Koerden schipperen met onafhankelijkheid

In het Nederlandse Woudschoten is de afgelopen drie dagen een internationale conferentie gehouden over de wederopbouw van Vrij Koerdistaan. Dat kent weliswaar een zelfstandig bestuur, maar de VN zijn gedwongen het te behandelen als deel van VN-lidstaat Irak, waardoor van elke gulden hulp 98 cent naar Bagdad vloeit.

WOUDSCHOTEN, 7 SEPT. Vrij Koerdistan - het gebied van 40.000 vierkante kilometer in Noord-Irak dat sinds ruim een jaar onder Koerdisch bestuur staat - zweeft tussen de facto onafhankelijkheid en het wachten op de val van het Ba'ath-regime in Bagdad, om dan een deelstaat te worden van een federaal, democratisch Irak.

Dat laatste gebeurt misschien binnen een half jaar, misschien over vijf of tien jaar, en misschien helemaal nooit. Intussen zijn de vrije Koerden bezig met een adembenemende evenwichtsoefening op het slappe koord van de internationale politiek. Alle betrokken buitenlandse regeringen, de Turkse voorop, zijn faliekant tegen onafhankelijkheid, en daarmee vervalt die oplossing. Officieel houden de Koerdische leiders niet op te verklaren dat ze ook helemaal geen onafhankelijkheid willen - al is hun diepste wens niet moeilijk te raden. Anderzijds is de huidige schemertoestand, door Zebari gekwalificeerd als patstelling, oorzaak van legio problemen die op het eerste gezicht louter economisch zijn.

In aanwezigheid van een reeks Iraaks-Koerdische kopstukken is daarover de afgelopen drie dagen in Woudschoten geconfereerd. De regering van Vrij Koerdistan, die na de parlementsverkiezingen in mei geïnstalleerd kon worden, was door drie ministers vertegenwoordigd; de afvaardigingen van twee grootste politieke partijen werden geleid door respectievelijk Jalal Talabani, voorzitter van de Patriottische Unie van Koerdistan, en Hosyar Zebari, woordvoerder in de Verenigde Staten van de Democratische Partij Koerdistan; van westerse zijde moesten onder meer de minister van justitie van de Duitse deelstaat Nedersaksen, en enkele leden van het Nederlandse en van het Europese parlement de discussies een deel van de onvermijdelijke vrijblijvendheid ontnemen. Het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken fourneerde de reis- en verblijfsgelden voor de Koerdische deelnemers.

Een van de ernstigste problemen, zo werd duidelijk, is dat de Verenigde Naties Vrij Koerdistan als deel van lidstaat Irak moeten behandelen. Dat betekent dollars wisselen tegen de officiële Iraakse dinarkoers. Van iedere dollar die de FAO of UNICEF of het World Food Program in Irak ten bate van de Koerden besteedt, vloeit daarom 98 procent naar de staatskas in Bagdad, want tegen de officieuze koers, of buiten Irak, levert een dollar ongeveer vijftig maal zoveel op.

Een andere crux van veel ontwikkelingsproblemen is dat Vrij Koerdistan ook getroffen wordt door het VN-handelsembargo tegen Irak voor alles behalve voedsel en medicijnen. In de praktijk: in Suleymania in Vrij Koerdistan staat een van de grootste cementfabrieken van het Midden-Oosten, en cement is essentieel bij de wederopbouw. Maar het VN-embargo, bedoeld om Saddam's regime te treffen, verbiedt de invoer van reserveonderdelen en brandstof voor de fabriek. Een van de twee produktielijnen wordt nu gedemonteerd om onderdelen op de andere te vervangen, en de voorraad stookolie is vrijwel uitgeput.

De ironie is onder meer dat Koerdistan zeer rijk is aan aardolie. Een Koerdische ingenieur ontvouwde een uitgewerkt plan om Vrij Koerdistan aan brandstof te helpen, dat hij in overleg met een westerse oliemaatschappij had opgesteld. Er zouden kleine mobiele raffinaderijen in bedrijf kunnen worden gesteld, en de oliemaatschappij wilde dat gratis doen, in ruil voor een stevige concessie in betere tijden.

