Rentemarkten bleven vorige week balanceren tussen hoop en vrees

ROTTERDAM, 7 SEPT. Aanvankelijk liet de Nederlandse rentemarkt hetzelfde beeld zien als de weken ervoor, een merendeels voorzichtig sentiment in afwachting van het Franse EMU-referendum op 20 september. De rente lag opnieuw zo goed als onveranderd boven de 8,3 procent grens, een niveau dat sinds geruime tijd als ondergrens fungeerde. In dit beeld kwam vrijdag duidelijk verandering, toen in navolging van de Amerikaanse en Britse obligatiemarkt een forse rally optrad. Daarbij zorgde de verklaring van de Europese ministers van financiën om de rentetarieven niet te verhogen en onverkort een herschikking in het EMS uit te sluiten voor het benodigde psychologische zetje in de rug. Met name het feit dat Duitsland tevens bekend maakte “in de huidige omstandigheden” niet tot een renteverhoging over te gaan, werd als positief ontvangen. Dit zegt waarschijnlijk meer over het huidige sentiment dan over de beleidsintenties van de Bundesbank op termijn. Vanochtend was het rendement van de 10-jaars benchmark al tot 8,20 procent gedaald. Van een keer ten goede is overigens zeker geen sprake. De speculaties over de gevolgen van de uitslag van het Franse referendum zijn even talrijk als de opiniepeilingen, en de aanhoudende spanningen aan het internationale valutafront zullen ongetwijfeld tot een nieuwe test voor het EMS leiden.

Bovendien laten ook de fundamenteel economische factoren nog steeds geen eenduidig beeld zien. De laatste cijfers in Duitsland en Nederland wijzen ook hier op een groeivertraging, zij het dat in deze landen het tempo en de mate van afzwakking onregelmatig verloopt. Hetzelfde geldt eigenlijk voor het laatste Nederlandse inflatiecijfer over augustus: waar algemeen werd verwacht dat de dalende trend van de laatste maanden zou worden voortgezet, vormde de toeneming tot 3,5 procent een toch wel een duidelijke tegenvaller. De laatste Duitse inflatiecijfers indiceerden ook een hardnekkige onderliggende prijsontwikkeling.

Door de aanhoudende belangstelling op de internationale financiële markten voor de Duitse mark kwam deze munt voor het eerst sinds 1987 bovenin het EMS te liggen. Om de gulden in het spoor te houden was De Nederlandsche Bank vorige week genoodzaakt het speciale beleningstarief met 0,1 procentpunt te verhogen, tot 9,7 procent. Als gevolg hiervan is de geldmarktrente tot bijna 10 procent opgelopen, het hoogste niveau in meer dan tien jaar. De banken verhoogden dientengevolge de extra opslag op hun debettarieven. Echte problemen doen zich voor de gulden overigens niet voor, mede omdat De Nederlandsche Bank met het oog op het onzekere sentiment een strak geldmarktbeleid voert.

Tussen alle bedrijven door kon de Minister van Financiën opnieuw zijn slag slaan: de inmiddels gesloten 15-jarige toonbanklening bracht 7 miljard gulden op, hetgeen betekent dat middels de vijf openbare leningen dit jaar 40,3 miljard gulden is binnengehaald. Tezamen met de opname op de onderhandse markt en de voorinschrijfrekening komt het totaal geleende bedrag uit op 46,3 miljard. Afgezet tegen de totale financieringsbehoefte van, zoals het zich nu laat aanzien, 47,4 miljard guldfen, betekent dit dat door de Nederlandse staat dit jaar hoogstwaarschijnlijk geen openbare obligatielening meer worden geplaatst.

Voorlopig blijven het evenwel de valutamarkt ontwikkelingen, en daarmee ook de reacties van de monetaire autoriteiten, die het rentebeeld zullen blijven bepalen.

Internationale obligatiemarkten

De Europese obligatiemarkten vertoonden de afgelopen week on-Europese trekjes door verscheidene divergerende rentestanden. De Engelse rentemarkten konden profiteren van plannen van het Britse Ministerie van Financiën om voor een equivalent van ECU 10 miljard aan leningen uit te brengen teneinde hiermee de positie van het pond binnen het EMS veilig te stellen. Deze positie staat al enige tijd onder druk door het relatief hoge renteverschil ten opzichte van de D-mark, de zwakke dollar en de penibele binnenlandse economische situatie. Bovendien speelt de spanning rond het Franse referendum evenmin in de kaart van een sterk pond sterling. Gezien de tijdspanne waarover de diverse leningen ter waarde van ECU 10 miljard worden geëmitteerd lijkt de Britse regering zich tot na 20 september middels interventies te hebben gecommitteerd aan een stabiele positie van het pond. Het alternatief voor interventies, een officiele renteverhoging, is hierdoor momenteel niet aan de orde. De Engelse obligatiemarkt reageerde positief op de aankondiging van de leningen. De Engelse 10-jaars rente staat weer op het niveau van twee weken geleden (9,03 procent), waardoor een tussentijdse rentehobbel van 30 basispunten ongedaan werd gemaakt.

Het Franse referendum werpt ook op de overige Europese markten haar schaduw vooruit. In Frankrijk, Spanje en Italië werden in dit sentiment staatsleningen geëmitteerd. Voor de laatste twee landen liep dit niet goed af. De leningen werden dermate slecht ontvangen dat zelfs een gedeelte van de geplande emissies geen doorgang kon vinden.

In de Verenigde Staten was het sentiment de afgelopen week positief. Vóór de bekendmaking van de toonaangevende werkloosheidscijfers had de 10-jaars rente al een daling laten zien. Hernieuwde tekenen van een zwakke economie deden handelaren de zorgen over de dalende dollar en de presidentsverkiezingen vergeten. De vrijdag bekendgemaakte werkloosheidscijfers bevestigden nog eens het negatieve beeld van de Amerikaanse conjunctuur. De Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, reageerde middels een verlaging van het door haar gestuurde interbancaire daggeld met ¼ procent tot een niveau van 3 procent, het laagste in 29 jaar. De 10-jaars rente daalde hierna verder tot 6,40 procent, 23 basispunten minder dan een week ervoor.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank en Robeco Groep