Tadzjiekse president laat zich niet wegsturen

MOSKOU, 7 SEPT. Terwijl de gewapende strijd om het zuiden van Tadzjikistan het karakter van een burgeroorlog heeft aangenomen waarbij afgelopen dagen minstens honderd doden zijn gevallen, wordt in de hoofdstad Doesjanbe het politieke gevecht om het presidentschap voortgezet. Vandaag is het parlement van Tadzjikistan wederom niet bij machte geweest om bijeen te komen voor een zitting waarin zou moeten worden beslist over het lot van president Rachmon Nabijev. Wegens het ontbreken van een quorum is de sessie uitgesteld tot morgen. Het was de derde keer in vier dagen dat er onvoldoende volksvertegenwoordigers kwamen opdagen.

De politieke crisis in Tadzjikistan is vorige week veroorzaakt door de weigering van Nabijev om af te treden. Vijf dagen geleden zegden het kabinet van ministers en het presidium van het parlement hun vertrouwen in Nabijev op. Vervolgens werd de Opperste Sovjet voor een "buitengewone sessie' bijeen geroepen om dit besluit te fiatteren. Maar tot nu toe is het parlement nog niet eens in staat gebleken de eventuele aftreden van Nabijev op de agenda te zetten.

President Nabijev zelf verzet zich tegen het besluit van de ministers en de parlementsleiding. Hij wordt daarbij gesteund door de "clan' van Leninabad, een plaats in het noorden van waaruit de Centraal-Aziatische republiek al sinds mensenheugenis wordt geregeerd. Nabijev, voormalig partijleider ten tijde van Leonid Brezjnev, is een representant van die clan.

Volgens Nabijev zou zijn aftreden de “stabiliteit” van het land niet te goede komen. Zolang de volksvertegenwoordiging daarover geen andersluidend oordeel heeft geveld, kan hij aanblijven als staatshoofd. Nabijev is vorig jaar rechtsstreeks door de bevolking van Tadzjkistan gekozen. Alleen het parlement kan hem bij gekwalificeerde meerderheid afzetten.

Zijn critici verwijten Nabijev vooral dat hij niet in staat is geweest de zuidelijke regio van Tadzjikistan in toom te houden. Daar woedt nu al enige weken een gewapende machtsstrijd tussen paramilitaire eenheden van de islamitische oppositie, die wordt gesteund door Afghaanse fundamentalisten, en aanhangers van Nabijev uit het noorden. Ook de Russische grenstroepen worden zo nu en dan in de gevechten betrokken.