Jovi & bovi

Na een “uurtje bladeren” ontdekte HP/De Tijd-columnist J.A.A. van Doorn van de week dat Jan Fred van Wijnen van Vrij Nederland bij zijn onthulling inzake Van Dis “bepaald niet uitputtend te werk is gegaan”. Van Dis zou nog meer van de Amerikaanse volkenkundige hebben overgeschreven.

De werkelijkheid is waarschijnlijk dat Van Wijnen in het geheel niet te werk is gegaan. Hoe zou het VN-stuk ontstaan zijn? Waarschijnlijk is er een telefoontje binnengekomen, een Utrechtse antropoloog, een Groningse politiek geograaf, wie zal het zeggen, die iets eigenaardigs ontdekt heeft. “Stuur maar”, zegt een journalist dan, “als het wat is neem ik contact op.” Als "het' dan "iets' blijkt te zijn, wil een eerzuchtig journalist (en zijn er niet-eerzuchtige?) nog wel eens eerst de schrijfmachine, en dan pas de telefoon pakken. Louche, maar ook dom, want als de tipgever slim is legt hij niet meteen al zijn kaarten op tafel, zodat de journalist nat gaat met een incompleet artikel.

Als mijn hypothese juist is, - de tijd zal het wellicht leren -, werd de beschuldiging dat Van Dis overschrijft dus gelanceerd in een grotendeels overgeschreven artikel.

Deze krant trapte Van Dis lelijk na door twee binnenland-verslaggevers op de zaak te zetten die het verschil tussen plagiaat en verdichting nog moeten leren, maar leep genoeg zijn om twee internationale auteurs zo gek te krijgen dat ze - half ingelicht vermoedelijk - een gratis veroordeling uitspreken, maar dat stuk van Van Doorn is ook niet fris.

Van Dis citeert een blanke Zuidafrikaan wiens vader als soldaat van een klein legertje door de Britten in de pan werd gehakt. Crapanzano ook. Maar het woord "legertje' geeft al aan dat er meer van dat soort zonen moeten zijn, die ruwweg hetzelfde verhaal zouden kunnen vertellen. Ik heb ooit interviews gemaakt met alle getroffenen van het Gifschandaal van Lekkerkerk: hele passages kwamen letterlijk overeen. Dat Van Doorns trouw een kwade is, blijkt vooral wanneer hij Van Dis niet alleen de overeenkomsten met het werk van Crapanzano in rekening brengt, maar ook de afwijkingen. Als iemand bij Van Dis zegt dat zwarten niet "abstract' maar "tweedimensionaal' denken, komt dat volgens Van Doorn van Crapanzano, die schrijft dat zwarten "serieel denken'. Van Dis schrijft op een bepaald moment over "zwarte ingenieurs', maar volgens Van Doorn komt dat van Crapanzano, want die heeft het over "zwarte wiskundigen'. Ja, zo kun je iedereen "plagiaat' aanwrijven. Crapanzano schrijft op pagina 94 dat het "zeer heet' is. Van Dis verandert dat op pagina 121 van zijn boek heel sluw in "bewolkt'. Trouwens, ik denk dat Van Dis ook zijn achternaam van Crapanzano gepikt heeft. Sterk veranderd uiteraard, wat denk je, anders valt het op.

Het is de redeneertrant van een dolgedraaide officier van justitie, die een veroordeling nodig heeft om herkozen te worden.

Verdachte: “Maar ik heb een sluitend alibi!” De Aanklager: “Aha! Als u deze brute moord niet gepleegd had, waarom zou u dan de moeite genomen hebben om voor een sluitend alibi te zorgen?” Zelf heb ik al geruime tijd het vermoeden dat Van Doorn in zijn columns Remco Campert plagieert. De toon, de stijl, de onderwerpkeuze, de lengte - allemaal nét anders. Logisch, die man is niet gek.

Als ik vroeger mijn vader iets zag doen dat ik ook wel wilde, whisky drinken, roken, zomaar een ei bakken, zei hij altijd: quod licet Jovi, non licet bovi (Wat Jupiter vrijstaat, staat nog geen os vrij). Aan de zaak Van Dis zie je dat de J en de b in dat spreekwoord naar believen verwisseld kunnen worden.