kerkleiders, die als waarnemers van het Nationale Vredessecretariaat het stof in waren gedoken, reageerden hevig geschokt. “Het was zo absoluut onnodig”, zei voorzitter John Hall. “Als dit een voorproefje is van wat komen gaat in Zuid-Afrika, moge God ons allen bijstaan”.

Demonstranten, waarnemers en journalisten ter plaatse waren het erover eens dat de Ciskeise troepen zonder aanleiding het vuur hadden geopend op een ongewapende menigte. Het Ciskeise leger verklaarde snel na de gebeurtenis dat men had gereageerd op ANC'ers die door het cordon waren gebroken en de troepen met handgranaten en wapens hadden bestookt. De zaak wordt onderzocht.

De gewonden lagen nog op het veld toen de discussie al begon of het ANC niet te ver was gegaan met het houden van de mars in de uiterst gespannen situatie aan de grens met Ciskei. Een maand geleden was een demonstratie van 50.000 mensen op dezelfde plek bijna uit de hand gelopen. Bemiddeling van een VN-waarnemer voorkwam toen een bloedbad.

De demonstratie was officieel gericht tegen het ontbreken van politieke vrijheden in Ciskei. Het ANC en andere politieke organisaties kunnen er geen vergaderingen houden, vakbonden kunnen er niet functioneren. Maar in de week voor de mars maakten ANC-leiders duidelijk dat het doel verder lag. Oupa Gqozo, “de kleine tiran” of “de marionet van Pretoria” genoemd, moest worden afgezet. Ambtenaren en leger- en politiemensen zouden daartoe tegen hem moeten worden opgezet.

De massa-acties van de afgelopen maanden hebben duidelijk gemaakt dat de regering-De Klerk niet omver kan worden geworpen. De actie-strategen van het ANC verplaatsten hun vizier naar de thuislanden, die de beweging niet gunstig gezind zijn: Ciskei, Boputhatswana en KwaZulu. De leiders van Transkei en Venda, even ondemocratisch als Gqozo via een coup aan de macht gekomen, zouden ongemoeid blijven, omdat zij zich in de onderhandelingen aan de kant van de ANC-alliantie hebben geschaard en een onvoorwaardelijke terugkeer van de thuislanden in een democratisch Zuid-Afrika voorstaan.

De diepere politieke bedoeling was een wig te drijven in de alliantie, die opdoemt tussen de Nationale Partij van president De Klerk en een aantal leiders van thuislanden, onder wie Gqozo. Het was geen toeval dat de demonstratie plaats had op de dag dat president De Klerk in Pretoria een conferentie met gelijkgezinden belegde over federalisme, het vers opgekomen staatkundige principe dat als fundament moet dienen voor het anti-ANC-blok. Gqozo bleef noodgedwongen thuis in Bisho.

De loyaliteiten zijn omgedraaid. Toen Gqozo in maart 1990 via een geweldloze coup de macht overnam van de president-voor-het-leven Lennox Sebe, werd hij door ANC'ers juichend binnengehaald. Zijn eerste toespraak voor 100.000 mensen in Ciskei hield hij onder vlaggen van het ANC en de Zuidafrikaanse Communistische Partij. “Terugkeer tot Zuid-Afrika is ons uiteindelijke doel”, verklaarde hij toen. Maar de populariteit van de eigenzinnige leider, wiens leger voornamelijk blanke Zuidafrikaanse officieren telt, nam snel af. Ciskei was volgens de architectuur van de grote apartheid een kunstmatig “thuisland” voor de Xhosa's, net als het naastgelegen Transkei. Het werd in 1981 “onafhankelijk” en leefde vorig jaar van een door Zuid-Afrika verschaft budget van 1,5 miljard rand (ongeveer 900 miljoen gulden).

De propagandaslag om de tragedie van Ciskei woedt in alle hevigheid. Het ANC legt de verantwoordelijkheid vooral bij de regering-De Klerk, omdat zij Gqozo niet in bedwang zou hebben gehouden. De beweging heeft elke eigen verantwoordelijkheid voor het bloedbad woedend van de hand gewezen, omdat demonstreren “overal een democratisch recht is”. De onderhandelingen met de regering zijn in gevaar, zei Ramaphosa. Aan de andere kant noemde minister Pik Botha van buitenlandse zaken de Communistische Partij, partner van het ANC, als kwade genius achter de gebeurtenis. Die partij is volgens Botha uit op confrontatie en machtsovername. “Het ANC wilde deze doden”, zei hij voor de televisie. “Hoe kun je met zo'n partij nog onderhandelen”?