Cabaret met gekke wendingen, maar weinig raffinement; Trio biedt vriendelijk vertier

Voorstelling: Sprokkelaars, door cabaret Niet Uit Het Raam (Joep van Deudekom, Peter Heerschop en Viggo Waas). Regie: Ton Offerman. Gezien: 3/9 in Klein Bellevue, Amsterdam. Aldaar t/m 12/9, daarna elders.

Het derde programma alweer, maar ik heb de vorige twee niet gezien en dus is het cabarettrio met de eigenaardige naam Niet Uit Het Raam nieuw voor mij. Ik zie drie enigszins bedeesd ogende jongemannen die onderhuidse grapjes maken, ietwat filosofisch getinte onzinredeneringen opbouwen en liedjes zingen op karige deuntjes. Hun prille présence doet me denken aan het soort studentencabaret dat in de jaren vijftig hoogtij vierde, hun maagdelijke discours over onbereikbaar mooie vrouwen eveneens. Ik kan niet beoordelen of er sinds hun eerste programma sprake is van een opgaande lijn, ik weet alleen dat hun vriendelijke vertier me in een minzame bui bracht - maar dat er nog heel wat meer aplomb en verbale virtuositeit bij moet om me volledig in hun verzinsels mee te slepen.

Sprokkelaars gaat over het aanleggen van immateriële verzamelingen: menselijke eigenschappen, pijnlijke momenten, rampen. Dat leidt tot cirkelvormige samenspraken, absurde gevolgtrekkingen (“Soms heb je meer aan een schep dan aan een vrouw. Bijvoorbeeld als je in de tuin werkt”) en definities zoals ze in de Encyclopedie van Battus staan. Van de drie spelers leunt Peter Heerschop met enig succes op de naïeve charme van Stan Laurel, terwijl zijn collega's nog vooral de amateurstatus uitstralen. Maar tegenover hun gebrek aan raffinement staan verrassend rare wendingen en opeens een verrassend verstild liedje over gekte: “Ik heb jeuk in m'n hoofd, maar ik kan niet krabben.” Hun vierde programma wil ik, kortom, ook wel zien.