Bolkestein wil heroverweging van "Maastricht'

DEN HAAG, 8 SEPT. VVD-fractieleider F. Bolkestein vindt het onvermijdelijk dat er opnieuw moet worden onderhandeld over het verdrag van Maastricht. Het Sociaal Handvest moet daarbij sterk worden afgezwakt.

Dit schrijft hij in het september-nummer van de Internationale Spectator.

Bolkestein uit reeds geruime tijd “ernstige twijfels” over het verdrag van Maastricht. De EG is volgens hem na het referendum in Denemarken “in een impasse” geraakt. Hij beschouwt de Economische en Monetaire Unie (EMU) als het belangrijkste winstpunt maar ziet daarbij ook gevaren.

De VVD-leider vindt het verkeerd dat de regeringsleiders met de EMU een “onomkeerbaar proces” hebben ingezet. De EMU gaat over circa zeven jaar van start zonder dat de nationale parlementen nog een stem kunnen uitbrengen. “Niemand kan voorzien hoe de Europese economiën er over vijf tot zeven jaar zullen uitzien”, schrijft hij. “Er bestaat een reëel gevaar dat de Europese regeringsleiders uiteindelijk toch de zwakkere lidstaten de hand boven het hoofd zullen houden.”

Hij vindt dat de nationale parlementen bij de oprichting van de Europese Centrale Bank nog een laatste stem moeten hebben. Alle lidstaten zouden net als Groot-Brittannië de optie moeten krijgen om niet mee te doen.

Bolkestein keert zich ook tegen het Sociale Handvest dat de lidstaten - met uitzondering van de Britten - hebben ondertekend. “De Nederlandse ervaring leert dat het sociaal beleid zo dicht mogelijk bij de burger dient te worden uitgevoerd. Dat is op nationaal niveau al moeilijk, laat staan op Europees niveau”, aldus Bolkestein. “Een sociaal Europa is een Europa waar het sociale beleid tot het domein van de lidstaten behoort.”

De VVD-fraktie heeft zich nog niet voor of tegen Maastricht uitgesproken. In een voorlopig verslag stelt de liberale fraktie dat zij “gemengde gevoelens” over het verdrag van Maastricht heeft. De fraktieleden vinden de structuur van de Europese Unie “onhelder” en ze plaatsen vraagtekens bij de overdracht van extra geldmiddelen van de rijkere lidstaten uit Noord-Europa naar de relatief armere in Zuid-Europa. De liberalen vinden bovendien dat het “democratisch tekort” na Maastricht blijft bestaan omdat het Europees Parlement te weinig extra bevoegdheden krijgt. De VVD-fraktie schort derhalve een eindoordeel op tot aan het eind van de behandeling in de Tweede Kamer.