AOW verlaagd bij werkende partner onder 65

DEN HAAG, 8 SEPT. AOW'ers met een werkende partner onder de 65 jaar krijgen in de toekomst een lagere basisuitkering. Het kabinet heeft dit voornemen, dat het al eerder kenbaar heeft gemaakt, in een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer gestuurd.

Met ingang van 1993 krijgen ze, tot de partner 65 wordt, ten minste 50 procent van het netto minimumloon, tegen 70 procent nu. De uitkering kan, net als nu, tot maximaal 100 procent worden aangevuld met een toeslag die afhankelijk is van het inkomen van de jongere partner. De wijziging geldt alleen voor nieuwe AOW'ers.

De Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen (ANBO) verzet zich tegen het plan. Een woordvoerder van deze belangenorganisatie zei het onjuist te vinden dat de AOW-uitkering nu afhankelijker wordt van het inkomen van een jongere partner. Ook vindt de ouderenbond de maatregel in strijd met het emancipatiebeleid van het kabinet, omdat hij het werken van jongere partners, meestal vrouwen, kan ontmoedigen.

De nieuwe regeling heeft geen gevolgen voor partners (gehuwd of samenwonend) die beiden 65 jaar of ouder zijn (dus ieder 50 procent van het minimumloon krijgen) en evenmin voor mensen die op dit moment al een AOW-uitkering ontvangen. Het ministerie van sociale zaken schat dat de ingreep op den duur voor 38.000 toekomstige AOW'ers een financiële achteruitgang zal betekenen. Het gaat dan om AOW'ers met een partner jonger dan 65 jaar die (gerekend naar het huidige inkomensniveau) meer dan 1181 gulden per maand verdient. Volgend jaar betekent deze korting een bezuiniging van 20 miljoen gulden; uiteindelijk komt de besparing op 190 miljoen per jaar uit.

Er zijn ongeveer 175.000 AOW'ers met een partner die jonger is dan 65. In de meeste gevallen hebben die partners geen of een beperkt inkomen. Nu ontvangt zo'n AOW'er 70 procent van het minimumloon, aangevuld met een toeslag die, afhankelijk van het inkomen van de partner, maximaal 30 procent bedraagt. In de nieuwe situatie krijgt de AOW'er 50 procent van het minimumloon en kan de toeslag tot 50 procent oplopen.

Het ministerie van sociale zaken stelt dat met de nieuwe regeling de AOW in overeenstemming wordt gebracht met het uitgangspunt dat alleen de leefsituatie van belang is voor de hoogte van het ouderdomspensioen en niet de leeftijd van de jongere partner.

De AOW, die in 1957 in werking is getreden, is de laatste jaren al vaker veranderd, vooral door de invoering van het principe van de gelijke behandeling. Daardoor heeft iedere pensioengerechtigde zelfstandig recht op een basisuitkering - dat was voor gehwude vrouwen tot 1985 anders - en verdween in 1987 ook het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden.