Opnieuw: Noord-Zuid

WAT BEWEEGT leiders van 108 landen, voor het merendeel uit de "Derde wereld', om zes dagen lang in Jakarta onder de banier van "Niet-gebondenheid' bijeen te komen? Wat beweegt hen zich te vereenzelvigen met een in 1961 opgerichte beweging waarvan de verklaringen en de interventies de laatste jaren steeds minder serieus werden genomen?

Het is teleurstelling, diepe frustratie, over het feit dat zij op wereldniveau geen factor van belang zijn, dat de wil van het Westen mondiaal gezien wet is, dat het deel van de wereld dat zij vertegenwoordigen - het grondstoffen- en mensenrijke maar veelal onderontwikkelde "Zuiden' - economisch en politiek gezien wordt gedomineerd door het rijke "Noorden'.

Het is het soort woede dat de Indonesische regering en huidige voorzitter van de Niet-gebonden beweging er eerder dit jaar toe bracht de hulprelatie met Nederland te verbreken, woede over betutteling en inmenging.

Het is het diepgewortelde verwijt aan het adres van de rijke landen dat deze zomer op de topconferentie over milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro door veel Derde-wereldlanden werd geuit; het verwijt dat het wel heel gemakkelijk is ontwikkelingslanden beperkingen op te leggen op het terrein van bosexploitatie en industrialisering, terwijl Oost en West door de omvang van hun consumptie en economische activiteiten veruit de grootste vervuilers zijn.

HET ZIJN BEKENDE aanklachten, die in de tijd van de oliecrises van de jaren zeventig zelfs korte tijd werden vertaald in een strategie om de rijke industrielanden met grondstoffenkartels tot andere gedachten te brengen en ze te dwingen het armoedevraagstuk op de wereld serieus aan te pakken. Uiteindelijk tevergeefs.

Met het einde van de Koude Oorlog en het oplossen van de tegenstelling tussen Oost en West lijkt de bestaansgrond van de Niet-gebonden beweging te zijn weggevallen. In Jakarta bleek de afgelopen dagen dat de Niet-gebonden landen aan de huidige éénpolige wereld nieuwe inspiratie ontlenen. De keuze na het wegvallen van de Sovjet-pool is “ons onderwerpen of weerstand bieden”, zei de Maleisische minister Mahathir Mohamad, die als "ster' van de top is aangeduid. Hij koos strijdbaar voor de tweede optie.

Net als bij de voorbereidingen van "Rio' vertegenwoordigde het zich snel ontwikkelende Maleisië in Jakarta het nieuwe zelfbewuste Azië, dat de confrontatie niet schuwt. Onder Aziatische leiding zou de Niet-gebonden beweging een geduchte tegenstander van het Westen kunnen worden, die het spel hard wil spelen. Milieu, rechten van de mens, democratie? Het zijn in Maleisische ogen, en niet alleen in die, “instrumenten van economische dominantie” van het Westen.

BOVENAAN het Niet-gebonden verlanglijstje van "Jakarta' staat hervorming van de Verenigde Naties. Want de manier waarop de VN-Veiligheidsraad sinds de Golfoorlog opereert, heeft in de Derde wereld voor grote ongerustheid gezorgd. Het benauwt de Niet-gebonden landen dat de Verenigde Staten erin slagen de andere permanente leden van de Veiligheidsraad die het vetorecht bezitten naar hun hand te zetten en over vrede en veiligheid in de wereld - ook in hun deel van de wereld - kunnen besluiten zonder dat zij hierop werkelijk invloed kunnen uitoefenen. Vandaar de oproep om de structuur van het VN-systeem zo te wijzigen dat deze ook het "Zuiden' reële zeggenschap geeft.

Het is een wens waaraan de redelijkheid moeilijk kan worden ontzegd, hoeveel problemen de realisering ervan ook zal oproepen. De wereld ziet er immers volstrekt anders uit dan op het moment waarop het Handvest van de Verenigde Naties werd aangenomen. De aanpassing kan worden vertraagd, maar lijkt op den duur onvermijdelijk.

De top van Niet-gebonden landen in Jakarta heeft na de Rio-conferentie nog eens duidelijk gemaakt dat een nieuw Noord-Zuiddebat voor de deur staat. Het Westen kan zich hierop maar beter voorbereiden. De tijd dat het zich kon onttrekken aan wat er in de rest van de wereld gebeurde, lijkt voorgoed voorbij.