Suriname boos na kritiek op effect van hulp

DEN HAAG/PARAMARIBO, 7 SEPT. Zowel in de door hemzelf geleide parlementaire delegatie als in Suriname is kritisch gereageerd op de opmerking van het CDA-Kamerlid H. Aarts dat de Nederlandse ontwikkelingshulp aan dat land totnutoe geen enkel effect heeft gehad.

Het Tweede-Kamerlid A. Melkert (PvdA), die ook deel uitmaakte van de delegatie, zei vanmorgen de opmerkingen van Aarts “weinig relevant” te vinden. Melkert is het ook niet eens met Aarts' pleidooi voor strengere maatregelen om de terugkeer van Surinaamse studenten naar hun vaderland te stimuleren.

In Suriname is woedend gereageerd op Aarts' uitspraken. Volgens het parlementslid A. Kallan van de regeringscoalitie Nieuw Front praat Aarts “met gespleten tong” en heeft hij in Paramaribo juist gezegd vooruitgang te hebben geconstateerd. Volgens Kallans fractiegenoot A. Kruisland is de geloofwaardigheid van de delegatieleider in het geding geraakt. Het parlementslid Brunnings, lid van een tweemansfractie, typeerde Aarts' woorden als “podiumpraat”.

Aarts zei gisteren bij terugkeer op Schiphol dat zijn Kamerdelegatie, die een week in Suriname heeft doorgebracht, heeft moeten constateren dat de ontwikkelingshulp tot nu toe geen enkel resultaat heeft gehad. Nieuwe gelden zullen dan ook beslist niet onvoorwaardelijk worden gegeven, aldus Aarts. “We zullen zeer nauwlettend toezien dat er voorwaarden gesteld worden bij de besteding van Nederlandse hulp. Die bestedingen moeten nauwgezet gecontroleerd worden.”

Het PvdA-Kamerlid Melkert vindt het “weinig relevant” om over het effect van Nederlandse ontwikkelingshulp aan Suriname te praten, omdat deze na de decembermoorden van 1982 vrijwel geheel is stopgezet. “Op de daaraan voorafgaande periode is wel kritiek mogelijk, maar die ligt nu ver achter ons. We moeten nu met de huidige, nieuwe situatie werken. De besteding van het geld is een gedeelde verantwoordelijkheid van Nederland en Suriname.”

Melkert zegt zich te “herkennen” in de observaties van Surinaamse parlementsleden die verklaren dat Aarts in Paramaribo juist heeft gezegd dat hij vertrouwen heeft in de gang van zaken, vooruitgang heeft gemerkt en ook bij regering het serieuze voornemen heeft geconstateerd om de problemen aan te pakken. Melkert: “Dat klopt met mijn ervaringen. Het accent dat Aarts nu legt op zijn twijfel aan de effectiviteit van hulp is voor zijn eigen rekening. Het voegt weinig toe aan wat we in Suriname hebben besproken. Ze moeten daar, in een nieuwe situatie, weer helemaal opnieuw beginnen.”

Aarts pleitte tevens voor strengere maatregelen om de terugkeer van Surinaamse studenten naar hun vaderland te stimuleren. Melkert vindt dat voorbarig: “Aarts' conclusie gaat te ver. We moeten bij dit probleem niet alleen het Surinaamse staatsbelang volgen maar ook de individuele belangen van de student.” De Surinaamse regering heeft de Kamerdelegatie voorgesteld de methode toe te passen van landen als de Verenigde Staten en België, waar afgestudeerden direct na beëindiging van hun studie worden teruggestuurd en geen verblijfsvergunning krijgen.