Open skies verdrag met VS vooral voor Nederland voordelig

ROTTERDAM, 7 SEPT. Het "historische' luchtvaartverdrag dat Nederland en de Verenigde Staten afgelopen vrijdag na vier dagen praten in Washington hebben gesloten, is op het eerste gezicht vooral voordelig voor de Nederlandse luchtvaart. Toch kunnen ook de Amerikanen profijt hebben van het verdrag.

Minister Maij-Weggen van verkeer en waterstaat noemde de overeenkomst een droomakkoord. De KLM reageerde eveneens verheugd. De zogeheten open skies agreement geeft namelijk Nederlandse luchtvaartmaatschappijen als KLM en Martinair het recht op alle luchthavens in de VS te vliegen. De Amerikanen krijgen op hun beurt vrije toegang tot de Nederlandse markt.

Nederland is het eerste land waarmee de VS zo'n akkoord hebben gesloten. Met Groot-Brittannië heeft Nederland al een soortgelijke overeenkomst.

De voordelen voor de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen zijn overduidelijk. De KLM, wier landingsrechten tot nog toe beperkt waren tot tien steden in de VS, mag nu zelf uitmaken welke Amerikaanse bestemmingen ze in haar routenet opneemt. Zo kan de onderneming makkelijker en sneller inspelen op veranderingen op de Amerikaanse markt. En dat is belangrijk voor een luchtvaartmaatschappij die zich als global carrier wil afficheren; de helft van het mondiale luchtverkeer speelt zich op die Amerikaanse markt af.

Een ander belangrijk voordeel voor KLM is de mogelijkheid van zogeheten code sharing: KLM-vluchten die aansluiten op die van haar Amerikaanse partner Northwest Airlines komen voortaan onder één vluchtnummer in het reserveringssysteem te staan. Als er geen directe vlucht tussen een luchthaven in Europa en een bestemming in de VS is, en de wachttijden op de overstappunten niet te lang zijn, zal het reserveringssysteem deze gecombineerde verbinding het eerst aanbieden aan de klant. Hierdoor kan de kostbare samenwerking met Northwest eindelijk vrucht afwerpen.

Door het verdrag zal de invloed van de overheden op het vliegverkeer tussen de VS en Nederland, dat tot nog toe altijd per traject in bilaterale verdragen werd geregeld, afnemen. Als gevolg hiervan krijgt de KLM de mogelijkheid via de VS door te vliegen naar andere landen. Dat is nu nog niet toegestaan. Amerikaanse maatschappijen mogen, op hun beurt, via Schiphol naar andere bestemmingen in Europa vliegen. Het toenemende aantal bestemmingen dat daardoor via Schiphol bereikbaar wordt, zal de animo van passagiers voor deze luchthaven een extra stimulans geven. Ten slotte zullen de beperkingen ten aanzien van het aantal vluchten en de grootte van de vliegtuigen zoveel mogelijk worden opgeheven.

Europese landen met een veel grotere binnenlandse markt dan Nederland, zoals Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk, zijn niet zo happig op een open skies verdrag met de VS. De Amerikanen, grote voorstanders van een liberaal luchtvaartregime, willen zulke overeenkomsten graag sluiten. De Europese landen die hun nationale markten angstvallig afschermen zijn echter bang dat hun luchtvaartmaatschappijen het op zo'n vrijere markt zwaar te verduren krijgen van de grote Amerikaanse concurrenten. De Nederlandse markt is zo klein dat de KLM niet voor een invasie hoeft te vrezen. De Amerikaanse belangstelling voor diensten op Rotterdam, Lelystad of Eelde is minimaal.

Gezien de vele voordelen voor Nederland is het niet verrassend dat het een open skies akkoord met de Amerikanen wilde sluiten. Voor de Amerikanen zijn de operationele voordelen vooralsnog minder groot. Dat de Amerikaanse luchtvaartautoriteiten toch graag zo'n overeenkomst afsloten, heeft dan ook een andere achtergrond: ze denken dat het verdrag met Nederland een breekijzer zal zijn voor de opening van de Europese markt. Als de KLM straks de voordelen van het verdrag kan benutten in de concurrentie met andere Europese maatschappijen, zullen die misschien meer genegen zijn hun luchtvaartautoriteiten ervan te overtuigen dat een open skies verdrag toch op den duur de beste oplossing is.