"Academici zien meer grote verbanden'; Student leert behalve handwerk onderzoek doen naar vakgebied; Max Snijders wordt Gronings hoogleraar in de journalistiek

M.L. SNIJDERS, hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad, is vorige week benoemd tot hoogleraar journalistiek, in het bijzonder nieuwsgaring, selectie en presentatie aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Een academische benadering van journalistiek mag niet het gevoel van opgewondenheid wegnemen.”

UTRECHT, 8 SEPT. De titel prof. is al voor zijn naam gezet in de krant waaraan hij nog leiding geeft tot januari: Max Snijders, sinds 1965 hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad. Vanaf oktober reist hij één keer per week naar Groningen om zijn leeropdracht uit te voeren.

Eensgezind was het universiteitsbestuur niet over de benoeming van Snijders, omdat hij niet is gepromoveerd. “Ik ben slechts doctorandus in de politicologie. Maar goed, de universiteit was er rijp voor en zij moeten hebben gedacht: "hier hebben we een man uit de praktijk en die gaan we daarvoor vragen'. De benoeming komt mij prachtig uit. In januari ga ik met vut en nu hoef ik mijn dagen tenminste niet in totale ledigheid door te brengen.”

De opzet van de studie is niet alleen de ongeveer 50 studenten die zich willen bekwamen in "het vak' het handwerk te leren, maar om journalistiek ook wetenschappelijk uit te pluizen. “Een doctorandus in de journalistiek zal in brede zin de samenleving en de rol van de journalistiek daarin hebben onderzocht. Bijvoorbeeld de mate waarin journalisten worden gemanipuleerd en wat zij daaraan kunnen doen; de invloed van de aanwezigheid van een journalist op een gebeurtenis en het rondzingen van het nieuws: hoe een feitje steeds verder wordt opgeblazen.”

Maar zitten kranten daarop te wachten, doctorandi journalistiek? Wordt niet de voorkeur gegeven aan historici, economen, juristen of gewoon goed getrainde journalisten?

“Feit is dat kranten steeds vaker academisch geschoolden in huis willen hebben. Ze gaan gemakkelijker om met bronnenmateriaal en hebben een bredere visie op het eigen functioneren. De meeste journalisten bijten zich snel vast in het hokje waarin ze werken en kijken niet naar andere gebieden. De grotere verbanden ontgaan hen. En er wordt door de gemiddelde journalist ook te weinig gekeken naar de eigen krant, in welke positie deze zich bevindt. De hoofdredacteur kan dat niet meer alleen. De samenleving wordt steeds ingewikkelder, academisch geschoolden kunnen die complexiteit gemakkelijker overzien, met name op het gebied van economie en financiën. Bij die vakgebieden is het dan ook raadzaam eerst een studie over die onderwerpen af te maken alvorens in de journalistiek te gaan. Maar daarnaast zie ik geen andere studie die dat vereist. Ik weet eigenlijk niet of het in het programma staat, maar deze studie journalistiek moet natuurlijk wel luiken openzetten naar andere vakken zoals sociologie, geschiedenis of psychologie. En verder mag een academische benadering van het vak niet het gevoel van opgewondenheid wegnemen dat zo essentieel is voor journalistiek. Dat risico zit er wel in als je wordt geleerd eerst eens rustig over iets na te denken.”

Doubleert de studie niet met de post-doctorale opleidingen journalistiek, de scholen voor journalistiek en communicatiewetenschappen?

“De studie in Groningen moet absoluut niet gezien worden als iets dat alle andere studies opzij schuift. Het is een goede aanvulling als een stuk of tien studenten er jaarlijks op afstuderen. Ik verwacht verder ook niet dat er een tweedeling zal ontstaan tussen journalisten afkomstig van de scholen, waar meer de nadruk op het handwerk wordt gelegd, en de universitaire opleidingen. Nimmer zal formeel de eis van een universitaire studie mogen worden gesteld om tot de journalistiek te worden toegelaten. Er zullen altijd mensen blijven die door begenadigd schrijven groot worden in dit vak zonder dat ze een academische opleiding hebben genoten of zelfs maar een school voor de journalistiek hebben gedaan - hoewel dat laatste steeds zeldzamer wordt. Communicatiewetenschappers zijn over journalistiek altijd veel te theoretisch bezig. Ik heb er slechte ervaringen mee, uit de tijd dat ik discussies voerde over de Nieuwe Internationale Informatieorde. Ik moest er toen voor knokken dat door communicatiewetenschappers niet een code zou worden opgesteld waaraan journalisten zich dienden te houden. Men vond dat journalisten een "duty' hadden. De relatie tussen de journalist en het publiek is het nieuws: hoe breng je wat er gebeurt over op de lezer, die de behoefte heeft om inzicht te krijgen in en kennis van zijn omgeving. Die taak wordt door de journalist beroepsmatig vervuld.”

Bent u niet bang dat wanneer uw studenten eenmaal op een redactie werken, ze zich verheven zullen voelen boven al hun collega's, die niet zo diep in hun eigen vak hebben gegraven?

“Nee. Ik wil ze een kritische houding aanleren, tegenover zichzelf, tegenover de mate waarin ze worden beïnvloed door hun eigen wishful thinking, hun eigen vooroordelen. Ze hebben zich verdiept in vele facetten van dit vak.”

En kennen daardoor ook goed de beperkingen?

“Ja, maar niet alleen dat. Ze weten hoeveel impact nieuws kan hebben op de journalist. Zo wil ik ook de taboes in de journalistiek aan de orde stellen. De vrees te stigmatiseren heeft geleid tot het stelselmatig niet-vermelden van etnische afkomsten, ook daar waar het wel degelijk relevant was. Op dat moment is de journalist bezig zijn eigen geloofwaardigheid te ondergraven.”

Nederlandse kranten hebben diep in de maatschappij ingebedde "identiteiten'. Zijn ze wel geschikt voor het type journalist dat u wilt afleveren?

“Kranten worden beter als er meer journalisten zijn van het type dat ik schets. Maar goed, als ze bij een krant beginnen zullen ze ook met hun poten in het bluswater moeten staan, net als ieder ander beginnend journalist.”

Zijn er straks nog wel voldoende kranten voor al die studenten die een carrière in de journalistiek beogen? Door verdergaande samenvoegingen verdwijnen er steeds meer krantetitels.

“Toen ik hoofdredacteur werd, telde Utrecht vijf titels. Zomaar iemand ergens drie weken opzetten kon niemand zich veroorloven. Er waren geen opiniepagina"s, geen specialismen. Nu is er weliswaar minder keus, maar er is sprake van een enorme kwalitatieve verbetering. Regionale kranten verliezen lezers aan met name NRC Handelsblad en De Volkskrant. Kennelijk is er behoefte aan intensivering.”

Uw eerste colleges zullen het schrijven van het hoofdartikel behandelen. Is het niet verstandiger te beginnen met het schrijven van een bericht? En is het hoofdartikel wel te leren?

“Ik heb nog weinig voorbereid. Het hoofdartikel behandelde ik reeds enige tijd op een post-doctorale opleiding hier in Utrecht. De twee nu al aanwezige docenten nemen voorlopig ook andere onderwerpen voor hun rekening. Het belangrijkste bij een hoofdartikel is eerst goed te hebben nagedacht. Daarna volgt de tekst vanzelf.”