Hoogleraar: gewonde soldaten niet terugsturen

LEIDEN, 7 SEPT. Zolang de situatie in het voormalige Joegoslavië onduidelijk blijft zou Nederland de hier gearriveerde gewonde Kroatisch-Bosnische strijders niet moeten terugsturen. Gebeurt dat wel dan zou de schijn kunnen worden gewekt dat Nederland een der strijdende partijen bevoordeelt.

Dat zegt prof. mr. F. Kalshoven, emeritus hoogleraar Volkenrecht en gespecialiseerd in humanitair oorlogsrecht aan de Rijskuniversiteit Leiden in reactie op uitlatingen van enkele gewonde strijders die na hun herstel Nederland willen verlaten om andermaal het strijdperk te betreden.

Als er sprake zou zijn van een "ordentelijke oorlog' zou het sowieso niet mogen, aldus Kalshoven. Hoogstens wanneer de soldaten door hun verwondingen onbruikbaar zouden zijn voor de verdere oorlogsvoering danwel bij hun vertrek plechtig beloven geen deel meer te nemen aan oorloshandelingen. “De oorlog in het voormalige Joegoslavië biedt een volstrekt onduidelijke aanblik. De jurist staat hier met zijn mond vol tanden”.

Een aanvullend protocol uit 1977 op de Geneefse conventies van 1949, over niet-internationale conflicten, bevat wel hoofdstukken over de behandeling van gewonden, zieken en schipbreukelingen, maar geen bepalingen betreffende het terugsturen van gewonde soldaten door een neutrale partij naar hun moederland.

Om te voorkomen dat Nederland andermaal voor verrassingen komt te staan, pleit Kalshoven voor een grotere greep van het ministerie van justitie op het selectieproces in Kroatië.

“Voor mij zijn vluchtelingen, zoals vrouwen en kinderen, niet hetzelfde als gewonde strijders. Je moet een onderscheid maken tussen combattanten en non-combattanten. Iemand die actief deelneemt aan de strijd loopt risico's die gevolgen kunnen hebben voor diens behandeling in het land waar hij wordt opgevangen”, aldus Kalshoven.