Rode kruis

In reactie op het artikel over de groeiende chari-markt (NRC Handelsblad, 31 juli) doe ik hierbij relaas van mijn ervaring met het Nederlandse Rode Kruis (NLRK).

In oktober afgelopen jaar verzocht het NLRK mij of ik als arts uitgezonden wilde worden naar Nigeria in verband met een cholera-epidemie. In acht dagen moest ik voor een half jaar naar Nigeria verhuizen. (Achteraf bleek deze vacature al een maand op een bureau van het NLRK te hebben gelegen.) Bij de "briefing' verklaarde het NLRK dat de Nigeriaanse ambassade niet wilde meewerken aan het snel verkrijgen van een visum. Het hoofdkantoor in Genève zou ervoor zorgen. In Genève werd mij medegedeeld dat dit in Lagos klaar zou liggen.

Normaliter laat een luchtvaartmaatschappij een passagier zonder visum niet het vliegtuig in, maar het werd niet gecontroleerd. Bij aankomst in Lagos werd mij door de Nigeriaanse immigratiedienst bevolen direct met hetzelfde vliegtuig weer terug te keren omdat ik geen visum had. Dit weigerde ik: mijn bagage was al afgevoerd door het Nigeriaanse Rode Kruis. Hierop werd ik achttien uur gevangen gezet. Na persoonlijke tussenkomst van de Nigeriaanse minister van gezondheid werd ik vrijgelaten en kreeg ik een visum. Op mijn boze telex naar het NLRK kwam geen reactie. De Nederlandse ambassade in Lagos liet mij weten dat “iedere Nederlander dan wel organisatie die Nederlanders uitzendt dient te weten dat bij binnenkomst in Nigeria een visum benodigd is”.

Het NLRK berichtte mij onlangs zich niet verantwoordelijk te achten voor mijn gevangenneming, en wijt het ontbreken van een visum aan "een plaatselijke communicatiestoornis in Nigeria'. In werkelijkheid ontving het Nigeriaanse Rode Kruis een dag voor mijn aankomst uit Genève het verzoek een visum te regelen. NLRK noemt dit "het treffen van adequate voorzieningen voor het verkrijgen van een visum'.