Popfestival in Rotterdam brengt weinig nieuw geluid; Punk, funk en hippe dansmuziek

Metropolis Festival met Hallo Venray, Smashing Pumpkins, Laurie Anderson & Michel Waisvisz, John Trudell, Young Gods, Burma Shave, Les VRP, Menace, Nicolette en anderen. Gehoord: 6 sept Zuiderpark, Rotterdam.

De vijfde editie van het Metropolis-festival in het Rotterdamse Zuiderpark trok gisteren ruim 80.000 bezoekers. Net als andere jaren lag de nadruk op nieuwe, avontuurlijke en tegendraadse popmuziek. Het gratis toegankelijke Metropolis fungeert als een soort uitmarkt van het komende concertseizoen, waarbij een indruk wordt geboden van stromingen en ontwikkelingen die zich in het clubcircuit aftekenen. Publiekstrekkers ontbreken welbewust op het programma en met twintig min of meer nieuwe namen deed de organisatie een beroep op de nieuwsgierigheid van het "alternatieve" poppubliek. Het weer zat mee, want pas tegen de avond vielen enkele druppels regen op het modderige festivalterrein.

Als barometer van het popklimaat weerspiegelde Metropolis het vacuüm tussen de opkomst van de nieuwe dansmuziek en de jongste ontwikkelingen in de rock & roll. De aan de oppervlakte verschenen "underground" van punkgroep Nirvana en de blanke funk van de Red Hot Chili Peppers hebben in razend tempo school gemaakt. In Nederland heeft de zogenaamde cross-over van funk en gitaarrock onderling inwisselbare groepen opgeleverd als het Haagse Burma Shave en Beatcream uit Haarlem, die ongeveer gelijktijdig lieten horen dat ze het stadium van imitatie nog maar nauwelijks zijn ontgroeid. Daar tegenover stond de enigszins krampachtige zoektocht naar originaliteit van de Rotterdamse formatie Cobraz, die een overdaad aan luchtige percussiesalvo's koppelde aan een zwaarmoedige rockzanger. Overigens sloeg geen van deze Nederpopgroepen een modderfiguur in vergelijking met de Franse Wampa's, die er alles aan deden om hun ouderwetse punkrock zo lelijk mogelijk te laten klinken. Gelukkig brachten landgenoten Les VRP het er beter vanaf, met beschilderde gezichten en aanstekelijke volksmuziek op zelfgemaakte instrumenten.

Het was een veeg teken, dat de uit het zuiden van Engeland afkomstige Cropdusters werden aangekondigd als het logisch vervolg op The Pogues. Weliswaar combineren beide groepen folk- met punkinvloeden, maar in de elektrische benadering van The Cropdusters ontbreekt de nuance en de subtiliteit. Het toonloze dronkemansgezang inspireerde alleen een groepje ingewijden tot een wilde dans. Misschien is het Hollandse poppubliek er te nuchter voor, maar ook de holle pose van het in Engeland razend populaire scheurgitaarkwartet Ride vond hier weinig bijval.

Zoals gezegd was er aandacht voor hippe dansmuziek, al passen house en jazzdance per definitie beter in donkere discotheken dan op een rockpodium bij daglicht. De verwachtingen waren hoog gespannen voor het podiumdebuut van de Britse Nicolette, die op grond van haar even mooie als ondefinieerbare album Now is Early werd getipt als de "Billie Holiday van de house". Haar schutterige optreden met dansers en een discjockey viel bijna in het water, toen de plaat ettelijke malen bleef hangen. Ten einde raad zette het ontwapenend naïeve hippiemeisje toen maar een deuntje a capella in. Ze zong tweemaal hetzelfde lied en kon de beschamende vertoning ternauwernood redden met haar onmiskenbare zangtalent. Aan de andere kant van het park werden de stoffige fusion-jazz van K-Creative en de hiphop met jazzinvloeden van Brothers Like Outlaw door echte muzikanten gespeeld. Iets nieuws lieten ze niet horen, evenmin als het sterk door de P-funk van George Clinton beïnvloede Menace dat het vooral moest hebben van een oorverdovend geluid en blote dans van de zangeressen.

Ook voordrachtskunstenares Laurie Anderson liet alles bij het oude, met haar schelle elektrische viool, haar vervormde stem en een conference waarin Wubbo Ockels en Tammy Wynette een rol speelden. Haar performance werd opgeluisterd door Michel Waisvisz die, tastend in de ruimte, op zoek ging naar atmosferische computergeluiden. Loodrecht op zijn menselijke benadering van computermuziek stond de aanslag op de zintuigen van synthesizerterroristen Meat Beat Manifesto of de Zwitserse Young Gods, met een onpersoonlijke elektronische variant op de dramatische sixties-pop van The Doors.

Veel vrolijkheid was er niet op Metropolis. Ook niet bij de Amerikaanse voordrachtskunstenaar John Trudell, die zijn gesproken klaagzangen gepaard liet gaan met authentiek indianengehuil en een traditionele rockbegeleiding. Dat traditionele rock als uitgangspunt kan dienen voor boeiende en relevante popmuziek, mocht blijken uit de zeldzame hoogtepunten van het festival. In een uitgebreide bezetting toonde het Haagse Hallo Venray, dat het sinds het veelbesproken Pinkpop-optreden de nodige routine heeft opgedaan. De doorgaans bijzonder komische zanger Henk Koorn liet zich van een serieuze kant zien in een liedje met subtiele cello- en vioolbegeleiding, dat vervolgens door gastmuzikant Hans Dulfer aan flarden werd getoeterd. De gitaren gingen op voluit bij de undergroundhelden Smashing Pumpkins, die de draak staken met de stoere rockpose doordat de twee gitaristen in fleurige zomerjurkjes over het podium dartelden. Het neo-psychedelische viertal uit Chicago slaagde er als enige in het publiek zo ver mee te krijgen, dat er een toegift werd afgedwongen. Voor het overige was Metropolis vooral een uitputtingsslag, vanwege de grote moeite die het kostte om tussen zoveel nieuwe namen een werkelijk nieuw geluid te ontwaren.