Nu is (gesmokkelde) brandstof in Koerdistan nagenoeg onbetaalbaar en de gevolgen raken de hele economie en samenleving. Massale houtkap had de afgelopen winter al spectaculaire vormen aangenomen en zal, omdat de Iraakse regering in juli de toch al karige brandstofleveranties aan het vrije gebied staakte, deze winter nog erger worden. In de komende jaren zal dus veel erosie optreden en de landbouwopbrengst zal dalen. En die is al nodeloos laag: de vrij talrijke landbouwmachines en tractoren kunnen maar op beperkte schaal worden ingezet, alweer omdat brandstof en reserveonderdelen onder het VN-embargo vallen.

Voor vrachtauto's geldt hetzelfde, zodat het voedsel dat Turkse en Iraanse handelaren, en buitenlandse hulporganisaties aanleveren, alles behalve fijnmazig gedistribueerd kan worden. Maar het "kleine-raffinaderijenplan' zal voorlopig niet doorgaan, want het embargo verbiedt de invoer van het materieel. “Natuurlijk zouden we geen druppel brandstof exporteren”, zegt de ingenieur. “Het zou alleen voor onszelf zijn.” Want het idee van een al dan niet onafhankelijke Koerdische oliestaat zou Turkije nachtmerries bezorgen.

Als mogelijke oplossing voor de patstelling werd tijdens een van de debatten voorgesteld een referendum te houden, waarbij de Koerden massaal "ja' moesten zeggen op de vraag of ze tijdelijk onder VN-bestuur gesteld wilden worden zoals Cambodja. Dat zou in ieder geval de weg openen naar officiële erkenning van de officieuze staat of deelstaat, en de invoer van reserveonderdelen en raffinage-apparatuur mogelijk maken.

Zebari verwierp die optie echter: “Een VN-mandaat zou gezien kunnen worden als een tussenstap op weg naar onafhankelijkheid. En we zijn tot de conclusie gekomen dat we gewoonweg niet kunnen bestaan zonder de huidige economische en militaire hulp van het westen, die voor een groot deel weer afhangt van de medewerking van Turkije. En alles wat op een onafhankelijkheidsstreven wijst, brengt die hulp in gevaar.”

Zelfs een vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties, waarvoor een meerderheid van de Algemene Vergadering nodig is, acht Zebari onhaalbaar. “De hele derde wereld zou er tegen zijn.”

Aldus waren vrijwel alle economische problemen van Vrij Koerdistan volgens de congresgangers te herleiden tot internationaal politieke. Op korte termijn dreigt acute hongersnood, en VN-secretaris-generaal Boutros Boutros Ghali uitte onlangs de vrees dat de internationale reddingsactie vorig voorjaar, herhaald zal moeten worden zodra de winter toeslaat. Congresgangers wezen erop dat die nood voorkomen had kunnen worden indien de internationale gemeenschap de Koerdische regering als onderhandelingspartner had erkend: een groot deel van de hulp voor de Koerden is en wordt immers via Bagdad het land binnengebracht.

Maar een EG-ambtenaar liet in de wandelgangen weten dat directe steun aan de Koerdische regering door de lidstaten uitgelegd zou kunnen worden als stap naar erkenning van Vrij Koerdistan, en dus uit den boze was.

Ook over de lange-termijn ontwikkeling van het gebied hebben de Koerden weinig te zeggen. Duurzame investeringen zijn alleen zinvol als enig uitzicht bestaat op duurzame veiligheid, en dat ontbreekt. Bestendiging van de huidige luchtbescherming door Amerikaanse, Franse en Britse bommenwerpers wordt eens per zes maanden opnieuw overwogen, waarbij vooral het Turkse veto bijdraagt aan een bar investeringsklimaat.

Landen die de regering van Vrij Koerdistan direct willen helpen, hoeven zich geen zorgen te maken daarmee een precedent te scheppen, want dat is al gebeurd. Oudstaatssecretaris Michel van Hulten (voorzitter van de "International Dialogues Foundation' die het congres samen met de Stichting Nederland-Koerdistan organiseerde) herinnerde aan de steun die het ANC jarenlang kreeg van ondermeer Engeland, de Verenigde Staten en Nederland, zonder dat de Zuidafrikaanse regering daarin gekend werd.