Vrouwenkwartet te traag in tijdrit

BENIDORM, 7 SEPT. Het nationale wielerkwartet was er niet echt rouwig om. De zevende plaats van Leontien van Moorsel, Ingrid Haringa, Astrid Schop en Lenie Dijkstra zaterdag op de 50 kilometer ploegentijdrit bij het wereldkampioenschap was weliswaar tegenvallend, maar ook ingecalculeerd. Het onderdeel, waarop de Verenigde Staten in Benidorm de gouden medaille behaalde, had voor Oranje geen hoge prioriteit. Bondscoach Piet Hoekstra zette deze competitie alles op de Olympische Spelen en de Tour Féminin. Met succes. Monique Knol werd in Barcelona derde op de individuele wegwedstrijd, Haringa sprintte naar brons en Van Moorsel triomfeerde in de Franse vrouwentour.

De voorbereiding op de race tegen de klok om de regenboogtrui was dan ook heel beperkt. Ze begon pas na het olympische avontuur. De aanloop van Van Moorsel en Haringa werd vorige week zondag nog onderbroken door de WK-puntenkoers in Valencia, die Haringa goud opleverde. Dat Nederland de tijdrit weinig serieus nam bleek ook uit het feit dat Dijkstra vóór Benidorm het nummer nog nooit had gereden. In vergelijking met verleden jaar was het team sterk vernieuwd. Het enfant terrible Knol bedankte na felle botsingen met Hoekstra en Van Moorsel, ook Cora Westland en Monique de Bruin verdwenen van het toneel.

Het viertal Van Moorsel, Haringa, Schop en Dijkstra draaide in de eerste tien kilometer te traag om succes te hebben. “Ze haalden 42 kilometer per uur en dat is te weinig”, stelde Hoekstra vast. Halverwege de rit bezette Oranje de negende positie. De vrouwen kwamen daarna goed in hun ritme en klommen ten slotte naar de zevende plaats. “Meer zat er niet in”, riep Van Moorsel, de gangmaakster. “Volgend jaar beter.”