Vergeten composities klinken op slotdagen Oude Muziek

Concerten: Holland Festival Oude Muziek Utrecht. Gehoord: 2-6/9 op diverse plaatsen in Utrecht.

Het Holland Festival Oude Muziek dat zondagavond op spectaculaire wijze werd "uitgeblazen' in Muziekcentrum Vredenburg met Haydns Abschiedssinfonie, vaart op thema's, zoals dit jaar Iberische muziek, en herdenkt daarbij componisten. Het jubilerende rijtje waaruit men dit jaar kon putten, telde namen als Busnuis, Ingegneri, Jenkins, Mazzocchi, De la Puente, Striggio, en Van Wassenaer.

Daarnaast presenteert men als het zo uitkomt ook vondsten, zoals in het begin van deze eeuw door die Spaanse boekhandelaar die als bindmateriaal een los vel aantrof met daarop Cantigas de Santa Maria. En twee jaar geleden vond de musicoloog Harvey Sharrer een perkamenten blad, ook al uit een boek gescheurd, met cantigas van de Portugese koning Dinis (1261-1325).

Gedichten zijn er genoeg overgeleverd, maar nu beschikken wij opeens over zeven licht-melancholieke, spitsvondige liederen. Zij werden woensdag uitgevoerd door het Ensemble Sinfonye, heel fraai maar nogal eenvormig voorgedragen door Vivien Ellis, klankrijk maar zonder tekstuitdrukking.

Dinis' grootvader, Alfonso X van Castilië, bijgenaamd El Sabio (1221-1284) liet ons met de Cantigas de Santa Maria een veel afwisselender en rijker erfgoed achter. Sinfonye huldigt in de instrumentale bijdragen wel degelijk levendige opvattingen. Met name het slagwerk heeft een belangrijke rol: vedel en handtrom markeren in sterke accenten de ritmische puls en dat maakt van de liederen opzwepende dansen. Luisterrijk klonk op het tweede concert Ontre toda - las vertudes (cantigas no. 323) met een gastoptreden van de zangeres Equidad Bares, die het bezongen Maria-wonder uiterst plastisch bracht, bijna meer verhalend dan zingend, terwijl Vivien Ellis ditmaal een tweede stem zong, uitgaande van een ingetogen bourdon boven de melodie.

Het Nederlands Kamerkoor zong onder Paul van Nevel geïnspireerd een programma met de titel "De collega's van Josquin des Préz' en als uitschieter het achtstemmige chanson Je prens congis van Nicolas Gombert, waarin zuchten en wenen op hoogst gemaniëreerde wijze worden uitgedrukt.

Het Newyorkse ensemble Pomerium Musicus onder leiding van Alexander Blachly waagde zich aan de Vlaamse componist Orlando di Lasso. Het vijfstemmige I me transierunt is een schoolvoorbeeld van de toepassing van muzikaal-retorische figuren. Pomerium Musicus zingt heel ritmisch en geeft een glashelder opengewerkte polyfonie te horen, vergeleken met het Nederlands Kamerkoor in veel sterkere, om niet te zeggen "stalen' draden. Van Nevel laat veel meer ruimte aan plooibaarheid en eigen inbreng toe, Blachly staat vlak voor zijn zangers en houdt alles strikt onder controle. Voor de Spaanse mystiek (Tomas Luis de Victoria) blijkt dit funest, die klinkt te weinig geheimzinnig, met te weinig halftinten.

Van het Ensemble 415, geleid door violiste Chiari Banchini, had ik mij meer voorgesteld. Zij experimenteert met een Tartini-strijkstok, die langer is dan gebruikelijk en daardoor gemakkelijker aanspreekt in het bovenste deel, waardoor Tartini's Messa di voce fraaier klinkt. Het Cantabile in de Sonate in A klonk innemend-elegant, maar wat ik miste was vervoering, het Ensemble musiceert niet markant genoeg.

Vonken spatten er wel degelijk af op het concert gewijd aan Rossini, tweehonderd jaar geleden geboren. Xenia Meijer nam in de cantate Giovanna d'Arco alle risico's en zo hoort het ook, zeker in de virtuoze cabaletta met dito cadens, die immers niet terughoudend kan worden uitgevoerd. Meestal beluistert men een wendbare sopraan, maar Xenia Meijer heeft in een warme mezzo-tint meer te bieden, niet alleen "hups' maar ook gloedvol.

Die combinatie van elegant en intensief was ook kenmerkend voor het slotoptreden van het geïnspireerde Concerto Köln: twee symfonieën van de tweehonderd jaar geleden overleden Joseph Martin Kraus. Temperament spreekt uit de sprankelende finaledelen, soms zelfs met een Beethoveniaanse allure, en de langzame delen zijn stijlvol en waardig. Een ontdekking van het festival, deze onderschatte Zweedse hofmusicus.

Geslaagd vond ik eveneens de keus van Jan Ladislav Dussiks Pianoconcert in Bes, de tweede uit een serie van vijftien. Deze tijdgenoot van Beethoven triomfeerde in Den Haag en Amsterdam en gaf pianolessen aan de kinderen van stadhouder Willem V. Dussik bespeelde ook de glasharmonica en was uitvinder van de aeolusharp met als opzet de ramen in geheel Frankrijk door de wind tot klinken te laten brengen, een heerlijke fantast. En zo komt ook zijn concert over, onnavolgbaar uitgevoerd door klanktovenaar Andreas Staier.

Volgend jaar besteedt het Holland Festival Oude Muziek Utrecht extra aandacht aan drie componisten: Guillaume de Machaut (1300-1377), Claudio Monteverdi, overleden in 1643 en dus weer ter herdenking geplaatst, en Schubert.