Opheffen Navo zou onverstandig zijn

Secretaris-generaal Worner wordt niet moe uit een te zetten dat de NAVO het succesvolste bondgenootschap aller tijden is. De hoofddoelstelling van de NAVO was immers het in bedwang houden van het Warschaupact, met name van de Sovjet-Unie. Zonder een schot te lossen, is dat gelukt, ook al kan men zich afvragen of er sprake is van succes voor de NAVO of van falen van het communisme.

Met het verdwijnen van het Warschaupact en de Sovjet-Unie is de bestaansreden van de NAVO eveneens goeddeels verdwenen. Toen de NAVO officieel verklaarde dat zij de Sovjet-Unie niet meer als bedreiging ziet, moest er een nieuwe strategische oriëntatie komen en het heette dat de dreiging voortaan uit vele richtingen kan komen en vele gezichten kan hebben. Er werd op gewezen dat Saddam Hussein het NAVO-lid Turkije had bedreigd tijdens de Golfoorlog en dat zoiets opnieuw mogelijk is. Verder werden toespelingen gemaakt op het islamitisch fundamentalisme, de massa-immigratie en zelfs de drugscriminaliteit. En natuurlijk was daar de beduchtheid voor de resterende militaire macht in de voormalige Sovjet-Unie. Maar echt overtuigend klonk dat niet.

De landen van de NAVO trokken zich er dan ook weinig van aan en begonnen met het incasseren van het vredesdividend, dat wil zeggen vermindering van het defensiebudget en verkleining van de strijdkrachten. Maar inmiddels ontstonden in Europa en daarbuiten brandhaarden, waarvan het voormalig Joegoslavië de gevaarlijkste is. Behalve afzonderlijke landen houden ook internationale organisaties zich daarmee bezig.

Dat levert een verwarrend beeld: wie stemt alle activiteiten van de Verenigde Naties, de NAVO, de Westeuropese Unie, de Europese Gemeenschap, de CVSE op elkaar af? Eén ding is zeker: alleen de NAVO beschikt over de organisatie om militaire operaties te leiden. Daarmee is een nieuwe, actuele rol ontstaan voor de NAVO: militair crisismanagement.

Maar dat heeft consequenties. De NAVO is ontworpen om de dreiging uit het Oosten te keren. Zowel de strijdkrachten als de commandostructuur waren daarop afgestemd. Voor de landstrijdkrachten gold bijvoorbeeld dat de NAVO moest beschikken over grote aantallen tanks en gemechaniseerde eenheden, gesteund door veel vuurkracht. Die strijdkrachten konden in de meeste NAVO-landen niet volledig met beroepssoldaten worden bemand en ook niet doorlopend paraat worden gehouden. Dus werd een beroep gedaan op dienstplichtigen om de eenheden te vullen en een groot deel van de eenheden was mobilisabel. Daardoor ontstond een alles of niets leger; zonder mobilisatie kon weinig worden aangevangen.

Voor crisismanagement moet kunnen worden beschikt over eenheden die onmiddellijk gereed zijn en dus in vredestijd volledig paraat zijn. Ook is in dat soort eenheden weinig of geen plaats voor dienstplichtigen. Een en ander betekent een heel ander soort eenheden die niet noodzakelijkerwijze goedkoper zullen zijn.

Iets dergelijks geldt voor de commandostructuur van de NAVO. Die was overwegend regionaal georganiseerd. Allied Command Europe moest West-Europa verdedigen tegen het Warschaupact. Een niveau lager moest AFCENT West-Duitsland bezuiden de Elbe en de Benelux verdedigen. En daar weer onder moest Northern Army Group samen met de Tweede Geallieerde Tactische Luchtmacht een strook van West-Duitsland tussen de Elbe en de Harz verdedigen. Tegen een massale dreiging uit het Oosten mag een dergelijke indeling verklaarbaar zijn, maar tegen een "multidirectional and multifaceted threat' en voor crisismanagement is deze te star. Daarvoor zijn mobiele hoofdkwartieren nodig die kunnen gaan naar het gebied waar het karwei moet worden geklaard.

Er moet dus het één en ander veranderen. Na de Koude Oorlog wilde de NAVO uitdrukking blijven geven aan onderlinge solidariteit. In plaats van een verdedigingsplan waarbij legerkorpsen schouder aan schouder stonden opgesteld, moesten die eenheden nu uit verschillende nationale bijdragen worden samengesteld. Zo ontstond het idee van binationale of multinationale legerkorpsen. Zelfs werd er een multinationale divisie voorzien. Op papier lijken dat aardige gebaren, maar in militair opzicht werkt het averechts. Mensen van verschillende nationaliteit moeten samenwerken met alle problemen van taal en cultuur van dien. Maar erger is het dat de diverse landen verschillend materieel en verschillende logistieke systemen hebben en dat organisatie en doctrine verschillen. Het gevolg is dat de effectiviteit ervan sterk afneemt. In werkelijkheid zijn er dan ook nog vrijwel geen stappen genomen om de bi- en multinationale eenheden tot stand te brengen.

Daarbij komt dat diverse NAVO-landen hun strijdkrachten afslanken. Zij gaan daarbij nogal onafhankelijk van elkaar te werk zonder veel aandacht te schenken aan de consequenties hiervan voor de NAVO als geheel. De NAVO-autoriteiten worden met voldongen feiten geconfronteerd (wanneer zij al worden geïnformeerd) en ook hierdoor worden de nieuwe strijdkrachten weinig afgestemd op de nieuwe doelstelling van de NAVO.

De commandostructuur van de NAVO is ook herzien, maar deze herziening is in gang gezet voor de coup in Moskou vorig jaar augustus. Toen kon men nog beducht zijn voor de militaire macht van de Sovjet-Unie en bijgevolg vertoont de nieuwe commandostructuur de tegen het Oosten gerichte, regionale indeling. Er is alleen sprake van het opheffen en reorganiseren van hoofdkwartieren en van besparingen op personeel en exploitatiekosten, maar niet van aanpassing aan de nieuwe doelstelling van de NAVO.

De NAVO past zich zich weliswaar aan aan de gewijzigde situatie in de wereld, maar de maatregelen zijn niet optimaal afgestemd op de nieuwe doelstelling. Ten dele is dat de schuld van de NAVO zelf, die achter de feiten aanloopt. Maar ernstiger is het dat de verschillende landen hun eigen gang gaan. Daarmee verliest de NAVO haar basis van politieke solidariteit en wordt het bondgenootschap uitgehold.

De tijd lijkt er niet naar om het enige functionerende, internationale militaire apparaat van het Westen aan de kant te zetten (van een Europese defensie is nog maar heel weinig terecht gekomen). Het is hoog tijd serieus te bezien wat het Westen wil. Als ieder land zijn eigen gang gaat, is het snel gedaan met de NAVO.

Wanneer de landen vinden dat de NAVO nog een rol te spelen heeft, moeten zij politiek samenwerken, hun nationale beleid afstemmen op een gezamenlijk NAVO-beleid en bijdragen aan een doeltreffende (niet noodzakelijk grote en ook niet noodzakelijk goedkope) militaire organisatie.